Heel wat beleggers raakten de voorbije weken en maanden gefrustreerd door de diepe koersduik van Galapagos. Er leek lang geen maat te staan op het aandeel van het beloftevolle biotechbedrijf, maar de koers dook van 250 naar ongeveer 70 euro. De zelfverwijten komen dan boven. 'Had ik dat aandeel maar boven 200 euro verkocht.' Of: 'ik had me niet mogen laten vangen door die mooie praatjes over een toekomstige wereldspeler in biotech'.
...

Heel wat beleggers raakten de voorbije weken en maanden gefrustreerd door de diepe koersduik van Galapagos. Er leek lang geen maat te staan op het aandeel van het beloftevolle biotechbedrijf, maar de koers dook van 250 naar ongeveer 70 euro. De zelfverwijten komen dan boven. 'Had ik dat aandeel maar boven 200 euro verkocht.' Of: 'ik had me niet mogen laten vangen door die mooie praatjes over een toekomstige wereldspeler in biotech'. Ook Ontex is zo'n aandeel dat beleggers hoofdbrekens bezorgt. Zo succesvol de eerste beursnotering was tussen 1998 en 2003, zo rampzalig is het koersverloop sinds de herintroductie in 2014. Er zijn nog veel andere bedrijven die voor hun aandeelhouders op een teleurstelling uitlopen. Het zelfvertrouwen zinkt hen dan in de schoenen.Om dat soort teleurstellingen te vermijden doen ze er goed aan deze tips in acht te nemen. Als een aandeel in één jaar van 10 naar 20 euro is gestegen, verwacht 80 tot 90 procent van de beleggers dat de koers ook het jaar daarna zal blijven stijgen. Als een aandeel in een jaar eerst van 10 naar 30 euro is geklommen, om daarna terug te vallen naar 20 euro, zijn evenveel beleggers ervan overtuigd dat het aandeel het volgende jaar in waarde zal dalen. Het eindresultaat is hetzelfde, maar de perceptie is totaal anders. Mensen denken graag lineair en trendmatig. Het recente verleden zien ze als de beste voorspeller voor de toekomst. Slechts een minderheid zal een aandeel durven te kopen dat de afgelopen tijd fors in waarde is gezakt, maar een meerderheid zal wel in een aandeel stappen waarvan de koers sterk is omhooggegaan. Nochtans is er statistisch dubbel zoveel kans dat een fors gezakt aandeel het jaar nadien beter presteert dan een aandeel dat stevig geklommen is. Vandaar dat psychologen stellen dat de mens niet gemaakt is om op de beurs te beleggen. Als de koers van een aandeel fors daalt, zijn we te angstig om te kopen. Als de koers stevig in de hoogte schiet, zijn we te gulzig en te hebzuchtig om het te verkopen. Aandelenbeleggers hebben door hun lineaire denken vaak de neiging zich volledig te laten meeslepen door het dramatische nieuws van vandaag en een tijdelijke crisissituatie als permanent te beschouwen. Ze staan er niet bij stil dat die tegenslag morgen of overmorgen weer achter de rug kan zijn. Omgekeerd is het menselijk zich te laten meeslepen door de euforie die eigen is aan periodes dat het de beurs geweldig voor de wind gaat. We hebben dan sterk de neiging om nog meer van ons spaargeld aan de beurs toe te vertrouwen, terwijl een succesvolle belegger dan geleidelijk zijn posities liquideert en zijn winsten binnenrijft. Beleggers moeten dus ophouden te denken dat de tegenvallers in hun portefeuille het steevast slecht zullen blijven doen. Bij normale koersbewegingen slagen ze er nog wel in om nuchter te blijven denken. Maar dat wordt veel lastiger als ze zien dat hun zuurverdiende spaarcenten fors slinken door de koersduik van een aandeel. Dan nemen de emoties het over. Ze worden boos op zichzelf, of leggen de schuld bij hun bankier of een andere tipgever. Soms slapen ze er zelfs niet meer van. De beste reactie op een tegenslag is lucide te blijven analyseren en bij de feiten te blijven. Wat gebeurd is, is gebeurd - het is zaak naar de toekomst te kijken. Een belegging die slecht uitdraait op korte termijn, kan nog altijd uitgroeien tot een prima investering op lange termijn. Maar dan moet de belegger enkele vragen wel helder kunnen beantwoorden. Hoezeer is het bedrijf financieel geraakt door het slechte nieuws? Is de oorzaak van dat nieuws eigen aan het bedrijf, of is er een externe oorzaak? Blijft de onderneming communiceren tijdens de crisisperiode? Is er een herstelplan? Doet het management wat het beloofd heeft? Komt er een personeelswissel in de bedrijfstop? Van die antwoorden hangt het af of de belegger het verguisde aandeel in zijn portefeuille houdt of niet. En wie geen verlies kan nemen, heeft op de beursvloer niets te zoeken. Het overkomt iedereen vroeg of laat. Veel beleggers weten uit het hoofd hoeveel winst of verlies ze hebben op een bepaald aandeel. Vaak gaan die winst- of verliespercentages het sentiment rond het aandeel domineren, terwijl het in wezen een irrelevant getal is. Als een belegger met een verlies van 50 procent of meer zit opgezadeld, staat dat een klare blik op de feiten vaak in de weg. Het is verstandiger de aankoopprijs van het aandeel te vergeten. Een aandeel kan in de portefeuille blijven als de perspectieven nog altijd gunstig zijn en de waardering redelijk blijft, ook al is het in waarde verdubbeld. En het is aan te raden uit een bedrijf te stappen als