Heel wat mensen met een chronische ziekte en ook gewezen kankerpatiënten raken niet of pas na betaling van een erg hoge premie aan een schuldsaldoverzekering. Dat is een verzekering die de afbetaling van de lening overneemt bij hun overlijden. Op die manier worden hun erfgenamen er niet meer mee belast. Maar de verzekeraars vonden tot nog toe de risico's te hoog. In 2010 werd bepaald dat voor deze mensen een andere oplossing moest worden gevonden. Die voorziet onder meer in de oprichting van een opvolgingsbureau, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verzekeraars en vertegenwoordigers van patiënten en consumenten. Zij moeten oordelen of de gevraagde meerprijs gerechtvaardigd is of niet. Is dat niet het geval, dan mag dit bureau een lagere bijpremie opleggen. Daarnaast moet er een compensatiekas komen. Die zorgt ervoor dat de consument maximaal drie keer de normale premie moet betalen. Alles daarboven wordt door de kas zelf betaald. De kas haalt haar middelen daarvoor bij de verzekeraars en de kredietinstellingen. Na drie jaar is deze wet echter nog steeds niet in de praktijk gebracht. Dat komt omdat er lang discussie was over een gedragscode. De Commissie voor Verzekeringen, die de overheid moet adviseren, slaagde er immers niet in om een gedragscode op te stellen. Die bepaalt onder meer de vragen die een verzekeraar mag stellen aan de verzekerde om diens premie te bepalen. Het is nu aan de ministers van Economie en Volksgezondheid om hierover zelf een besluit uit te vaardigen, alsook om het opvolgingsbureau en de compensatiekas op te richten. Zij hebben hun ontwerp klaar. Het moet echter nog worden besproken bij de Privacycommissie en bij de Commissie voor Verzekeringen. Nadien moet het nog naar de Raad van State. En dus duurt het nog even vooraleer de zaak rond is. (Belga)

Heel wat mensen met een chronische ziekte en ook gewezen kankerpatiënten raken niet of pas na betaling van een erg hoge premie aan een schuldsaldoverzekering. Dat is een verzekering die de afbetaling van de lening overneemt bij hun overlijden. Op die manier worden hun erfgenamen er niet meer mee belast. Maar de verzekeraars vonden tot nog toe de risico's te hoog. In 2010 werd bepaald dat voor deze mensen een andere oplossing moest worden gevonden. Die voorziet onder meer in de oprichting van een opvolgingsbureau, dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verzekeraars en vertegenwoordigers van patiënten en consumenten. Zij moeten oordelen of de gevraagde meerprijs gerechtvaardigd is of niet. Is dat niet het geval, dan mag dit bureau een lagere bijpremie opleggen. Daarnaast moet er een compensatiekas komen. Die zorgt ervoor dat de consument maximaal drie keer de normale premie moet betalen. Alles daarboven wordt door de kas zelf betaald. De kas haalt haar middelen daarvoor bij de verzekeraars en de kredietinstellingen. Na drie jaar is deze wet echter nog steeds niet in de praktijk gebracht. Dat komt omdat er lang discussie was over een gedragscode. De Commissie voor Verzekeringen, die de overheid moet adviseren, slaagde er immers niet in om een gedragscode op te stellen. Die bepaalt onder meer de vragen die een verzekeraar mag stellen aan de verzekerde om diens premie te bepalen. Het is nu aan de ministers van Economie en Volksgezondheid om hierover zelf een besluit uit te vaardigen, alsook om het opvolgingsbureau en de compensatiekas op te richten. Zij hebben hun ontwerp klaar. Het moet echter nog worden besproken bij de Privacycommissie en bij de Commissie voor Verzekeringen. Nadien moet het nog naar de Raad van State. En dus duurt het nog even vooraleer de zaak rond is. (Belga)