De financiële markten reageerden heel rustig op de Fed-beslissing van 3 november om van start te gaan met de afbouw van de stimulusprogramma. Tot nog toe kocht de Amerikaanse centrale bank maandelijks voor 120 miljard dollar aan schuldpapier op. Fed-voorzitter Jerome Powell - wiens herverkiezing als voorzitter almaar minder waarschijnlijk is - kondigde vorige week woensdag aan dat de Fed vanaf november al maandelijks voor 15 miljard dollar minder zal aankopen.

Het wordt dus een marktconforme, want geleidelijke tapering. Dat bekent dat het stimulusprogramma tegen midden volgend jaar zal zijn afgerond. De Amerikaanse economie is voldoende hersteld van de impact van de pandemie, de inflatie zit ver boven de doelstelling van 2 procent. Enkel de arbeidsmarkt zit nog niet op het peil van voor de coronacrisis. Maar dat heeft meer te maken met een tekort aan beschikbare werkkrachten dan met een gebrekkige vraag naar werknemers.

Het banenrapport voor oktober was wel een meevaller na tweede opeenvolgende zwakke banenrapporten. Er kwamen in oktober meer dan 500.000 nieuwe banen bij. De markten reageerden gunstig.

Deze week krijgen we woensdag het inflatiecijfer voor oktober in de Verenigde Staten. Zullen de financiële markten dat evengoed verteren als het banenrapport? De economen vrezen een verdere stijging van de inflatie tot 5,8 procent, tegenover nog 5,4 procent in september. Ook de kerninflatie (zonder energie en voeding) zou verder zijn opgelopen van 4 tot 4,3 procent. Als die cijfers gehaald of overtroffen worden, zou er wel zenuwachtigheid op de markten kunnen zijn.

In de VS zijn ze zo goed als rond, maar in Europa en bij ons krijgen we deze week nog wel wat (belangrijke) bedrijfsresultaten over het derde kwartaal. In ons land komen deze week nog onder meer Aedificia, Ageas, Agfa-Gevaert, Biocartis, bpost, Care Property, Celyad, KBC en Texaf aan de beurt. Op Europees niveau kijken we uit naar het cijfermateriaal van onder meer ABN Amro, Adidas, Ahold Delhaize, Alstom, ArcelorMittal, Bayer, BioNtech en Siemens.

Schuldenexplosie

De wereld heeft al langer dan vorig jaar een ernstig schuldenprobleem. Boven op die schuldenpandemie kwam vorig jaar een wereldwijde gezondheidscrisis. De verplichte quarantainemaatregelen en de herhaaldelijke lockdowns hadden een bijzonder zware impact op de economische activiteit. Om de zwaarste economische crisis in de naoorlogse periode te vermijden, grepen de centrale banken en de overheden gezamenlijk op een nooit eerder geziene manier in. Een pluspunt daarvan is dat de economische schade anderhalf jaar na het uitbreken van de coronacrisis veel beter meevalt dan toen ingeschat werd. Een groot minpunt is dat het dramatische gevolgen had voor de schuldontwikkeling.

Een autoriteit op het gebied van schulden van landen is het Institute of International Finance (IIF). Begin vorig jaar al waarschuwde het voor een verregaande verslechtering dit jaar. Volgens het IIF was de wereldwijde schuld eind 2020 opgelopen tot het duizelingwekkende record van 274.500 miljard dollar, of 335 procent van het wereld-bbp (de optelsom van de geproduceerde goederen en diensten in één jaar). Dat betekent een recordtoename van 19.500 miljard tegenover het jaar voordien, het dubbele van in 2019. Het IIF telt zowel de privéschuld (particulieren en bedrijven), de overheidsschuld als de schuld van de financiële sector. Niet alle economen vinden die laatste categorie even relevant, al is de schuldgraad van de financiële sector de enige die lager is dan voor de bankencrisis. Al de andere schuldcategorieën zijn gestegen, de overheidsschuld veruit het meest.

