Bedrijven, merken, ondernemers en handelaars betalen weleens een bekend gezicht - een zogenaamde influencer - om op sociale media reclame te maken over hun producten of diensten. Volgens een recent onderzoek van de Arteveldehogeschool en de handelsfederatie Comeos bij meer dan 5.000 consumenten blijkt dat zulke onlinepubliciteit uiterst effectief is: één op de drie Belgen die influencers volgen, heeft de voorbije drie maanden iets gekocht door toedoen van zo'n ambassadeur.
...

Bedrijven, merken, ondernemers en handelaars betalen weleens een bekend gezicht - een zogenaamde influencer - om op sociale media reclame te maken over hun producten of diensten. Volgens een recent onderzoek van de Arteveldehogeschool en de handelsfederatie Comeos bij meer dan 5.000 consumenten blijkt dat zulke onlinepubliciteit uiterst effectief is: één op de drie Belgen die influencers volgen, heeft de voorbije drie maanden iets gekocht door toedoen van zo'n ambassadeur.De studie maakt een onderscheid tussen jongeren van 16 tot en met 24 jaar enerzijds en 25-plussers anderzijds. Vooral die eerste leeftijdsgroep is vatbaar voor aanprijzingen van producten door populaire mensen. 87 procent van de jongeren volgt influencers op sociale media - voornamelijk op Instagram, TikTok en Snapchat. Drie op de vier binnen deze groep vinden het een goed idee dat merken zulke ambassadeurs inzetten. Ze verwachten wel dat zij authentiek zijn en enkel producten promoten waar ze zelf achter staan.Naarmate we ouder worden, zijn we minder geneigd ons te laten leiden door commerciële posts op sociale media. Anders gesteld: het verstand komt met de jaren. En toch volgt nog altijd 42,4 procent van de 25-plussers minstens één influencer - voornamelijk op Facebook. 54,3 procent van hen zoekt naar extra informatie over de aangeprezen merken, en net geen 40 procent besluit effectief een merk te volgen door toedoen van zo'n influencer. Het inzetten van influencers om producten of merken te promoten is volstrekt wettelijk, maar alleen op voorwaarde dat zulke personen in hun posts duidelijk vermelden dat de berichten een commercieel karakter hebben. Tot voor kort was het niet duidelijk hoe dat precies moest gebeuren, maar sinds 25 april 2022 gelden er door toedoen van staatssecretaris voor Consumentenbescherming Eva De Bleeker (Open Vld) specifieke regels voor elke vorm van influencermarketing in ons land.Influencers moeten bij elke betaalde post de hashtag #reclame, #advertentie of #publiciteit vermelden. Zijn de gemaakte afspraken minder formeel, dan volstaat #gesponsord als toevoeging aan een bericht. Dat kan bijvoorbeeld wanneer er geen contract werd opgemaakt, indien er niets werd afgesproken over het minimaal aantal posts of wanneer de influencer geen commissie ontvangt op basis van het aantal kliks.Bij elk commercieel bericht dat influencers posten, zijn ze voortaan verplicht een van die hashtags te gebruiken. Daardoor zien consumenten meteen dat het om een of andere vorm van reclame gaat. Influencers die zich niet aan de regels houden, riskeren boetes tot maar liefst 80.000 euro. De Economische Inspectie zal op eigen initiatief proactief controles uitvoeren, maar kan ook optreden bij klachten van consumenten of concurrenten.Opdrachtgevers doen er dus goed aan om de bekende personen die ze inschakelen in te lichten over de nieuwe regels en risico's. Maar ze moeten ook zelf op hun tellen passen. "De verantwoordelijkheid ligt bij de influencer", klinkt het bij het kabinet van Eva De Bleeker. "Als een handelaar echter aan de influencer vraagt om het commerciële aspect in een post te verbergen, dan kan men oordelen dat hij actief bijdraagt tot de inbreuk. Hij kan dan beschouwd worden als medeplichtige, en riskeert dan ook een boete." Binnenkort moet ook de omzetting van een Europese richtlijn