Meer rechtszekerheid en nieuwe omgangsvormen tussen de fiscus en de belastingplichtige zijn dringend nodig. Jammer genoeg valt dat pleidooi nog in dovemansoren. De fiscus en de belastingplichtige staan vaak als kat en muis tegenover elkaar. Als je de pech hebt uit de lottrekking van de controles te komen, heb je een gerede kans op een willekeurige behandeling. Plots blijkt alles wat je fiscalist, boekhouder, bankier of zelfs de fiscus zelf heeft verteld, volledig onzeker. Je krijgt de keuze tussen betalen met een fikse belastingverhoging of procederen. In dat laatste geval ben je vertrokken voor minstens een paar jaar zonder gemoedsrust. Een verscheurende keuze.

Tot en met vorig jaar hadden de beleggers daar weinig last van. Voor hen was er de bevrijdende roerende voorheffing. Behalve als de belegger in het buitenland belegde, zag de fiscus op de jaarlijkse aangifte helemaal niets, en dan valt er natuurlijk ook niets te controleren. Dat is allemaal veranderd op 1 januari 2012. De belegger moet zijn roerende inkomsten voortaan aangeven. Sterker nog: de banken zullen die inkomsten ook melden aan de fiscus. Daardoor krijgt de belastingadministratie de beleggers in het vizier. Ook beleggers zullen bij controles de willekeur aan den lijve ondervinden.

Als voor de confrontatie wordt gekozen, rijst natuurlijk de vraag naar de wapens van de fiscus. Hoe kan die belastingen puren uit een situatie die als niet of minder belast werd voorgesteld? Daarvoor stond in het wetboek een algemene antimisbruikbepaling ingeschreven. Die werd door de fiscus te pas en te onpas ingeroepen. Belastingplichtigen die zich vervolgens tot de rechtbank richtten, werden vaak in het gelijk gesteld. Aangezien dat een doorn in het oog van de fiscus was, heeft de politiek de toepassingsvoorwaarden versoepeld. De filosofie is klaarblijkelijk dat als het spel niet sportief kan worden gewonnen, de spelregels maar moeten worden aangepast om toch aan het langste eind te trekken.

Op 4 mei heeft de fiscus een circulaire gepubliceerd over de nieuwe antimisbruikbepaling (zie www.minfin.fgov.be). Zoals dat was te verwachten, ziet het er niet goed uit voor de belastingplichtige. De bepaling is bijzonder technisch en we onthouden u de details. Maar de essentie is eenvoudig. Als een belegger een fiscaal voordeel heeft, moet hij ook andere dan fiscale redenen hebben voor zijn keuze, anders kan de fiscus hem toch belasten. Niet elke reden is een goede reden volgens de fiscus. De niet-fiscale motivatie mag volgens de administratie niet verwaarloosbaar zijn of een te beperkt belang hebben. Die afweging of dat het geval is, maakt de controleur zelf. Wie het daar niet eens mee is, moet naar de rechtbank stappen.

Elke louter fiscaal geïnspireerde keuze kan riskant zijn. Zo kunt u gevaar lopen als u om louter fiscale redenen kiest voor een onbelaste kapitalisatiebevek of een Tak 23-beleggingsverzekering. Gelukkig zijn er ook andere redenen om te opteren voor een bevek of een levensverzekering, zoals de spreiding van uw beleggingen, het professionele beheer enzovoort. Maar de afweging hangt af van de persoonlijke inzichten van uw controleur, die voortaan meekijkt over uw schouder. Welkom dus aan de rechtsonzekerheid en de willekeur.

Volg de discussie mee via Twitter @anton_rivus.

Anton van Zantbeek, advocaat Rivus

Meer rechtszekerheid en nieuwe omgangsvormen tussen de fiscus en de belastingplichtige zijn dringend nodig. Jammer genoeg valt dat pleidooi nog in dovemansoren. De fiscus en de belastingplichtige staan vaak als kat en muis tegenover elkaar. Als je de pech hebt uit de lottrekking van de controles te komen, heb je een gerede kans op een willekeurige behandeling. Plots blijkt alles wat je fiscalist, boekhouder, bankier of zelfs de fiscus zelf heeft verteld, volledig onzeker. Je krijgt de keuze tussen betalen met een fikse belastingverhoging of procederen. In dat laatste geval ben je vertrokken voor minstens een paar jaar zonder gemoedsrust. Een verscheurende keuze.Tot en met vorig jaar hadden de beleggers daar weinig last van. Voor hen was er de bevrijdende roerende voorheffing. Behalve als de belegger in het buitenland belegde, zag de fiscus op de jaarlijkse aangifte helemaal niets, en dan valt er natuurlijk ook niets te controleren. Dat is allemaal veranderd op 1 januari 2012. De belegger moet zijn roerende inkomsten voortaan aangeven. Sterker nog: de banken zullen die inkomsten ook melden aan de fiscus. Daardoor krijgt de belastingadministratie de beleggers in het vizier. Ook beleggers zullen bij controles de willekeur aan den lijve ondervinden.Als voor de confrontatie wordt gekozen, rijst natuurlijk de vraag naar de wapens van de fiscus. Hoe kan die belastingen puren uit een situatie die als niet of minder belast werd voorgesteld? Daarvoor stond in het wetboek een algemene antimisbruikbepaling ingeschreven. Die werd door de fiscus te pas en te onpas ingeroepen. Belastingplichtigen die zich vervolgens tot de rechtbank richtten, werden vaak in het gelijk gesteld. Aangezien dat een doorn in het oog van de fiscus was, heeft de politiek de toepassingsvoorwaarden versoepeld. De filosofie is klaarblijkelijk dat als het spel niet sportief kan worden gewonnen, de spelregels maar moeten worden aangepast om toch aan het langste eind te trekken. Op 4 mei heeft de fiscus een circulaire gepubliceerd over de nieuwe antimisbruikbepaling (zie www.minfin.fgov.be). Zoals dat was te verwachten, ziet het er niet goed uit voor de belastingplichtige. De bepaling is bijzonder technisch en we onthouden u de details. Maar de essentie is eenvoudig. Als een belegger een fiscaal voordeel heeft, moet hij ook andere dan fiscale redenen hebben voor zijn keuze, anders kan de fiscus hem toch belasten. Niet elke reden is een goede reden volgens de fiscus. De niet-fiscale motivatie mag volgens de administratie niet verwaarloosbaar zijn of een te beperkt belang hebben. Die afweging of dat het geval is, maakt de controleur zelf. Wie het daar niet eens mee is, moet naar de rechtbank stappen.Elke louter fiscaal geïnspireerde keuze kan riskant zijn. Zo kunt u gevaar lopen als u om louter fiscale redenen kiest voor een onbelaste kapitalisatiebevek of een Tak 23-beleggingsverzekering. Gelukkig zijn er ook andere redenen om te opteren voor een bevek of een levensverzekering, zoals de spreiding van uw beleggingen, het professionele beheer enzovoort. Maar de afweging hangt af van de persoonlijke inzichten van uw controleur, die voortaan meekijkt over uw schouder. Welkom dus aan de rechtsonzekerheid en de willekeur.Volg de discussie mee via Twitter @anton_rivus.Anton van Zantbeek, advocaat Rivus