Die laatste steeg in de westerse, mature economische landen tot 123,9 procent van het bbp, een fractie onder het record van 124,2 procent in 1946, net na de Tweede Wereldoorlog. Dat trieste historische record zal in 2021 zonder enige twijfel sneuvelen. De overheidsschuld in de opkomende landen bedroeg in 2020 'slechts' 62,5 procent. Ook dat is een record. In 1946 was het 46,9 procent. Toch zien we nergens enige urgentie om meer begrotingsdiscipline aan de dag te leggen. In het Witte Huis is de ene grote gelduitgever (DonaldTrump)vervangen door een andere (Joe Biden). Een enorme uitgavendrift gaat in de Verenigde Staten nog altijd samen met weinig of geen besparingen. Maar dat is ook elders het geval, zoals bij ons.

Onbezorgde markten

Daar zijn twee redenen voor. Vooreerst zijn die oplopende schulden overal ter wereld naar nooit geziene records momenteel geen probleem, omdat de wereldeconomie sterk groeit, ongeveer met 6 procent dit jaar. Dat effect speelt in 2021 en 2022, maar ook later? Structureel neemt de groei van de wereldeconomie sinds de bankencrisis veeleer af. Daarnaast heeft het uiterst soepele beleid van de centrale banken geleid tot ultralage rentevoeten op overheidspapier. Dat betekent dat de kostprijs van de schulden voor de G7-landen is gezakt van 2 procent in 2005 naar 1,5 procent nu, ondanks een forse toename van de nominale schuld.

De financiële markten liggen dan ook absoluut niet wakker van die torenhoge schulden, getuige de ijzersterke beursprestaties. De huidige inflatie-opstoot duwt de reële kostprijs verder naar beneden. Toch blijft de kans reëel dat het ooit fout loopt, bij een oplopende rente en/of bij een groeivertraging. Daarom zullen de edelmetalen nog lange tijd een basisthema in de voorbeeldportefeuille blijven.

