We zien volgens Valentijn van Nieuwenhuijzen, Head of Strategy bij ING Investment Management,opnieuw lagere groei over een langere periode, beperkte inflatoire impulsen van de kwantitatieve verruiming door centrale banken en rendementen op staatsobligaties die op een dieptepunt staan, ondanks hogere begrotingstekorten en schuldenniveaus.

In termen van groei is het opvallend dat de landen die zich het meest richten op de reductie van de begrotingstekorten, en strenge bezuinigingsplannen doorvoeren, zich het zwakst ontwikkelen.

De economische ontwikkeling wordt niet gestimuleerd door een toenemend vertrouwen vanuit de private sector, iets wat sommigen enkele jaren geleden nog voorspelden.

Terwijl je zou verwachten dat knappe koppen en beleidsmakers aan het denken zijn gezet over economische theorieën en modellen die deze verschijnselen het beste beschrijven, is zo'n trend op dit moment nog nauwelijks zichtbaar.

De invloed van (gebrek aan) vraag in plaats van alleen aanbod op de economische situatie en groeivooruitzichten, het effect op de economie als rentetarieven op een dieptepunt belanden en niet ver genoeg kunnen dalen om ervoor te zorgen dat de uiteindelijke vraag samenvalt met het potentiële aanbod, en de starheid van prijzen, dragen er alle toe bij het empirische bewijsmateriaal te begrijpen dat de afgelopen paar jaar verzameld is.

Bewustwording hiervan zou kunnen helpen effectieve oplossingen te vinden voor de huidige economische problemen.

Populistische monetaristische visie wordt nog steeds gepredikt

Op dit punt wordt Valentijn van Nieuwenhuijzen echter nog steeds de populistische monetaristische visie gepredikt dat het gevaar van een sterk stijgende inflatie op de loer ligt als centrale banken de geldpers aanzetten.

Ook het fundamentalisme van de aanbodzijde dat de economie niet uit z'n evenwicht is en dat de leningen van de overheid de investeringen van de private sector zullen verdringen en de rentetarieven op enig moment zullen doen stijgen, blijft erg populair.

Het feit dat de voorspellingen van deze theorieën voortdurend worden weerlegd door feitelijke ontwikkelingen heeft de beleidsmakers van de G4 niet op andere gedachten gebracht over de vermeende noodzaak om de begrotingen verder te saneren en de aanbodzijde te hervormen.

Het laatste was zeer effectief bij het oplossen van de economische problemen waarmee de Westerse economieën in de jaren zeventig en tachtig werden geconfronteerd, maar werpt nu veel minder baten af omdat de omstandigheden op dit moment in hoge mate anders zijn.