Enkele weken geleden deed er zich een historisch feit voor in de geschiedenis van het Amerikaanse Caterpillar. De grootste producent ter wereld van graafmachines gaf voor het eerst in zowat 90-jaar beursgeschiedenis een becijferde prognose voor de kwartaalwinst.
...

Enkele weken geleden deed er zich een historisch feit voor in de geschiedenis van het Amerikaanse Caterpillar. De grootste producent ter wereld van graafmachines gaf voor het eerst in zowat 90-jaar beursgeschiedenis een becijferde prognose voor de kwartaalwinst. Wekenlang probeerde de bedrijfsleiding via subtiele en daarna ook minder omfloerste aanwijzingen het analistenheir erop attent te maken dat hun voorspellingen voor kwartaalomzet en -winst veel te hoog lagen. De analistenconsensus lag voor de toeleverancier aan de grondstoffen- en oliesector op een kwartaalomzet van 10,2 miljard USD en een kwartaalwinst van 0,95 USD per aandeel. Het management gaf enkele weken voor de publicatie van de kwartaalcijfers een (fikse) winstwaarschuwing door te stellen dat de kwartaalomzet eerder 9,3 à 9,4 miljard USD zal bedragen en de kwartaalwinst op 0,65 à 0,70 USD per aandeel. Respectievelijk zo'n 10 en 30 procent onder de verwachtingen. Het geval-Caterpillar is in ons aanvoelen heus geen alleenstaand geval, al is het natuurlijk extreem. Maar algemeen merken we ook bij de bedrijfsleiders van eigen bodem dat er de nodige voorzichtigheid wordt ingebouwd. Ondanks vaak een zeer goed 2015 worden de dividenden niet of nauwelijks opgetrokken en/of zijn de prognoses voor dit jaar een stuk gematigder. Dat leidt her en der tot gemor onder de analisten, die met hun verwachtingen (een stuk) hoger liggen en hun prognoses, adviezen en/of koersdoelen moeten aanpassen. Nieuwkomer in de BEL20 Ontex was een goed voorbeeld daarvan in het Belgische resultatenseizoen. Volgende week begint Wall Street opnieuw aan het resultatenseizoen. Met de klassieke aftrap door Alcoa. Opnieuw een belangrijk Amerikaans resultatenseizoen. In het tweede, derde en vierde kwartaal van vorig jaar was er op niveau van de Standard&Poor's500-index sprake van een lagere winst. Naar analogie van de macro-economie mogen we dan ook spreken over een winstrecessie voor de grote(re) Amerikaanse ondernemingen. Naar de redenen voor de winstrecessie is het ook niet zo ver zoeken. Vooreerst omwille van de sterke dollar (USD). Daarnaast is voor het eerst sinds vele jaren opnieuw sprake van opwaartse druk op de lonen door de toenemende krapte op de Amerikaanse arbeidsmarkt. Tot slot is er sprake in de VS van vertragende vooruitlopende indicatoren. Eerst in de industrie, daarna ook in dienstensector. Gezien de voorzichtigheid bij heel wat Europese bedrijfsleiders vrezen we dat de winstrecessie na de opkomende landen en de Verenigde Staten dit en/of volgende jaar ook wel eens zou kunnen uitdeinen naar Europa. Daar waar analisten nog steeds mikken op verdere winstgroei en wijzen op de achterstand van de Europese ten aanzien van de Amerikaanse bedrijfswinsten.We zeggen het al een aantal maanden en we blijven het herhalen dat niet de renteverhogingen door de Amerikaanse centrale bank, maar wel de bedrijfswinsten de meest bedreigende factor zijn voor een trendommekeer op de westerse beurzen. Een resem winstwaarschuwingen in de loop van 2016 - hopelijk niet genre Caterpillar - zouden serieus op het beurssentiment kunnen wegen.