Het netto beroepsinkomen van de werkende Vlaming is in 2018 gestegen naar gemiddeld 2.240 euro per maand. Dat is 9 procent meer dan de 2.064 euro per maand in 2006, een stijging van 0,7 procentpunt per jaar.

Toch is het nuttig verder te kijken dan enkel het gemiddelde cijfer. Zo blijkt uit de cijfers bijvoorbeeld dat het aantal mensen met hoge beroepsinkomens sinds 2006 duidelijk is gestegen en dat er steeds minder Vlamingen een inkomen hebben dat lager ligt dan 2.000 euro. Enkele cijfers: in 2018 lag bij 42 procent van de bevolking het beroepsinkomen lager dan 2.000 euro per maand terwijl dat in 2006 nog ging om 53 procent. De groep met 1.000 tot 2.000 euro per maand telde in 2018 ruim 32 procent van de bevolking, in 2006 was dat nog 41 procent.

Ook bij de hogere inkomens is er een verschuiving bezig. Zo had in 2006 maar 14 procent van de bevolking een inkomen hoger dan 3.000 euro per maand. In 2018 is dat cijfer gestegen naar 16 procent.

Nog een opvallende tendens is de toename van het inkomen onder werkende vrouwen. Dat is sinds 2006 met 17 procent gestegen van 1.673 euro per maand in 2006 naar 1.956 euro in 2018. Het beroepsinkomen van werkende mannen ligt nog wel een stuk hoger, meer bepaald op 2.500 euro per maand, maar de stijging sinds 2006 bleef voor die werkende mannen beperkt tot 6 procent.