Gaan millennials anders met geld om dan babyboomers? We laten de jongelui graag zelf aan het woord.
...

Nieuwjaar is traditioneel de tijd van de goede voornemens. Gezellig rond de tafel met vrienden en familie beschrijven we hoe we het komende jaar anders en beter zullen aanpakken: meer sporten, gezonder eten, minder geld uitgeven, meer genieten, iets nieuws leren of iets voor het klimaat doen. Ik beperk mij dit jaar tot één voornemen. Maar het is er wel een waarmee ik tegelijkertijd iets bijleer, minder geld uitgeef én iets voor het klimaat doe. Dat voornemen is: ik ga mijn spullen koesteren. Ik ga er zorg voor dragen alsof het vrienden voor het leven zijn.Het werd mijn voornemen na het lezen van De verborgen impact van Babette Porcelijn. In dat boek ontdekte ik dat de spullen in mijn huis een grotere impact hebben op het klimaat en het milieu dan mijn verwarming, vleesconsumptie of autogebruik. Dat komt omdat voor het maken en vervoeren van die spullen veel grondstoffen, water, giftige stoffen en energie nodig zijn. Er moeten bossen voor worden gekapt en mijnen ontgonnen. En ook als ze op het einde van hun leven zijn, vraagt de verwerking en de recyclage ervan veel energie. De spullen die je in huis hebt langer gebruiken, is daarom een heel effectieve manier om je milieu- en klimaatimpact te verlagen. Dat blijkt ook uit een onderzoek van het European Environmental Bureau (EEB). Dat netwerk van milieuorganisaties becijferde dat als alle Europeanen hun smartphone acht jaar in plaats van het huidige gemiddelde van drie jaar zouden gebruiken, we dan jaarlijks het equivalent van 10 miljoen ton CO2 zouden uitsparen. Dat is evenveel als de uitstoot van het Belgische wagenpark. Je spullen wat langer gebruiken. Klinkt dat niet als een van de makkelijkste manieren om iets te doen voor het klimaat? Je hebt er geen innovatieve technologie of nieuwe energiebron voor nodig. Je hoeft er niets nieuws voor te kopen. Je kunt er gewoon direct mee beginnen. Of toch niet? We krijgen op tijd en stond gepersonaliseerde reclame die ons vertelt dat we dringend iets nieuws moeten kopen. Maar we krijgen nooit gepersonaliseerde tips om de producten die we kochten, goed te verzorgen. Wie weet hoe vaak je een koffieapparaat moet ontkalken? Dat je de rits van je broek het best sluit als je ze wast? Of hoe je de levensduur van je smartphonebatterij kunt verlengen en dat je je laptop het best helemaal afsluit voor je hem in je rugzak stopt? We hebben dringend lessen in koesteren nodig. Maar zelfs met de nodige informatie, training en inspanning zullen we er niet geraken. Want hoelang je je spullen kunt gebruiken, hangt niet alleen van jezelf af. Spullen moeten ook gemaakt zijn om één (of meerdere) levens mee te gaan. Dat is vaak niet het geval. Toestellen gaan vandaag gemiddeld 20 procent minder lang mee dan twintig jaar geleden. Voor kleding zijn de cijfers nog slechter. Die kortere levensduur heeft niet alleen met mode te maken, maar komt met keuzes in het design- en productieproces van onze spullen. Fabrikanten besparen op de kwaliteit van materialen en onderdelen. En de software van heel wat toestellen kan niet worden geüpdatet, waardoor ze traag beginnen te werken, onveilig zijn of geen nieuwe toepassingen aankunnen. Spullen gaan niet alleen sneller kapot, ze zijn ook moeilijker te herstellen dan vroeger. Sommige toestellen kun je niet eens openmaken. Bij andere zitten onderdelen vastgelijmd, of is de software ontoegankelijk. Voor iets oudere toestellen kun je geen reserveonderdelen kopen en voor kleine toestellen vind je - op Repair Cafés na - geen herstellers meer. Producten worden zo goedkoop in de markt gezet, dat repareren te duur blijkt. Het lijkt erop dat fabrikanten en retailers geen interesse hebben om producten aan te bieden die lang meegaan en makkelijk te repareren zijn. Studies over circulaire businessmodellen stippen nochtans aan dat daar een economisch interessant businessmodel in schuilt, zeker wanneer grondstoffen en energie duurder worden. Het aanbieden van producten met een lange levensduur en een goede herstelbaarheid maakt het mogelijk een hogere verkoopprijs te vragen, meer inkomsten uit diensten te halen en aan klantenbinding te doen. Uit onderzoek blijkt ook dat er wel degelijk vraag is naar duurzame en herstelbare producten. Zo gaf in een Eurobarometer-enquête uit 2019 bijna drie kwart van de Belgen aan dat ze hun smartphone ten minste vijf jaar willen gebruiken. Een derde van de respondenten wil zelfs dat een smartphone tien jaar dienst blijft doen. Uit datzelfde onderzoek bleek dat mensen hun smartphone vooral vervingen omdat de oude stuk ging of minder goed begon te werken. Niet omdat ze per se het laatste nieuwe model wilden hebben. Of dat is omdat ze hun toestel koesteren, of omdat telkens iets nieuws moeten kopen altijd een hoop tijd, gedoe en kosten met zich brengt, laat de studie in het midden. Maar ze heeft wel aangetoond: merken die spullen maken om te koesteren, zullen gekoesterd worden.