België leed de afgelopen zomer opnieuw twaalf dagen onder een verzengende hittegolf, een fenomeen waar we al bijna aan gewend zijn. Sinds het midden van de jaren 1970 neemt de frequentie van hittegolven in ons land systematisch toe. Onderzoek toont bovendien aan dat de door de mens veroorzaakte klimaatverandering de kans op periodes met extreme hoge temperaturen vergroot. Als we de klimaatopwarming willen tegengaan, zullen we radicaal moeten kiezen voor hernieuwbare energie.

Voor de consument is de keuze om groene energie te kopen wellicht een van de meest eenvoudige bijdrages die hij of zij kan leveren. Niet meer vliegen, geen vlees eten, geen auto gebruiken of zelfs kinderloos door het leven gaan, zijn stuk voor stuk meer ingrijpende beslissingen.

Groene energiecontracten? Veel consumenten worden gewoon in slaap gewiegd.

Maar dan moet de consument wel over eerlijke en transparante informatie beschikken. En daar wringt in de energiesector het schoentje.

Volgens het meest recente brandstofmixrapport van de VREG (de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt) is bijna 34 procent van de in Vlaanderen verkochte energie op papier groen. Dat betekent dat er voor die verbruikte elektriciteit een garantie van oorsprong van een groene energiebron (waterkracht, zonne-energie, biogas, biomassa of windenergie) is. In realiteit is maar 5 procent van de verkochte energie in Vlaanderen ook écht afkomstig van Vlaamse groene bronnen.

En hoe zit het met de overige 95 procent?

Om dat te begrijpen moeten we terug naar het vorige decennium, toen de garanties van oorsprong (GVO's) hun intrede deden op de Europese energiemarkt. GVO's - niet te verwarren met de groenestroomcertificaten - zijn bewijsstukken van de oorsprong van elektriciteit. Een energieproducent krijgt voor elk megawattuur groene energie die hij opwekt, recht op één GVO. Bovendien wordt die garantie van oorsprong gekoppeld aan een unieke code, zodat de bron van de opgewekte energie kan worden getraceerd.

De bedoeling van dit systeem is om op een eenduidige en officiële manier de herkomst van energie in kaart te brengen. Dit zou de consument in staat moeten stellen om een geïnformeerde keuze te maken. Het probleem is echter dat GVO's ook kunnen worden verkocht, in het binnen- en buitenland. Iets wat energieproducenten in bijvoorbeeld Noorwegen, Italië en IJsland massaal doen.

Van alle stroom die in Vlaanderen als 'groen' wordt verkocht, komt 70 procent gewoon van niet-duurzame bronnen.

Belgische energiebedrijven kopen die spotgoedkope buitenlandse certificaten om hun grijze stroom (opgewekt via kerncentrales of fossiele brandstoffen) als groen te vermommen. Maar het zijn enkel de certificaten en dus niet de groene stroom zelf, die naar België komen. Van alle stroom die in Vlaanderen als 'groen' wordt verkocht, komt 70 procent gewoon van niet-duurzame bronnen, om vervolgens te worden groengewassen door garanties van oorsprong van buiten onze landsgrenzen.

Dit leidt ertoe dat consumenten in twee landen denken dat ze goed bezig zijn, terwijl er op vlak van verduurzaming eigenlijk niets gebeurt. Te gek voor woorden natuurlijk, maar het is dagelijkse realiteit.

Het voorbeeld van IJsland

Alle stroom die in IJsland wordt geproduceerd is groen. Door de vulkanische activiteit bulkt het land van de aardwarmte. Energieproducenten beschikken hierdoor over heel veel garanties van oorsprong die ze aan het buitenland kunnen verkopen. Op de energiefactuur van de IJslandse consumenten mag dan wel in kleine lettertjes staan dat hun 'energie nucleair en fossiel is, omdat de groene afkomst is verkocht', in de perceptie dringt dit niet door: IJslanders gaan er van uit dat al hun stroom groen is.

Het percentage groene stroom op papier neemt er daarom zienderogen af. Volgens een rapport van de IJslandse energie-autoriteit Orkustofnun was in 2011, voordat het land startte met de handel in garanties van oorsprong, 100 procent van de IJslandse energie groen, in realiteit en op papier. Volgens de meest recente cijfers was in 2019 nog slechts 9 procent van de geleverde energie groen op papier. Terwijl in realiteit nog altijd 100 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen komt.

