De aandeelhouders van AB InBev krijgen voor het boekjaar 2018 nog maar de helft van het dividend van het boekjaar 2017. Nochtans was het een expliciete doelstelling van de bierbrouwer om zijn aandeelhouders te voorzien van een groeiende stroom aan dividenden. De voorbije weken hadden verschillende analisten de brouwer opgeroepen het geld op zak te houden of het te gebruiken om zijn schulden terug te betalen. AB InBev reageerde door het interim-dividend, dat het sinds 2013 elk jaar in november uitkeert, te laten zakken van 1,6 naar 0,8 euro bruto. Het slotdividend, dat normaal begin mei op de rekening komt, halveert van 2 naar 1 euro.

Er zijn geen zekerheden meer voor beleggers, maar laat ons eerlijk zijn: die zijn er ook nooit geweest.

Er zijn geen zekerheden meer voor beleggers, maar laat ons eerlijk zijn: die zijn er ook nooit geweest. Het was al een vaag voorteken dat de aandeelhouders van AB InBev het in 2015, 2016 en 2017 met een stabiel dividend van 3,6 euro bruto moesten stellen. Over 2017 heeft het bedrijf bovendien meer uitgekeerd dan het dat boekjaar had gerealiseerd. Als de zogenoemde pay-outratio oploopt, moet bij beleggers een waarschuwingslampje gaan branden dat het dividend mogelijk niet houdbaar is.

Naast AB InBev zijn er in de Bel-20 nog vier bedrijven die over 2017 meer dan 80 procent van hun netto-inkomsten hebben uitbetaald aan hun aandeelhouders: bpost kwam aan 81 procent, Cofinimmo aan 85 procent en de telecomgroep Proximus aan 93 procent. De Franse nutsgroep Engie betaalde zelfs meer dan ze in 2017 winst had gemaakt, volgens de dataleverancier Bloomberg.

Vastgoedvennootschappen

Gereglementeerde vastgoedvennootschappen (GVV) zoals Cofinimmo vallen wel onder een speciaal regime. Zij moeten wettelijk 80 procent van hun winst uitkeren en kunnen dus niet scheef worden aangekeken omdat ze niet veel winst reserveren voor de magere jaren. Het is een ruil: de vastgoedvennootschappen hoeven in ons land geen vennootschapsbelasting te betalen, als ze nagenoeg al hun winst uitkeren aan hun aandeelhouders. De schatkist rijft toch belastingen binnen omdat de aandeelhouders op de dividenden 30 procent roerende voorheffing afdragen. Enkel voor Aedifica en Care Property Invest geldt een verlaagd tarief van 15 procent.

Niet alle vastgoedvennootschappen streven naar een stabiel dividend. Vastned Retail Belgium bijvoorbeeld keert elk jaar zijn volledige winst uit en Intervest Offices & Warehouses 90 procent van zijn winst. Als de winst zakt, zakt het dividend dus mee. Ook vastgoedvennootschappen die een stabiel of stijgend dividend nastreven, bieden geen garanties.

Vorige week waarschuwden de analisten van ING dat de kantorenspecialist Befimmo zijn dividend vanaf 2019 mogelijk niet meer kan dekken door de huurinkomsten. Befimmo mikt op "een solide dividend" en heeft nog maar net zijn intentie bevestigd een dividend van 3,45 euro bruto uit te keren over 2018. Toch hebben de analisten hun twijfels over de houdbaarheid van dat dividend in de komende jaren.

De vastgoedvennootschappen hoeven in ons land geen vennootschapsbelasting te betalen, als ze nagenoeg al hun winst uitkeren aan hun aandeelhouders.

Qrf durft voor de komende jaren voorlopig geen dividend in het vooruitzicht te stellen. De winkelvastgoedspecialist lijdt net zoals zijn huurders onder het succes van de e-commerce. Van GVV's is Qrf sinds Nieuwjaar het meest onderuitgegaan. Beleggers kopen de aandelen van GVV's vooral voor hun hoge dividendrendement (zie Vastgoedvennootschappen verliezen terrein).

Ondanks hun regelmatige huurinkomsten, die meestal geïndexeerd worden, gaan de koersen van de vastgoedvennootschappen op en neer met het sentiment op de beurzen. Met een gemiddeld verlies van bijna 7 procent (tot en met 30 oktober) presteerden de Belgische GVV's sinds Nieuwjaar wel beter dan de Bel-20-index, die 12 procent van zijn waarde kwijt is.

Naarmate het rendement op obligaties stijgt, neemt de aantrekkelijkheid van de GVV's wel af. Obligaties staan in de ogen van beleggers voor veiligheid en aandelen voor risico. Hier en daar wordt gewaarschuwd dat de GVV's op de beurs worden afgestraft als de rente stijgt en krediet duurder wordt. Ze zouden rentegevoelig zijn, omdat ze met veel schulden werken en ze in de perceptie van sommige beleggers concurreren met obligaties, die bij een hogere rente meer rendement opleveren. In de Verenigde Staten is het rendement op overheidsobligaties met een looptijd van tien jaar ruimschoots verdubbeld ten opzichte van het dieptepunt. Van een belangrijke rentestijging is in België - en in andere kernlanden van de Europese Unie - voorlopig nog geen sprake.

