Met behulp van de statistiek wordt bepaald hoe groot de kans is op een bepaalde gebeurtenis. Is die kans hoog dan vertaalt zich dat in hogere premies die de verzekernemer moet betalen dan als de kans klein is.

In de beleggingstheorie werkt men ook zo. Men spreekt van standaarddeviaties. Simpel vertaald: hoe hoger de deviatie is, hoe risicovoller de belegging.

De Vereniging van Beleggingsanalisten heeft in 2010 een publicatie uitgegeven waar men uit kwam op aanbevelingen voor de risicoparameters.

Voor de beleggingscategorie liquiditeiten kwam men uit op een standaarddeviatie van 2 tot 3%.

Hetgeen aangeeft dat liquiditeiten niet geheel vrij zijn van risico. Voor aandelen in ontwikkelde markten is dit 15-20%. Met deze getallen kan men uitrekenen wat nu een risicogetal is bij een bepaalde portefeuille.

Met het risicogetal kan de vermogensbeheerder bepalen of de portefeuille nog in lijn ligt met de vooraf ingestelde koers. Bedacht moet echter worden dat de boven omschreven methodiek een methode is maar niet de enige.