De lopende rekening van landen als Spanje, Portugal of Griekenland vertonen merkwaardige verbeteringen, terwijl het Ierse en Italiaanse verschil tussen export en import op overschotten wijst.

Bij de eerste was dat reeds langer het geval, bij de tweede dateert dit van meer recente datum maar is het des te meer hoopgevend omdat Italië een substantiële economie betreft met een fundamentele impact op de stabiliteit van de Eurozone-constructie.

Dat men via keiharde besparingen de neiging tot importeren van een land grondig kan beïnvloeden is evident en behoeft geen kroon (hetgeen niet betekent dat een dergelijke ingreep niet nodig zou zijn) maar om de export aan te zwengelen zijn diepgravende ingrepen nodig in de structuur van de economie waarmee de efficiëntiegraad kan worden verbeterd.

Dat de Zuiderse Europese landen hierin lijken te slagen is onmiskenbaar een opsteker voor de stabiliteit van de Eurozone, ook al blijft er (ondermeer op dit vlak ) nog een lange weg te gaan om.

Het groeiende optimisme weerspiegelt zich ook de stelselmatige afname van de "flight-to-quality"-premie van Duitsland.

Deze index, gemeten als het verschil tussen de Europese en Duitse rentevoeten situeert zich momenteel op een gelijkaardig niveau als kon worden opgetekend voor het uitbreken van de crisis van de Eurozone-landen.

De lopende rekening van landen als Spanje, Portugal of Griekenland vertonen merkwaardige verbeteringen, terwijl het Ierse en Italiaanse verschil tussen export en import op overschotten wijst. Bij de eerste was dat reeds langer het geval, bij de tweede dateert dit van meer recente datum maar is het des te meer hoopgevend omdat Italië een substantiële economie betreft met een fundamentele impact op de stabiliteit van de Eurozone-constructie. Dat men via keiharde besparingen de neiging tot importeren van een land grondig kan beïnvloeden is evident en behoeft geen kroon (hetgeen niet betekent dat een dergelijke ingreep niet nodig zou zijn) maar om de export aan te zwengelen zijn diepgravende ingrepen nodig in de structuur van de economie waarmee de efficiëntiegraad kan worden verbeterd. Dat de Zuiderse Europese landen hierin lijken te slagen is onmiskenbaar een opsteker voor de stabiliteit van de Eurozone, ook al blijft er (ondermeer op dit vlak ) nog een lange weg te gaan om. Het groeiende optimisme weerspiegelt zich ook de stelselmatige afname van de "flight-to-quality"-premie van Duitsland. Deze index, gemeten als het verschil tussen de Europese en Duitse rentevoeten situeert zich momenteel op een gelijkaardig niveau als kon worden opgetekend voor het uitbreken van de crisis van de Eurozone-landen.