Behalve de vastgoedvennootschappen zijn ook holdings traditioneel trouwe dividendbetalers. Een holding zoals Sofina, waarvan de aandeelhouders zich in het gezelschap van de familie Boël bevinden, heeft haar dividend sinds 1976 elk jaar opgetrokken. Sinds 1956 is niet meer geknipt in het dividend. Bij de Frère-holding GBL ging het dividend sinds 2004 elk jaar hoger.

Dividendaandelen

Een jaar geleden stelden we een aandelenportefeuille samen die maandelijks inkomsten zou opleveren. We selecteerden vijftien binnen- en buitenlandse bedrijven, die hun dividenden in een andere maand uitkeren. We gingen zo veel mogelijk voor aandelen met een hoog dividendrendement, en dat dividend moest het liefst ook duurzaam zijn. Een belegger moest een jaar geleden 536.700 euro investeren om gespreid over het jaar 12.337 euro aan dividenden op te strijken.

Obligaties staan in de ogen van beleggers voor veiligheid en aandelen voor risico.

De dividenden van die vijftien dividendaandelen werden het afgelopen jaar netjes op de rekening van de aandeelhouders gestort, maar elf aandelen werden wel minder waard op de beurs. 2018 bleek al snel een slecht beursjaar te worden. Van de Belgische namen zijn enkel de supermarktketen Colruyt, de holding Sofina en de materiaaltechnologiegroep Umicore meer waard dan een jaar geleden. Van de buitenlandse namen is de Amerikaanse drankenreus Coca-Cola de enige winnaar.

De beleggers die alle vijftien aandelen hebben gekocht, zitten na een jaar - en rekening houdend met de uitgekeerde dividenden - op een papieren verlies van iets meer dan 7500 euro, of 1,4 procent. Die prestatie is veel beter dan het gemiddelde van de Brusselse beurs, maar wel slechter dan het rendement van een spaarboekje. Drie aandelen in de portefeuille - de telecomgroep Proximus, de chemiegroep Solvay en de vastgoedvennootschap Ascencio - hebben zelfs een vijfde van hun waarde verloren. Vandaag komt een belegger toe met 510.511 euro, of 26.000 euro minder dan een jaar geleden, om dezelfde aandelenportefeuille te kopen die maandelijks 1000 euro aan dividenden oplevert.

Beleggingsfondsen

Een alternatief voor individuele aandelen zijn trackers of beursgenoteerde indexfondsen die investeren in dividendaandelen, zoals de MSCI Europe High Dividend Yield-index. Dat is een slimme index die aandelen screent op de pay-outratio, de balans en het rendement op het eigen vermogen, om na te gaan of het dividend duurzaam en houdbaar is. De tracker SPDR S&P Euro High Yield Dividend Aristocrats volgt de prestaties van bedrijven die minstens tien jaar een stabiel of stijgend dividend hebben uitgekeerd.

Er zijn ook beleggingsfondsen die maandelijks of elk kwartaal een dividend uitkeren. Een voorbeeld van zo'n distributiefonds is Templeton Global Total Return Fund A. Dat wordt beheerd door de legendarische, tegendraadse belegger Michael Hasenstab, die het geld investeert in obligaties in allerlei munten. Het leverde de voorbije tien jaar een gemiddeld jaarlijks rendement van 8,8 procent op, waarvan 8 procent dividendrendement voor belastingen. Het fonds won het afgelopen jaar op een moeilijke markt 1,7 procent.

Obligaties

Obligaties gelden als veilige beleggingen, maar ook daarmee kunnen beleggers geld verliezen. Bij een faillissement staan de obligatiehouders wel voor de aandeelhouders in de rij met schuldeisers. De financiële markten houden er bijvoorbeeld stilaan rekening mee dat Nyrstar zijn schulden niet of niet volledig kan terugbetalen. Een obligatie van de zinkgroep, met vervaldag in september 2019 en een coupon van bijna 6 procent netto, noteert nog maar tegen 74 procent van zijn oorspronkelijke prijs. Wie die obligatie vandaag durft te kopen, krijgt in het beste geval 100 procent terug op de vervaldag. Het verschil met de aankoopprijs is belastingvrij.

Bij een faillissement staan de obligatiehouders voor de aandeelhouders in de rij met schuldeisers.

Als er niets misloopt met het bedrijf dat de obligaties heeft uitgegeven, krijgen de obligatiehouders elk jaar een coupon. Aan het eind ontvangen ze hun volledige inleg terug. Wie de obligaties voor de vervaldag moet verkopen, verspeelt mogelijk wel geld, want de prijs ervan kan zakken als de marktrente stijgt en er nieuwe obligaties met een ander rendement in omloop komen. Ook de deelbewijzen van obligatiefondsen schommelen mee met de waarde van de obligaties in portefeuille. Als het fonds onvoldoende rente incasseert om de waardedaling van de obligaties te compenseren, kan er aan het einde van het jaar verlies op de teller staan.

Oblis Plus is de obligatieportefeuille die het Brusselse beurshuis Goldwasser Exchange samenstelt voor de klanten die bereid zijn enig risico te lopen. Die portefeuille stond eind september op een verlies van 1,2 procent sinds Nieuwjaar. Er zit een mix van bedrijfs- en overheidsobligaties in verschillende munten in, zoals de Amerikaanse dollar, de Noorse kroon en de Canadese dollar. In de portefeuille zaten eind september obligaties van de staalgroep en liftenbouwer Thyssenkrupp, de bakstenenproducent Wienerberger, Vienna Insurance, de Franse autobouwer Renault en de Belgische vastgoedontwikkelaar VGP.