De voorbije twee weken verloren de meeste beursindexen 10 procent en dan mogen we officieel over een 'correctie' spreken. Heel wat elementen wijzen er echter op dat de tussentijdse correctie op zijn laatste benen loopt.

Beleggers zijn het de jongste jaren gewoon geraakt dat ze goed worden voorbereid op acties van de centrale banken, die de afgelopen jaren almaar bepalender zijn geworden voor het beursverloop. Ze verdragen geen onverwachte wendingen meer.

Valutaoorlog

Voor de tweede keer dit jaar doet een centrale bank iets heel onverwachts. De eerste keer besliste de Zwitserse centrale bank al erg vroeg op het jaar om totaal onverwacht het plafond van 1,20 Zwitserse frank (CHF) voor 1 euro (EUR) los te laten. De analyse toen was dat de Zwitserse centrale bank wilde anticiperen op de beslissing van de Europese Centrale Bank (ECB) om met een opkoopprogramma van (staats)obligaties te beginnen.

Deze keer kwam China verrassend uit de hoek. Het land liet een nog langere traditie van een koppeling van zijn munt, de yuan (CNY) _ ook wel renminbi (RMB) genoemd - aan de Amerikaanse dollar (USD) los. De facto is er sprake van een devaluatie van de yuan ten opzichte van de dollar. Het is een duidelijke anticipatie op de verwachte, eerste renteverhoging door de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, later dit jaar. Waarnemers zijn er dan ook van overtuigd dat China het volgende land is dat zich in de internationale valutaoorlog stort.

Correctie, geen crash

De stevige terugval is enerzijds heel vervelend, maar biedt anderzijds opportuniteiten. Toch is er een panieksfeer te merken onder de beleggers. China was het afgelopen decennium een garantie voor groei en succes. Dat dit nu niet langer het geval is, boezemt duidelijk overdreven veel angst in. Sommige beleggers overwegen zelfs alles te verkopen.

Daarnaast blijft er een hopeloos gebrek aan alternatieven. De twijfels over China en de groei van de wereldeconomie betekent dat we nog altijd geen schrik moeten hebben dat de rente snel zal oplopen. De wereldeconomie is daar niet klaar voor. De vraag is of de actie van de Chinese centrale bank de plannen van de Fed niet in de war heeft gestuurd. De Amerikaanse centrale bank leek klaar om de volgende vergadering (17 september) de eerste renteverhoging sinds 2006 door te voeren. Maar dat is nu lang niet meer zeker. Ook in de VS zien we meer en meer tekenen dat de conjunctuur verzwakt. Het betekent dat de rente nog altijd geen bedreiging vormt voor de aandelenmarkten.

'Come back in September'

We moeten dan ook spontaan denken aan een van de bekendste beleggingswijsheden: 'Sell in May and go away'. Deze simpele beurswijsheid moet wel worden vervolledigd met 'but remember to come back in September'. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er wel degelijk een kern van waarheid in dit beursgezegde zit. Er is zelfs historisch materiaal voor Wall Street dat teruggaat tot het eind van de negentiende eeuw. Daaruit blijkt dat de periode mei-augustus gemiddeld inderdaad een nulrendement tot maximum 1,9 procent return oplevert naargelang het onderzoek en de periode. Sowieso een stuk minder dan voor de periode september-april, wanneer de gemiddelde rendementen op meer dan honderd jaar tussen 6 en 7 procent schommelen.

Al zorgt de periode mei-augustus absoluut niet jaarlijks voor teleurstelling bij de aandelenbeleggers. Integendeel, we zagen slechts 40 procent van de tijd (over een periode van meer dan honderd jaar) negatieve rendementen in die periode, tegenover een jaargemiddelde van 28 procent negatieve returns.

Maar vlak voor het einde van augustus kunnen we wel duidelijk stellen dat de beurswijsheid in 2015 absoluut van toepassing is. In het bijzonder op de Europese aandelenmarkten. Tussen september vorig jaar en eind april dit jaar klom de Eurostoxx50-index met 15 procent. Tussen begin mei en vandaag is diezelfde graadmeter met 8 procent gedaald. Aandelenbeleggers zullen dus opgelucht zijn als het nieuwe schooljaar van start is gegaan.