De werkgever moet een bepaald percentage van de bedrijfsvoorheffing niet doorstorten. Voor overuren die vergoed worden met een premie van 20 procent bedraagt de vrijstelling 32,19 procent op de brutolonen die als basis dienden voor de berekening van de bonus. Gaat het om een premie van 50 of 100 procent dan bedraagt de vrijstelling 41,25 procent. Een voorbeeld: geniet de arbeider een brutoloon van 14 euro per uur, dan worden zijn overuren bij een premie van 50 procent vergoed tegen 21 euro bruto euro. Als hij dan 180 overuren presteert, verdient hij 180 x 21 euro of 3.780 euro. Daarop moet de werkgever 180 uren x 14 euro x 41,25 procent of 1.039,50 euro aan bedrijfsvoorheffing niet doorstorten aan de fiscus. De werknemer van zijn kant geniet dan weer van een belastingvermindering bij het presteren van overuren. Bij een bonus van 20 procent bedraagt die 66,81 procent van de brutolonen die aan de basis lagen van die bonus. Bij een premie van 50 of 100 procent om 57,75 procent. In ons vorig voorbeeld geeft dat een belastingvermindering van 180 x 14 x 57,75 procent of 1.455,30 euro op een bruto-inkomen van 180 uren x 21 euro of 3.780 euro. Normaal geldt de regeling voor de eerste schijf van 130 uren. Op werven waar een elektronische aanwezigheidsregistratie wordt gedaan, wordt dat opgetrokken naar 180 uren. Door het verplichten van een dergelijke registratie op grote werven sinds 1 april 2014, komen nu meer bouwvakkers in aanmerking voor een belastingvermindering. De belastingvermindering laat zich reeds gevoelen bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor de maand waarin de overuren werden gepresteerd. (Belga)