In april stortte de indicator van het consumentenvertrouwen als gevolg van de coronacrisis volledig in naar -26, komende van -9 in maart. Het was de grootste daling ooit van het vertrouwen van de gezinnen en de indicator kwam dicht bij het historisch dieptepunt. Dat werd bereikt in januari en augustus 1985 (-28).

Het vertrouwen nam in mei alweer licht toe tot -23. En ook in juni was de consument al wat minder pessimistisch, zo blijkt vrijdag, al blijft de indicator op -19 erg laag. "Het vertrouwensherstel is voornamelijk te danken aan minder sombere algemene macro-economische vooruitzichten, ook al verwachten de consumenten geen verbetering van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt", zegt de Nationale Bank. Opmerkelijk is ook dat gezinnen positiever zijn over hun spaarintenties. De indicator stijgt van 7 in mei naar 13 in juni.

Als gevolg van de coronacrisis vult de Nationale Bank de consumentenenquête sinds april aan met twee extra vragen. Daaruit blijkt dat meer mensen aangeven geen of amper (minder dan 10 procent) inkomensverlies te lijden (80 procent in juni, tegenover 74 in mei), terwijl er minder gezinnen met een hoog inkomensverlies (meer dan 30 procent) zijn (van 12 procent in mei naar 9 procent in juni). Het aandeel respondenten die verklaren dat ze maar over een heel kleine spaarbuffer beschikken - slechts voldoende om een maand in hun levensonderhoud te voorzien - is gedaald tot 9 procent, tegenover 11 procent bij de vorige enquête.

In april stortte de indicator van het consumentenvertrouwen als gevolg van de coronacrisis volledig in naar -26, komende van -9 in maart. Het was de grootste daling ooit van het vertrouwen van de gezinnen en de indicator kwam dicht bij het historisch dieptepunt. Dat werd bereikt in januari en augustus 1985 (-28). Het vertrouwen nam in mei alweer licht toe tot -23. En ook in juni was de consument al wat minder pessimistisch, zo blijkt vrijdag, al blijft de indicator op -19 erg laag. "Het vertrouwensherstel is voornamelijk te danken aan minder sombere algemene macro-economische vooruitzichten, ook al verwachten de consumenten geen verbetering van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt", zegt de Nationale Bank. Opmerkelijk is ook dat gezinnen positiever zijn over hun spaarintenties. De indicator stijgt van 7 in mei naar 13 in juni. Als gevolg van de coronacrisis vult de Nationale Bank de consumentenenquête sinds april aan met twee extra vragen. Daaruit blijkt dat meer mensen aangeven geen of amper (minder dan 10 procent) inkomensverlies te lijden (80 procent in juni, tegenover 74 in mei), terwijl er minder gezinnen met een hoog inkomensverlies (meer dan 30 procent) zijn (van 12 procent in mei naar 9 procent in juni). Het aandeel respondenten die verklaren dat ze maar over een heel kleine spaarbuffer beschikken - slechts voldoende om een maand in hun levensonderhoud te voorzien - is gedaald tot 9 procent, tegenover 11 procent bij de vorige enquête.