de consument nog beter beschermen. Elke lidstaat mag een eigen interpretatie geven aan de zogeheten Omnibusrichtlijn. Nederland vertaalde die enkele maanden geleden al in een nationale wet, en ook in ons land zorgde staatssecretaris De Bleeker begin deze maand voor een concrete omzetting. De nieuwe Belgische wetgeving die daaruit voortvloeit, geldt vanaf 28 mei 2022.Allereerst wil die zowel online- als offlineconsumenten beter beschermen tijdens de solden. "Misleidende kortingen krijgen voortaan minder kans door strengere regels omtrent de aanduiding van prijsverminderingen", legt Eva De Bleeker uit. "Dat winkels hun prijzen kortstondig en kunstmatig optrokken net voor de koopjesperiode, om vervolgens bijzonder grote 'kortingen' aan te kondigen tijdens de solden, bleek op basis van de controles van de Economische Inspectie een oud zeer. Daar komt nu verandering in."Fysieke winkels en webshops zullen bij hun koopjes voortaan steeds de referentieprijs moeten vermelden. Die referentieprijs is de laagste prijs die door de verkoper werd geafficheerd tijdens de periode van dertig dagen voorafgaand aan de korting.Daarnaast breidt de omzetting van de Omnibusrichtlijn ook de consumentenrechten uit die betrekking hebben op e-commerce. De Belgische wetgeving hieromtrent klinkt een beetje vaag, maar het komt hierop neer: wanneer u als consument uw persoonsgegevens opgeeft in ruil voor het gratis gebruik van een digitale dienst (zoals een cloudtoepassing of een sociaal netwerk), dan hebt u dezelfde rechten als betalende gebruikers van diezelfde dienst. We polsten bij het kabinet van De Bleeker naar meer uitleg, maar die kwam er niet.De nieuwe wetgeving voorziet ook in een expliciet verbod op valse reviews op onlineplatformen. Dat betekent concreet dat wanneer een bedrijf of handelaar op zijn website beoordelingen over zijn producten of diensten van (zogezegde) klanten vermeldt, die niet misleidend of gemanipuleerd mogen zijn. Volgens de wettekst moet u 'redelijke en proportionele stappen nemen om na te gaan of de beoordelingen afkomstig zijn van echte consumenten'. De boetes kunnen eveneens oplopen tot 80.000 euro of 4 procent van de jaaromzet.Een bijkomende nieuwigheid is de verplichting voor onlinemarktplaatsen om een duidelijk onderscheid te maken tussen particuliere en professionele verkopers. Wanneer een handelaar zijn producten bijvoorbeeld op Bol.com, eBay of Amazon aanbiedt, dan geldt daar binnenkort een extra informatieverplichting. Het onderscheid is voor een onlineconsument erg belangrijk, want een aankoop via een professionele verkoper geeft hem meer rechten dan via een particulier. Denk maar aan het garantie- en herroepingsrecht.We schreven eerder al dat het garantierecht uitgebreid zou worden vanaf 1 januari 2022. "Helaas is België te laat met de omzetting van de Europese richtlijn", zegt Karen Ghysels, directeur van de Belgische afdeling van het Europees Centrum voor de Consument. "Daardoor treedt de Belgische wet pas in werking op 1 juni 2022."Dankzij Europa heeft u vandaag al twee jaar wettelijke garantie op al uw privéaankopen bij een Europese (online)handelaar. Gaat uw aankoop binnen de zes maanden stuk? In dat geval moet de verkoper die herstellen, omruilen of terugbetalen. Tenzij hij kan aantonen dat u het defect veroorzaakt heeft. Gaat het product meer dan zes maanden na de aankoop stuk? Dan kan de verkoper u vandaag nog vragen om aan te tonen dat het om een fabricagefout gaat. Dat is als consument lang niet altijd vanzelfsprekend.Maar daar komt vanaf 1 juni 2022 verandering in. "De nieuwe wet verlengt de duur van de bewijslast van zes maanden naar twee jaar", zegt Karen Ghysels. "De verkoper zal in de toekomst dus tijdens de volledige twee jaar na de levering van een aankoop verantwoordelijk blijven voor eventuele gebreken."