In het tweede kwartaal van dit jaar nam de spaarquote nog toe met 0.2 procentpunt, volgens de statistieken van de NBB. Het bruto beschikbaar inkomen steeg met 0,7 % als gevolg van een verhoging van de verloning (goed voor een bijdrage van 0,6 procentpunt) en van de inkomens uit vermogen (goed voor een bijdrage van 0,3 procentpunt) tijdens het tweede kwartaal van 2013. Bij de overige componenten droegen enkel de lopende belastingen op inkomen en vermogen negatief bij tot het verloop van het beschikbaar inkomen (-0,5 procentpunt), terwijl de inkomens van de zelfstandigen en de sociale uitkeringen minus de sociale bijdragen positief bijdroegen, zij het in beperktere mate (respectievelijk 0,1 en 0,2 procentpunt). De consumptie steeg minder snel dan de inkomsten, waardoor de gezinnen iets meer geld overhielden om te sparen. De investeringsquote van de huishoudens stabiliseerde zich tijdens het tweede kwartaal op 9,3 % en onderbrak zo de neerwaartse trend van de afgelopen jaren. De huidige spaarqquote van 15.5 procent blijft net onder het tienjaarsgemiddelde van 15.8 procent. In crisisjaar 2009 spaarden de Belgen zelfs 19.5 procent van het beschikbare inkomen. Volgens de prognoses van de Nationale Bank klokt de spaarquote in 2013 af op een gemiddelde van 15.1 procent. Voor 2014 wordt een spaarquote van 15.2 procent verwacht. (Belga)

In het tweede kwartaal van dit jaar nam de spaarquote nog toe met 0.2 procentpunt, volgens de statistieken van de NBB. Het bruto beschikbaar inkomen steeg met 0,7 % als gevolg van een verhoging van de verloning (goed voor een bijdrage van 0,6 procentpunt) en van de inkomens uit vermogen (goed voor een bijdrage van 0,3 procentpunt) tijdens het tweede kwartaal van 2013. Bij de overige componenten droegen enkel de lopende belastingen op inkomen en vermogen negatief bij tot het verloop van het beschikbaar inkomen (-0,5 procentpunt), terwijl de inkomens van de zelfstandigen en de sociale uitkeringen minus de sociale bijdragen positief bijdroegen, zij het in beperktere mate (respectievelijk 0,1 en 0,2 procentpunt). De consumptie steeg minder snel dan de inkomsten, waardoor de gezinnen iets meer geld overhielden om te sparen. De investeringsquote van de huishoudens stabiliseerde zich tijdens het tweede kwartaal op 9,3 % en onderbrak zo de neerwaartse trend van de afgelopen jaren. De huidige spaarqquote van 15.5 procent blijft net onder het tienjaarsgemiddelde van 15.8 procent. In crisisjaar 2009 spaarden de Belgen zelfs 19.5 procent van het beschikbare inkomen. Volgens de prognoses van de Nationale Bank klokt de spaarquote in 2013 af op een gemiddelde van 15.1 procent. Voor 2014 wordt een spaarquote van 15.2 procent verwacht. (Belga)