De zilvervloot verscheepte in de zestiende en de zeventiende eeuw jaarlijks met een konvooi van schepen kostbaarheden van de Spaanse koloniën naar Spanje. Het ging vooral om zilver. De waarde van het edelmetaal dat werd vervoerd, was gigantisch. Aanvankelijk ging het om zo'n 12 miljoen dukaten (gouden munten van 3,5 gram) per jaar, maar in de zeventiende eeuw liep dat op tot 25 miljoen dukaten. De opbrengst vormde het leeuwendeel van de Spaanse koloniale winst en het zilver was de facto de motor van de wereldhandel.

Spotgoedkoop zilver

De galjoenen die voor het transport instonden waren een aantrekkingspool voor piraten en kapers, en werden daarom zwaar bewaakt. Wereldberoemd bij onze noorderburen is Piet Hein, die in 1628 er met zijn gevolg als enige was in geslaagd een deelvloot met zilver te veroveren. Hij wordt tot op vandaag geëerd boven de Moerdijk.

Anno 2019 wordt helemaal niet meer om zilver gevochten. Zilver was zelden zo goedkoop als vandaag, ook ten opzichte van zijn grote broer bij de edelmetalen, goud. Een blik op de goud-zilverratio, die weergeeft hoeveel ounces zilver nodig zijn om een ounce goud te kopen, spreekt boekdelen. Die noteert vandaag op 86 met zelfs een piek op 93 deze zomer. Het is het kwarteeuw geleden - van begin jaren negentig - dat zilver nog zo spotgoedkoop was tegenover het gele metaal. Op de piek van de zilverprijs in 2011 bedroeg de verhouding amper 32. Het historische gemiddelde de voorbije halve eeuw is 50. Een beweging naar het historische gemiddelde zou voor de goudprijs al een opmars inhouden richting 29 dollar per troy ounce (31,1 gram zilver kost vandaag 17 dollar of +70%).

Geen goldrush

Er is ook geen sprake van een goldrush. Er is een rush op aandelen, obligaties, kunst, oldtimers en vastgoed, maar niet op goud of zilver. We denken dat investeerders onterecht in een boog om de edelmetalen heen lopen. Tijdens de klim deze zomer heeft het goud de cruciale weerstand van 1380 dollar per troy ounce doorbroken. Na een neergaande trend tussen 2011 en eind 2015 en een neutrale periode tussen 2016 en midden 2019, doorbrak de goudprijs deze zomer de cruciale weerstand van 1380 dollar per troy ounce. Die hardnekkige weerstand moet de komende tijd een solide steun vormen, waardoor we lange tijd wegblijven van de bodem uit 2015 rond 1050 dollar per ounce.

Meer zilver

Dat verhaal geldt ook voor zilver. Goud staat nog zo'n kwart onder zijn historische piek, zilver twee derde onder de top van 2011 (50 dollar per troy ounce). Uit de analyse van de afgelopen vijftig jaar leren we dat zilver het in een opwaartse trend veel beter doet dan goud. De laatste keer, in 2016, steeg de goudprijs met 77 procent, terwijl de zilverprijs liefst 371 procent hoger spurtte. Maar het omgekeerde is ook waar: zilver zakt veel meer dan goud, als de tendens dalend is.

Vermits we denken in een opwaartse trend te zitten, houdt het steek het gewicht in zilver in de portefeuille op te trekken. We denken dat zilver volgend jaar zal blinken.