Wie herinnert zich nog de Max Havelaar-koffie van dertig jaar geleden? Het type product met een stempel 'eerlijke handel' dat mensen vroeger eerder occasioneel kochten, alsof het om een donatie aan een goed doel ging. Daar kunnen we nu wel wat meewarig over doen, maar die gewoonte heeft wel haar merite. Ze heeft de fairtradebeweging in gang gezet. Maar tegenwoordig omvat fairtrade zoveel meer dan 'een centje voor de arme boeren uit het Zuiden', om ons eventjes een warm gevoel te geven. Die liefdadigheidsinsteek impliceert bovendien een onevenwichtige relatie, zelfs dominantie.

En dat is niet waar eerlijke handel om draait. Vandaag gaan we uit van een evenwichtige uitwisseling tussen mensen die elkaar respecteren en als gelijken beschouwen, waarbij sociale rechtvaardigheid geen uitzondering is maar een evidentie. De producent is geen slachtoffer maar een gelijkwaardige partner, die we correct vergoeden voor zijn werk.

Eerlijke handel is geen liefdadigheid, maar een uitwisseling tussen mensen die elkaar respecteren.

Een evenwichtige relatie houdt in dat iedereen er beter van wordt. Niet enkel de boeren en de telers, maar ook de andere schakels in de keten. De verwerkende industrie en de groot- en kleinhandelaars krijgen een duurzamere en betrouwbaardere aanvoer, en ze doen een goede zaak op het gebied van hun imago. De consument weet dat zijn consumptie niet bijdraagt tot een slechtere wereld.

Maar als die filosofie stand wil houden, moeten de daaraan verbonden principes voor alle producten gelden, en niet afhangen van de goodwill van de sector en de consument. Ook al blijkt uit ons jaarverslag dat de verkoop van fairtraderoducten jaar na jaar stijgt - een verdubbeling tussen 2015 en nu, om precies te zijn - toch maakt ze maar een klein aandeel van onze totale consumptie uit. In België is meer dan een kwart van de bananen fairtrade, maar in chocolade en koffie schommelt het marktaandeel van fairtrade rond 5 à 6 procent.

Wat weerhoudt mensen ervan om massaal eerlijke producten te kopen? Uit een studie van Fairtrade Belgium blijkt dat de drempels vooral in ons hoofd zitten. Zo onderschatten consumenten het aanbod - velen zijn er zich niet van bewust dat er fairtrade-alternatieven in hun supermarkt liggen - terwijl ze de prijs ervan overschatten. Als ze het echte verschil met een regulier product te weten komen, zijn ze plots wel bereid fairtradeproducten te kopen. Want dat verschil is vaak veel kleiner dan mensen denken. Het is dus aan de retailsector om het aanbod zichtbaarder te maken en aan ons allemaal om meer aandacht te hebben voor het bestaande aanbod. Er is dus nog een enorme marge voor vooruitgang.

Waarom zouden principes als sociale rechtvaardigheid enkel moeten gelden voor fairtradeproducten?

Wat dan met producten die niet aan de fairtradenormen beantwoorden? Waarom zouden ook zij niet gewoon principes als sociale rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid moeten toepassen? Er is zeker wat vooruitgang te bespeuren, want best veel merken hebben tegenwoordig interne duurzaamheidsprogramma's. Helaas maakt het aspect van eerlijke handel met de producent daar zelden deel van uit, en focussen die programma's vooral op een betere productiviteit voor de producenten, zonder ze daar beter voor te vergoeden. Dat leidt op lange termijn zelden tot betere inkomens. In tegenstelling tot de fairtradefilosofie, die een gelijkwaardig partnership inhoudt, stellen de aankopers van de grote voedingsmerken hun regels vaak op vanuit hun perspectief, zonder de belangen van de boeren en de telers in rekening te brengen. Dat is vaak een gevolg van een hardnekkige postkoloniale maatschappijvisie, die wel enkele rechten toekent aan producenten, maar ze niet als gelijken beschouwt. Zolang dat niet wordt rechtgetrokken, zijn de geleverde inspanningen onvoldoende.

En de overheid? Die speelt uiteraard ook een sleutelrol, die ze kan vervullen via initiatieven als het 'Beyond Chocolate'-initiatief dat de transitie naar eerlijke chocolade faciliteert. Ze kan ook wetgeving introduceren, zoals een zorgplichtwet, die bedrijven verplicht de mensenrechten en het milieu te respecteren in hun volledige productieketen.

Kortom, eerlijke handel is de fase van de symbolische geste om ons geweten te sussen al lang ontgroeid, en levert een structurele bijdrage aan meer sociale rechtvaardigheid en een beter milieu. Het is een drijvende kracht achter een verduurzamende wereld, die zichzelf misschien zelfs ooit overbodig maakt. Dat hoop ik althans, maar eerst moeten er nog heel wat grondige veranderingen komen in onze manier van handel drijven. Dat wilt zeggen dat bedrijven prijstaboes moeten doorbreken door een eerlijkere prijs bespreekbaar te maken. Het betekent ook dat we de boeren en de telers als partners moeten beschouwen in plaats van als goede doelen.