de vooruitzichten somber zijn, of als het aandeel nog altijd overgewaardeerd is, ook al is er een verlies van 70 procent. Niet de winst of het verlies op een positie mag het verkoopbeleid bepalen, wel de perspectieven van het bedrijf en de waardering van het aandeel. Of beleggers zich al dan niet zorgen moeten maken over een aandeel dat dieprood kleurt in hun portefeuille, hangt in de eerste plaats af van de financiële toestand van die onderneming, los van de oorzaak van de koersval. Heeft een bedrijf zware schulden, dan is het veel meer oppassen geblazen dan als die onderneming schuldenvrij zou zijn. In het geval van Galapagos maakt het een wereld van verschil dat het bedrijf een stevige kaspositie heeft. We raden af aandelen te kopen van ondernemingen met een zwakke financiële gezondheid, ook al is de koers aantrekkelijk laag. Bedrijven zoals Nyrstar zijn een aanslag op het rendement van een portefeuille. Hoe groot het gewicht van een aandeel in een portefeuille mag zijn, hangt mee samen met de financiële toestand van het bedrijf. Het drijft beleggers wel eens tot wanhoop als ze eerst een fraaie winst op een aandeel hadden, maar die winst niet geheel of gedeeltelijk hebben verzilverd. Dat overkwam ook veel aandeelhouders van Galapagos. Beleggers moeten vermijden dat ze verliefd worden op een succesvol aandeel. Dat leidt tot twee verkeerde attitudes. De eerste is dat beleggers het gewicht van dat aandeel in hun portefeuille te fors laten oplopen. Doordat de koers veel sterker is gestegen dan het marktgemiddelde, zal het gewicht in de portefeuille automatisch toenemen. Dan moeten ze ingrijpen, zelfs als de perspectieven nog altijd bijzonder fraai ogen. Er kan altijd iets misgaan en dat mag de portefeuille niet midscheeps raken. Het is uit den boze dat één aandeel meer dan 10 procent van de portefeuille uitmaakt. Een normaal gewicht voor een klassiek aandeel ligt veeleer tussen 3 en 6 procent. Daarnaast zijn beleggers geneigd hun kritische zin te verliezen tegenover hun favorieten. Ze negeren de signalen dat het aandeel over zijn top heen is. Ze laten zich in slaap wiegen met de dooddoener dat de onderneming het in het verleden altijd al goed heeft gedaan en dat het huidige probleem wel tijdelijk zal zijn. Daardoor ontstaat het risico dat fraaie winsten omslaan in serieuze verliezen. Alle bedrijven over dezelfde kam scheren is de boodschap. Ook een onevenwichtige samenstelling van de portefeuille leidt regelmatig tot flinke averij. Een aandelenportefeuille moet zijn opgevat als een piramide met een heel stevige basis. Die basis moet bestaan uit saaie, defensieve en voorspelbare bedrijven, onder meer uit de voedings-, de distributie- of de farmasector, die steevast een dividend uitkeren en het doorgaans ook nog optrekken. Andere bedrijven met een hoog dividendrendement zijn holdings en vastgoedmaatschappijen. Voor het rendement op lange termijn zijn zij buitengewoon belangrijk. Langetermijnstudies hebben overvloedig aangetoond dat de dividendinkomsten de helft tot twee derde van de totaalopbrengst van een aandeel (de return) uitmaken. Iedereen wil wel beleggen in cyclische en vooral in groei-aandelen, waarvan de koersen in heel korte tijd spectaculair kunnen stijgen. Wie wil niet belegd zijn in Amazon? Netflix? Argenx? Of ArcelorMittal, als het aandeel dicht bij de bodem is gekocht en in enkele maanden op 50 procent winst staat? Zeker als de markten stijgen, worden sommige beleggers al snel roekeloos en zijn ze nog meer uit op potentiële steraandelen. Ze beseffen niet meer dat dit aandelen met een hoger risico zijn. Voor elk succes zijn er minstens tien gevallen waarmee het faliekant afloopt. Wil een belegger een degelijk rendement op lange termijn halen, dan doet hij er verstandig aan 70 tot 80 procent van zijn portefeuille te investeren in minder risicovolle waarden die doorgaans een voorspelbaar dividend opbrengen, en slechts 20 tot 30 procent in meer risicovolle bedrijven. In de praktijk gebeurt vaak het omgekeerde. Dat kan leiden tot zware verliezen. Wie lukraak ingaat op de eerste, de beste aankooptip zonder veel argumentatie of goed te weten waar hij of zij eigenlijk in belegt, legt al de basis van latere frustraties. Zelfs in deze tijden waar mensen op het internet zowat alles kunnen terugvinden, krijgen we nog vaak vragen van beleggers over wat het bedrijf waarvan ze het aandeel hebben gekocht eigenlijk doet, nadat de koers onderuit is gegaan. Goed begonnen, is half gewonnen. Voor beleggen in aandelen betekent dat goed nadenken alvorens een aankooporder in te geven. Het is raadzaam de argumenten voor een aankoop beknopt op papier te zetten. Als het bedrijf resultaten of ander nieuws bekendmaakt, kan de belegger altijd terugkijken of die nieuwe informatie nog altijd in lijn ligt met zijn aankoopargumenten. Is dat niet geval is, dan kan hij zich er gemakkelijker van overtuigen dat hij zich vergist heeft en de aandelen doorgaans nog met een beperkt verlies verkopen. Dat is beter dan de problemen te negeren, de verliezen te laten oplopen en de kiem voor toekomstige frustraties te leggen.