De financiële markten reageerden heel rustig op de Fed-beslissing van 3 november om van start te gaan met de afbouw van de stimulusprogramma. Tot nog toe kocht de Amerikaanse centrale bank maandelijks voor 120 miljard dollar aan schuldpapier op. Fed-voorzitter Jerome Powell - wiens herverkiezing als voorzitter almaar minder waarschijnlijk is - kondigde vorige week woensdag aan dat de Fed vanaf november al maandelijks voor 15 miljard dollar minder zal aankopen.Het wordt dus een marktconforme, want geleidelijke tapering. Dat bekent dat het stimulusprogramma tegen midden volgend jaar zal zijn afgerond. De Amerikaanse economie is voldoende hersteld van de impact van de pandemie, de inflatie zit ver boven de doelstelling van 2 procent. Enkel de arbeidsmarkt zit nog niet op het peil van voor de coronacrisis. Maar dat heeft meer te maken met een tekort aan beschikbare werkkrachten dan met een gebrekkige vraag naar werknemers. Het banenrapport voor oktober was wel een meevaller na tweede opeenvolgende zwakke banenrapporten. Er kwamen in oktober meer dan 500.000 nieuwe banen bij. De markten reageerden gunstig. Deze week krijgen we woensdag het inflatiecijfer voor oktober in de Verenigde Staten. Zullen de financiële markten dat evengoed verteren als het banenrapport? De economen vrezen een verdere stijging van de inflatie tot 5,8 procent, tegenover nog 5,4 procent in september. Ook de kerninflatie (zonder energie en voeding) zou verder zijn opgelopen van 4 tot 4,3 procent. Als die cijfers gehaald of overtroffen worden, zou er wel zenuwachtigheid op de markten kunnen zijn.In de VS zijn ze zo goed als rond, maar in Europa en bij ons krijgen we deze week nog wel wat (belangrijke) bedrijfsresultaten over het derde kwartaal. In ons land komen deze week nog onder meer Aedificia, Ageas, Agfa-Gevaert, Biocartis, bpost, Care Property, Celyad, KBC en Texaf aan de beurt. Op Europees niveau kijken we uit naar het cijfermateriaal van onder meer ABN Amro, Adidas, Ahold Delhaize, Alstom, ArcelorMittal, Bayer, BioNtech en Siemens. De wereld heeft al langer dan vorig jaar een ernstig schuldenprobleem. Boven op die schuldenpandemie kwam vorig jaar een wereldwijde gezondheidscrisis. De verplichte quarantainemaatregelen en de herhaaldelijke lockdowns hadden een bijzonder zware impact op de economische activiteit. Om de zwaarste economische crisis in de naoorlogse periode te vermijden, grepen de centrale banken en de overheden gezamenlijk op een nooit eerder geziene manier in. Een pluspunt daarvan is dat de economische schade anderhalf jaar na het uitbreken van de coronacrisis veel beter meevalt dan toen ingeschat werd. Een groot minpunt is dat het dramatische gevolgen had voor de schuldontwikkeling. Een autoriteit op het gebied van schulden van landen is het Institute of International Finance (IIF). Begin vorig jaar al waarschuwde het voor een verregaande verslechtering dit jaar. Volgens het IIF was de wereldwijde schuld eind 2020 opgelopen tot het duizelingwekkende record van 274.500 miljard dollar, of 335 procent van het wereld-bbp (de optelsom van de geproduceerde goederen en diensten in één jaar). Dat betekent een recordtoename van 19.500 miljard tegenover het jaar voordien, het dubbele van in 2019. Het IIF telt zowel de privéschuld (particulieren en bedrijven), de overheidsschuld als de schuld van de financiële sector. Niet alle economen vinden die laatste categorie even relevant, al is de schuldgraad van de financiële sector de enige die lager is dan voor de bankencrisis. Al de andere schuldcategorieën zijn gestegen, de overheidsschuld veruit het meest.Die laatste steeg in de westerse, mature economische landen tot 123,9 procent van het bbp, een fractie onder het record van 124,2 procent in 1946, net na de Tweede Wereldoorlog. Dat trieste historische record zal in 2021 zonder enige twijfel sneuvelen. De overheidsschuld in de opkomende landen bedroeg in 2020 'slechts' 62,5 procent. Ook dat is een record. In 1946 was het 46,9 procent. Toch zien we nergens enige urgentie om meer begrotingsdiscipline aan de dag te leggen. In het Witte Huis is de ene grote gelduitgever (DonaldTrump)vervangen door een andere (Joe Biden). Een enorme uitgavendrift gaat in de Verenigde Staten nog altijd samen met weinig of geen besparingen. Maar dat is ook elders het geval, zoals bij ons.Daar zijn twee redenen voor. Vooreerst zijn die oplopende schulden overal ter wereld naar nooit geziene records momenteel geen probleem, omdat de wereldeconomie sterk groeit, ongeveer met 6 procent dit jaar. Dat effect speelt in 2021 en 2022, maar ook later? Structureel neemt de groei van de wereldeconomie sinds de bankencrisis veeleer af. Daarnaast heeft het uiterst soepele beleid van de centrale banken geleid tot ultralage rentevoeten op overheidspapier. Dat betekent dat de kostprijs van de schulden voor de G7-landen is gezakt van 2 procent in 2005 naar 1,5 procent nu, ondanks een forse toename van de nominale schuld. De financiële markten liggen dan ook absoluut niet wakker van die torenhoge schulden, getuige de ijzersterke beursprestaties. De huidige inflatie-opstoot duwt de reële kostprijs verder naar beneden. Toch blijft de kans reëel dat het ooit fout loopt, bij een oplopende rente en/of bij een groeivertraging. Daarom zullen de edelmetalen nog lange tijd een basisthema in de voorbeeldportefeuille blijven.