Wie herinnert zich nog de Max Havelaar-koffie van dertig jaar geleden? Het type product met een stempel 'eerlijke handel' dat mensen vroeger eerder occasioneel kochten, alsof het om een donatie aan een goed doel ging. Daar kunnen we nu wel wat meewarig over doen, maar die gewoonte heeft wel haar merite. Ze heeft de fairtradebeweging in gang gezet. Maar tegenwoordig omvat fairtrade zoveel meer dan 'een centje voor de arme boeren uit het Zuiden', om ons eventjes een warm gevoel te geven. Die liefdadigheidsinsteek impliceert bovendien een onevenwichtige relatie, zelfs dominantie.En dat is niet waar eerlijke handel om draait. Vandaag gaan we uit van een evenwichtige uitwisseling tussen mensen die elkaar respecteren en als gelijken beschouwen, waarbij sociale rechtvaardigheid geen uitzondering is maar een evidentie. De producent is geen slachtoffer maar een gelijkwaardige partner, die we correct vergoeden voor zijn werk.Een evenwichtige relatie houdt in dat iedereen er beter van wordt. Niet enkel de boeren en de telers, maar ook de andere schakels in de keten. De verwerkende industrie en de groot- en kleinhandelaars krijgen een duurzamere en betrouwbaardere aanvoer, en ze doen een goede zaak op het gebied van hun imago. De consument weet dat zijn consumptie niet bijdraagt tot een slechtere wereld.Maar als die filosofie stand wil houden, moeten de daaraan verbonden principes voor alle producten gelden, en niet afhangen van de goodwill van de sector en de consument. Ook al blijkt uit ons jaarverslag dat de verkoop van fairtraderoducten jaar na jaar stijgt - een verdubbeling tussen 2015 en nu, om precies te zijn - toch maakt ze maar een klein aandeel van onze totale consumptie uit. In België is meer dan een kwart van de bananen fairtrade, maar in chocolade en koffie schommelt het marktaandeel van fairtrade rond 5 à 6 procent. Wat weerhoudt mensen ervan om massaal eerlijke producten te kopen? Uit een studie van Fairtrade Belgium blijkt dat de drempels vooral in ons hoofd zitten. Zo onderschatten consumenten het aanbod - velen zijn er zich niet van bewust dat er fairtrade-alternatieven in hun supermarkt liggen - terwijl ze de prijs ervan overschatten. Als ze het echte verschil met een regulier product te weten komen, zijn ze plots wel bereid fairtradeproducten te kopen. Want dat verschil is vaak veel kleiner dan mensen denken. Het is dus aan de retailsector om het aanbod zichtbaarder te maken en aan ons allemaal om meer aandacht te hebben voor het bestaande aanbod. Er is dus nog een enorme marge voor vooruitgang.Wat dan met producten die niet aan de fairtradenormen beantwoorden? Waarom zouden ook zij niet gewoon principes als sociale rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid moeten toepassen? Er is zeker wat vooruitgang te bespeuren, want best veel merken hebben tegenwoordig interne duurzaamheidsprogramma's. Helaas maakt het aspect van eerlijke handel met de producent daar zelden deel van uit, en focussen die programma's vooral op een betere productiviteit voor de producenten, zonder ze daar beter voor te vergoeden. Dat leidt op lange termijn zelden tot betere inkomens. In tegenstelling tot de fairtradefilosofie, die een gelijkwaardig partnership inhoudt, stellen de aankopers van de grote voedingsmerken hun regels vaak op vanuit hun perspectief, zonder de belangen van de boeren en de telers in rekening te brengen. Dat is vaak een gevolg van een hardnekkige postkoloniale maatschappijvisie, die wel enkele rechten toekent aan producenten, maar ze niet als gelijken beschouwt. Zolang dat niet wordt rechtgetrokken, zijn de geleverde inspanningen onvoldoende.En de overheid? Die speelt uiteraard ook een sleutelrol, die ze kan vervullen via initiatieven als het 'Beyond Chocolate'-initiatief dat de transitie naar eerlijke chocolade faciliteert. Ze kan ook wetgeving introduceren, zoals een zorgplichtwet, die bedrijven verplicht de mensenrechten en het milieu te respecteren in hun volledige productieketen.Kortom, eerlijke handel is de fase van de symbolische geste om ons geweten te sussen al lang ontgroeid, en levert een structurele bijdrage aan meer sociale rechtvaardigheid en een beter milieu. Het is een drijvende kracht achter een verduurzamende wereld, die zichzelf misschien zelfs ooit overbodig maakt. Dat hoop ik althans, maar eerst moeten er nog heel wat grondige veranderingen komen in onze manier van handel drijven. Dat wilt zeggen dat bedrijven prijstaboes moeten doorbreken door een eerlijkere prijs bespreekbaar te maken. Het betekent ook dat we de boeren en de telers als partners moeten beschouwen in plaats van als goede doelen.