In 2014 bestonden materialen voor consumptie voor 15,9 procent uit secundaire grondstoffen. In 2016 ging het om 19 procent, en in 2018 steeg het percentage naar 20,7 procent. 'Dat is een goede vooruitgang', zegt Luc Alaerts, manager van het Steunpunt Circulaire Economie. 'Maar het is belangrijk om ook breder te kijken: hoe goed is de kwaliteit van die secundaire materialen? Volgende stappen zijn bovendien nodig: het delen van producten wordt belangrijk, het gebruik ervan als dienst verkopen enzovoort.'

Vooral op vlak van recyclage is Vlaanderen koploper in Europa. Ook de afvalstromen zelf verminderen, op het niveau van de gezinnen weliswaar. In 2019 produceerde een Vlaming gemiddeld 143,5 kilogram restafval, in 2013 was dat nog 158,6 kilogram. Het streefdoel van de Vlaamse overheid is om naar 100 kilogram tegen 2030 te gaan. 'Dat is nog een lange weg, blijven focussen is belangrijk.'

Bedrijven produceren sinds 2012 weer meer afval, nadat er een daling was opgetekend tussen 2007 en 2011. De stijging vertraagt evenwel. 'Ook hier is dus nog werk aan de winkel.'

43.261 werknemers

Ook op sociaaleconomisch vlak biedt de monitor enkele cijfers aan. Zo heeft het Steunpunt berekend dat er in de circulaire economie in 2020 43.261 werknemers aan de slag waren. Bekeken vanaf 2008 komt dat neer op een toename van 16,4 procent, terwijl het over de globale tewerkstelling in Vlaanderen om een stijging van 5,8 procent ging. Het verschil tussen beide cijfers is al groot, maar moet nog groter worden, stelt het rapport.

Het Steunpunt Circulaire Economie, dat onderzoekers van verschillende universiteiten verenigt, komt tot zijn conclusies door vijf jaar aan onderzoek te bundelen in een online monitor. Aan de hand van meer dan 110 indicatoren is nagegaan hoe ver Vlaanderen staat op vlak van circulaire economie. Indicatoren gaan bijvoorbeeld over consumentengoederen, mobiliteit, voeding en huisvesting. Elke indicator geeft gedetailleerde cijfers over hoe duurzaam de bepaalde sector is. 'De monitor is het startpunt voor verdere beleidskeuzes', besluit Alaerts.

In 2014 bestonden materialen voor consumptie voor 15,9 procent uit secundaire grondstoffen. In 2016 ging het om 19 procent, en in 2018 steeg het percentage naar 20,7 procent. 'Dat is een goede vooruitgang', zegt Luc Alaerts, manager van het Steunpunt Circulaire Economie. 'Maar het is belangrijk om ook breder te kijken: hoe goed is de kwaliteit van die secundaire materialen? Volgende stappen zijn bovendien nodig: het delen van producten wordt belangrijk, het gebruik ervan als dienst verkopen enzovoort.' Vooral op vlak van recyclage is Vlaanderen koploper in Europa. Ook de afvalstromen zelf verminderen, op het niveau van de gezinnen weliswaar. In 2019 produceerde een Vlaming gemiddeld 143,5 kilogram restafval, in 2013 was dat nog 158,6 kilogram. Het streefdoel van de Vlaamse overheid is om naar 100 kilogram tegen 2030 te gaan. 'Dat is nog een lange weg, blijven focussen is belangrijk.' Bedrijven produceren sinds 2012 weer meer afval, nadat er een daling was opgetekend tussen 2007 en 2011. De stijging vertraagt evenwel. 'Ook hier is dus nog werk aan de winkel.' Ook op sociaaleconomisch vlak biedt de monitor enkele cijfers aan. Zo heeft het Steunpunt berekend dat er in de circulaire economie in 2020 43.261 werknemers aan de slag waren. Bekeken vanaf 2008 komt dat neer op een toename van 16,4 procent, terwijl het over de globale tewerkstelling in Vlaanderen om een stijging van 5,8 procent ging. Het verschil tussen beide cijfers is al groot, maar moet nog groter worden, stelt het rapport. Het Steunpunt Circulaire Economie, dat onderzoekers van verschillende universiteiten verenigt, komt tot zijn conclusies door vijf jaar aan onderzoek te bundelen in een online monitor. Aan de hand van meer dan 110 indicatoren is nagegaan hoe ver Vlaanderen staat op vlak van circulaire economie. Indicatoren gaan bijvoorbeeld over consumentengoederen, mobiliteit, voeding en huisvesting. Elke indicator geeft gedetailleerde cijfers over hoe duurzaam de bepaalde sector is. 'De monitor is het startpunt voor verdere beleidskeuzes', besluit Alaerts.