Consumenten lezen geen kleine lettertjes van een energiecontract, net zoals ze niet de hele ingrediëntenlijst van hun potje yoghurt bestuderen.

Voor Belgische energieproducenten is het erg makkelijk en goedkoop om garanties van oorsprong te kopen. Het kost maar 1 euro per Belgisch huishouden per jaar om hun stroom als 'groen' te labelen. Omdat sjoemelstroom verkopen zo makkelijk en goedkoop is, doen de Belgische energieproducenten geen massale investeringen in zonnepanelen en windmolens. Ze blijven energie opwekken op een niet-duurzame manier, en kleven er dan een groene sticker op.

IJslandse maar ook Noorse, Spaanse, Zweedse, Italiaanse of Franse geïmporteerde garanties van oorsprong dragen dus niets bij aan de vergroening van België. Men draait consumenten een rad voor de ogen, waardoor ze denken dat ze een bijdrage leveren in de verduurzaming van onze maatschappij.

Nutri-score

Om hier een eind aan te maken, moeten we zorgen voor toegankelijke en transparantie informatie voor de consument. Ik pleit voor een nutri-score op energiecontracten- en facturen, zoals bij voeding. Consumenten lezen geen kleine lettertjes van een energiecontract, net zoals ze niet de hele ingrediëntenlijst van hun potje yoghurt bestuderen. Ze willen in één oogopslag weten wat ze kopen. Helder en duidelijk op de verpakking, een statement over hoe groen je energie écht is. Is je energie afkomstig van lokale zonne-energie? Dan krijgt hij een A. Is hij ook lokaal, maar afkomstig uit biomassa? Dan krijgt hij een B. Is hij niet lokaal, maar gedekt door een garantie van oorsprong van een IJslandse windmolen? Dan krijgt hij een C. Over de exacte waardering kan gediscussieerd worden, maar mij gaat het om de transparantie.

Als je consumenten de kans geeft om echt te kiezen waar hun energie vandaan komt, dan moeten de producenten volgen. Vertel consumenten door middel van een nutri-score voor elektriciteit eerlijk waar hun energie vandaan komt bij het afsluiten van hun contract: dat helpt de vergroening van ons land echt vooruit.

