Het deflatiegevaar heeft te maken met de risico's die de Chinese economie loopt en met de oplopende schulden. Beide problemen kunnen samen aan de basis liggen van een deflatie Japanse stijl in het komend decennium.

Motianey maakt zich echter meer zorgen over inflatie en meer bepaald om één duidelijk omschreven reden: de centrale banken zijn niet anti-inflatie om de simpele reden dat een redelijke dosis van dit economisch gif de overheidsschulden kan helpen afbouwen.

De vergelijking dringt zich dan op met de periode 1948-1951, toen er eveneens een soort van 'vrijwillige' inflatie opdook. Deze werd gebruikt om de schulden opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog weg te werken. De vorm van inflatie zou dus heel anders zijn als wat we in de jaren 70 te zien kregen.

Motianey ziet de FED meer geld drukken, meer staatsobligaties opkopen en de mogelijk van de banken eisen dat ze meer Treasuries in portefeuille houden. Op die manier zou de vraag naar staatsobligaties gestimuleerd moeten worden.

Het verschil tussen 1948-1951 en nu is dat de financiële markten veel verder zijn uitgebouwd. Motianey adviseert om staatsobligaties te mijden, maar om bedrijfsobligaties en aandelen bij te houden. Ook goud en grondstoffen bieden een goede bescherming.

Het deflatiegevaar heeft te maken met de risico's die de Chinese economie loopt en met de oplopende schulden. Beide problemen kunnen samen aan de basis liggen van een deflatie Japanse stijl in het komend decennium. Motianey maakt zich echter meer zorgen over inflatie en meer bepaald om één duidelijk omschreven reden: de centrale banken zijn niet anti-inflatie om de simpele reden dat een redelijke dosis van dit economisch gif de overheidsschulden kan helpen afbouwen. De vergelijking dringt zich dan op met de periode 1948-1951, toen er eveneens een soort van 'vrijwillige' inflatie opdook. Deze werd gebruikt om de schulden opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog weg te werken. De vorm van inflatie zou dus heel anders zijn als wat we in de jaren 70 te zien kregen. Motianey ziet de FED meer geld drukken, meer staatsobligaties opkopen en de mogelijk van de banken eisen dat ze meer Treasuries in portefeuille houden. Op die manier zou de vraag naar staatsobligaties gestimuleerd moeten worden. Het verschil tussen 1948-1951 en nu is dat de financiële markten veel verder zijn uitgebouwd. Motianey adviseert om staatsobligaties te mijden, maar om bedrijfsobligaties en aandelen bij te houden. Ook goud en grondstoffen bieden een goede bescherming.