Dat de groei in de marktsector in 2011 zo arbeidsintensief bleef en dat - ondanks de conjunctuurvertraging - het aantal banen in 2012 toch licht blijft stijgen, wordt volgens Belfius Research mee verklaard door de aanhoudende expansie van het aantal banen via dienstencheques.

De werkgelegenheid bij de overheidsadministratie en in het onderwijs nam in de periode 2010-2011 toe met 5 000 personen, maar zou zich dit jaar stabiliseren onder impuls van de beperkingen op de vervanging van natuurlijke afvloeiingen bij de federale overheid.

Terwijl de werkzame bevolking (=werkenden) in 2011 nog steeg met 56 300 personen, zou de toename volgens Belfius Research dit jaar beperkt blijven tot 6 400 personen.

Vorig jaar klom de werkgelegenheidsgraad (=werkenden/bevolking op arbeidsleeftijd) daardoor van 63,7% tot 64,2%, ondanks de nog steeds aanzienlijke toename van de bevolking op arbeidsleeftijd (+38 700 personen).
Dit jaar zou de bevolking op arbeidsleeftijd een minder uitgesproken toename kennen (+31 200 personen), maar valt de werkgelegenheidsgraad met 0,2 procentpunt terug tot 64%.

De beroepsbevolking (=werkenden+werklozen) bleef gevoelig stijgen. Dat heeft niet alleen te maken met de nog steeds aanzienlijke toename van de bevolking op arbeidsleeftijd, maar ook met het relatief beperkte effect van de crisis op de evolutie van de activiteitsgraden (=beroepsbevolking/bevolking op arbeidsleeftijd).

Grote regionale verschillen qua werkloosheidsgraad

De globale activiteitsgraad bleef constant in 2009 (op 72,7%) steeg zelfs tot 72,9% in 2010.Vorig jaar bleef hij stabiel, wat ook dit jaar het geval zou zijn.

Bij de raming van de activiteitsgraad voor dit jaar werd rekening gehouden met de gevolgen van de recente 'structurele' arbeidsmarktmaatregelen (strengere toegang tot voltijds tijdskrediet en voltijdse loopbaanonderbreking; strengere controles op het zoekgedrag van gerechtigden op een inschakelinguitkering; verstrenging van de voorwaarden voor instroom in het voltijds brugpensioen via nieuw afgesloten CAO's).

Het effect van de structuurhervormingen op het arbeidsaanbod (hervorming van de brugpensioenen, verhoging van de leeftijd voor vervroegd pensioen) situeert zich volgens Belfius Research echter grotendeels op langere termijn.

Met een enigszins afzwakkende maar nog steeds substantiële demografische impuls zou de toename van de beroepsbevolking terugvallen van 30200 personen vorig jaar tot 25800 personen dit jaar.

De 'geharmoniseerde' werkloosheidsgraad die door Eurostat gehanteerd wordt daalde in België vorig jaar nog tot 7,1%, maar steeg terug tot 7,2% in het eerste kwartaal van 2012 en zal wellicht nog wat verder oplopen tot 7,5%.

Toch blijft dit gunstig in vergelijking met het gemiddelde van het eurogebied (11,2% in juni 2012) of van de EU-27 (10,4%). De werkloosheidsgraad (uitgedrukt in % van de beroepsbevolking) verschilt sterk onder de gewesten.

Op het einde van het eerste kwartaal van 2012 lag deze op 4,3% in Vlaanderen, terwijl dit in Wallonië 9,9% was en in Brussel 16,1%. Ook zijn er nog andere opvallende verschillen qua samenstelling en duurtijd van de werkloosheid.

Dat de groei in de marktsector in 2011 zo arbeidsintensief bleef en dat - ondanks de conjunctuurvertraging - het aantal banen in 2012 toch licht blijft stijgen, wordt volgens Belfius Research mee verklaard door de aanhoudende expansie van het aantal banen via dienstencheques. De werkgelegenheid bij de overheidsadministratie en in het onderwijs nam in de periode 2010-2011 toe met 5 000 personen, maar zou zich dit jaar stabiliseren onder impuls van de beperkingen op de vervanging van natuurlijke afvloeiingen bij de federale overheid.Terwijl de werkzame bevolking (=werkenden) in 2011 nog steeg met 56 300 personen, zou de toename volgens Belfius Research dit jaar beperkt blijven tot 6 400 personen. Vorig jaar klom de werkgelegenheidsgraad (=werkenden/bevolking op arbeidsleeftijd) daardoor van 63,7% tot 64,2%, ondanks de nog steeds aanzienlijke toename van de bevolking op arbeidsleeftijd (+38 700 personen). Dit jaar zou de bevolking op arbeidsleeftijd een minder uitgesproken toename kennen (+31 200 personen), maar valt de werkgelegenheidsgraad met 0,2 procentpunt terug tot 64%. De beroepsbevolking (=werkenden+werklozen) bleef gevoelig stijgen. Dat heeft niet alleen te maken met de nog steeds aanzienlijke toename van de bevolking op arbeidsleeftijd, maar ook met het relatief beperkte effect van de crisis op de evolutie van de activiteitsgraden (=beroepsbevolking/bevolking op arbeidsleeftijd). Grote regionale verschillen qua werkloosheidsgraadDe globale activiteitsgraad bleef constant in 2009 (op 72,7%) steeg zelfs tot 72,9% in 2010.Vorig jaar bleef hij stabiel, wat ook dit jaar het geval zou zijn. Bij de raming van de activiteitsgraad voor dit jaar werd rekening gehouden met de gevolgen van de recente 'structurele' arbeidsmarktmaatregelen (strengere toegang tot voltijds tijdskrediet en voltijdse loopbaanonderbreking; strengere controles op het zoekgedrag van gerechtigden op een inschakelinguitkering; verstrenging van de voorwaarden voor instroom in het voltijds brugpensioen via nieuw afgesloten CAO's). Het effect van de structuurhervormingen op het arbeidsaanbod (hervorming van de brugpensioenen, verhoging van de leeftijd voor vervroegd pensioen) situeert zich volgens Belfius Research echter grotendeels op langere termijn. Met een enigszins afzwakkende maar nog steeds substantiële demografische impuls zou de toename van de beroepsbevolking terugvallen van 30200 personen vorig jaar tot 25800 personen dit jaar. De 'geharmoniseerde' werkloosheidsgraad die door Eurostat gehanteerd wordt daalde in België vorig jaar nog tot 7,1%, maar steeg terug tot 7,2% in het eerste kwartaal van 2012 en zal wellicht nog wat verder oplopen tot 7,5%. Toch blijft dit gunstig in vergelijking met het gemiddelde van het eurogebied (11,2% in juni 2012) of van de EU-27 (10,4%). De werkloosheidsgraad (uitgedrukt in % van de beroepsbevolking) verschilt sterk onder de gewesten. Op het einde van het eerste kwartaal van 2012 lag deze op 4,3% in Vlaanderen, terwijl dit in Wallonië 9,9% was en in Brussel 16,1%. Ook zijn er nog andere opvallende verschillen qua samenstelling en duurtijd van de werkloosheid.