België leed de afgelopen zomer opnieuw twaalf dagen onder een verzengende hittegolf, een fenomeen waar we al bijna aan gewend zijn. Sinds het midden van de jaren 1970 neemt de frequentie van hittegolven in ons land systematisch toe. Onderzoek toont bovendien aan dat de door de mens veroorzaakte klimaatverandering de kans op periodes met extreme hoge temperaturen vergroot. Als we de klimaatopwarming willen tegengaan, zullen we radicaal moeten kiezen voor hernieuwbare energie.Voor de consument is de keuze om groene energie te kopen wellicht een van de meest eenvoudige bijdrages die hij of zij kan leveren. Niet meer vliegen, geen vlees eten, geen auto gebruiken of zelfs kinderloos door het leven gaan, zijn stuk voor stuk meer ingrijpende beslissingen.Maar dan moet de consument wel over eerlijke en transparante informatie beschikken. En daar wringt in de energiesector het schoentje.Volgens het meest recente brandstofmixrapport van de VREG (de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt) is bijna 34 procent van de in Vlaanderen verkochte energie op papier groen. Dat betekent dat er voor die verbruikte elektriciteit een garantie van oorsprong van een groene energiebron (waterkracht, zonne-energie, biogas, biomassa of windenergie) is. In realiteit is maar 5 procent van de verkochte energie in Vlaanderen ook écht afkomstig van Vlaamse groene bronnen.Om dat te begrijpen moeten we terug naar het vorige decennium, toen de garanties van oorsprong (GVO's) hun intrede deden op de Europese energiemarkt. GVO's - niet te verwarren met de groenestroomcertificaten - zijn bewijsstukken van de oorsprong van elektriciteit. Een energieproducent krijgt voor elk megawattuur groene energie die hij opwekt, recht op één GVO. Bovendien wordt die garantie van oorsprong gekoppeld aan een unieke code, zodat de bron van de opgewekte energie kan worden getraceerd.De bedoeling van dit systeem is om op een eenduidige en officiële manier de herkomst van energie in kaart te brengen. Dit zou de consument in staat moeten stellen om een geïnformeerde keuze te maken. Het probleem is echter dat GVO's ook kunnen worden verkocht, in het binnen- en buitenland. Iets wat energieproducenten in bijvoorbeeld Noorwegen, Italië en IJsland massaal doen.Belgische energiebedrijven kopen die spotgoedkope buitenlandse certificaten om hun grijze stroom (opgewekt via kerncentrales of fossiele brandstoffen) als groen te vermommen. Maar het zijn enkel de certificaten en dus niet de groene stroom zelf, die naar België komen. Van alle stroom die in Vlaanderen als 'groen' wordt verkocht, komt 70 procent gewoon van niet-duurzame bronnen, om vervolgens te worden groengewassen door garanties van oorsprong van buiten onze landsgrenzen.Dit leidt ertoe dat consumenten in twee landen denken dat ze goed bezig zijn, terwijl er op vlak van verduurzaming eigenlijk niets gebeurt. Te gek voor woorden natuurlijk, maar het is dagelijkse realiteit.Alle stroom die in IJsland wordt geproduceerd is groen. Door de vulkanische activiteit bulkt het land van de aardwarmte. Energieproducenten beschikken hierdoor over heel veel garanties van oorsprong die ze aan het buitenland kunnen verkopen. Op de energiefactuur van de IJslandse consumenten mag dan wel in kleine lettertjes staan dat hun 'energie nucleair en fossiel is, omdat de groene afkomst is verkocht', in de perceptie dringt dit niet door: IJslanders gaan er van uit dat al hun stroom groen is.Het percentage groene stroom op papier neemt er daarom zienderogen af. Volgens een rapport van de IJslandse energie-autoriteit Orkustofnun was in 2011, voordat het land startte met de handel in garanties van oorsprong, 100 procent van de IJslandse energie groen, in realiteit en op papier. Volgens de meest recente cijfers was in 2019 nog slechts 9 procent van de geleverde energie groen op papier. Terwijl in realiteit nog altijd 100 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen komt.Voor Belgische energieproducenten is het erg makkelijk en goedkoop om garanties van oorsprong te kopen. Het kost maar 1 euro per Belgisch huishouden per jaar om hun stroom als 'groen' te labelen. Omdat sjoemelstroom verkopen zo makkelijk en goedkoop is, doen de Belgische energieproducenten geen massale investeringen in zonnepanelen en windmolens. Ze blijven energie opwekken op een niet-duurzame manier, en kleven er dan een groene sticker op.IJslandse maar ook Noorse, Spaanse, Zweedse, Italiaanse of Franse geïmporteerde garanties van oorsprong dragen dus niets bij aan de vergroening van België. Men draait consumenten een rad voor de ogen, waardoor ze denken dat ze een bijdrage leveren in de verduurzaming van onze maatschappij.Om hier een eind aan te maken, moeten we zorgen voor toegankelijke en transparantie informatie voor de consument. Ik pleit voor een nutri-score op energiecontracten- en facturen, zoals bij voeding. Consumenten lezen geen kleine lettertjes van een energiecontract, net zoals ze niet de hele ingrediëntenlijst van hun potje yoghurt bestuderen. Ze willen in één oogopslag weten wat ze kopen. Helder en duidelijk op de verpakking, een statement over hoe groen je energie écht is. Is je energie afkomstig van lokale zonne-energie? Dan krijgt hij een A. Is hij ook lokaal, maar afkomstig uit biomassa? Dan krijgt hij een B. Is hij niet lokaal, maar gedekt door een garantie van oorsprong van een IJslandse windmolen? Dan krijgt hij een C. Over de exacte waardering kan gediscussieerd worden, maar mij gaat het om de transparantie.Als je consumenten de kans geeft om echt te kiezen waar hun energie vandaan komt, dan moeten de producenten volgen. Vertel consumenten door middel van een nutri-score voor elektriciteit eerlijk waar hun energie vandaan komt bij het afsluiten van hun contract: dat helpt de vergroening van ons land echt vooruit.