In 2011 verliet nog 8,82% van de werknemers zijn organisatie op vrijwillige basis. In 2012 was dat nog 7,39%. In 2013 is dat slechts 7,01%. Meer dan voorgaande jaren bleven werknemers op post. De economische malaise zorgt ervoor dat werknemers bij hun werkgever blijven. Slechts 13% van de hoger opgeleide werknemers en 9% van de lager opgeleiden zegt dat ze op korte termijn van plan is om van werkgever te veranderen. 60% van de hoog opgeleiden en 80% van de laagopgeleiden maakt geen plannen om te vertrekken. Ze schatten hun kansen om snel een evenwaardige job te vinden niet hoog in. Het onvrijwillig verloop steeg licht. In vergelijking met 2012 is er een stijging te zien van 11,49% in 2012 tot 12,25% in 2013. De jongste werknemers werden het voorbije jaar dan weer minder snel aan de deur gezet in vergelijking met 2012 (20,17% tegenover 22,37%). Ondanks de daling voor deze groep blijft het aantal ontslagen jongeren procentueel nog steeds hoger dan bij alle andere leeftijdsgroepen. In dezelfde lijn daalde ook het onvrijwillig verloop bij werknemers met minder dan 1 jaar anciënniteit. Gemiddeld verliest 22,41% zijn job binnen het jaar in 2013, tegenover 24,35% in 2012. Ook arbeiders werden in 2013 vaker aan de deur gezet dan in 2012, respectievelijk 13,7% en 12,44%., onder andere door de terugloop van de tewerkstelling in de industriële sector. Het grootste onvrijwillig verloop is nog steeds te zien in de kleinste bedrijven (14,85%). Ook voor de grootste bedrijven is er opnieuw een stijging waar te nemen in vergelijking met 2012: het onvrijwillig verloop bedraagt daar 10,53% in 2013 tegenover 7,78% het jaar daarvoor. (Belga)