De regering had de ambitie het aantal tarieven te verminderen, maar dat is niet gelukt. In plaats van 10, 15 en 25 procent roerende voorheffing, kan een roerend inkomen nu worden belast tegen 10, 15, 21 of 25 procent. Het tarief van 15 procent werd voor de meeste roerende inkomsten opgetrokken tot 21 procent. Het tarief van 15 procent geldt enkel nog voor de belastbare interesten van spaarboekjes boven het grensbedrag van 1830 euro, en voor obligaties die eind 2011 werden uitgegeven door lidstaten van de Europese Unie. Daarnaast werd het ook behouden voor rentes en royalty's. Voor de interesten van de meeste obligaties, kasbons, VV-dividenden en termijnrekeningen geldt voortaan een belastingtarief van 21 procent. Dividenden blijven belast tegen 25 procent.

Ook de zogenoemde miljonairsbelasting van 4 procent trekt de aandacht. Over die belasting is al veel gezegd en geschreven. Ze veroorzaakt grote onrust onder de beleggers. Wat velen uit het oog verliezen, is dat die belasting een relatief beperkt toepassingsgebied heeft. Enkel bepaalde belastingplichtigen moeten ze betalen en slechts bepaalde inkomsten worden geviseerd. Ook het tarief van 4 procent is niet echt wereldschokkend.

De belastingplichtigen die in de vuurlinie liggen, zijn degene die in 2012 meer dan 20.020 euro aan roerende inkomsten hebben. Dat drempelbedrag geldt per belastingplichtige. Zowat alle interesten en dividenden moeten worden meegerekend om die drempel te bepalen. Fiscaal vrijgestelde roerende inkomsten - de 1830 euro vrijgestelde inkomsten van een spaarboekje - en liquidatiebonussen worden niet meegerekend. Verder worden ook de inkomsten waarop aan de bron al 4 procent werd ingehouden, buiten de berekening gelaten. De toeslag van 4 procent wordt alleen geheven op de inkomsten die tegen 21 procent worden belast. Op dividenden die worden belast tegen 25 procent en de interesten van spaarboekjes hoeft u de miljonairstoeslag niet te betalen.

Zeker als we kijken naar de opbrengst van de belasting, lijkt de commotie over de miljonairstoeslag much ado about nothing. Met een schamele heffing van 4 procent die slechts enkele beleggers moeten betalen op een beperkt aantal inkomsten, gaat de regering het gat in de begroting echt niet dichten. De opbrengst steekt fel af tegen de administratieve mallemolen die in gang wordt gezet om de belasting te innen. Iedere Belg wordt ermee lastiggevallen zonder dat dat extra belastinginkomsten oplevert. Zo werd het bevrijdende karakter van de roerende voorheffing afgeschaft. Ook wordt een centraal aanspreekpunt opgericht bij de fiscus, waaraan banken en burgers van alles moeten melden.

Tenzij men een ander doel voor ogen had dan het innen van een belasting, is dat een sterk staaltje van administratieve vermoeilijking. En ik die dacht dat men die administratieve rompslomp ging vereenvoudigen. Volg de discussie mee via Twitter @anton_rivus.

Anton van Zantbeek

Advocaat Rivus

De regering had de ambitie het aantal tarieven te verminderen, maar dat is niet gelukt. In plaats van 10, 15 en 25 procent roerende voorheffing, kan een roerend inkomen nu worden belast tegen 10, 15, 21 of 25 procent. Het tarief van 15 procent werd voor de meeste roerende inkomsten opgetrokken tot 21 procent. Het tarief van 15 procent geldt enkel nog voor de belastbare interesten van spaarboekjes boven het grensbedrag van 1830 euro, en voor obligaties die eind 2011 werden uitgegeven door lidstaten van de Europese Unie. Daarnaast werd het ook behouden voor rentes en royalty's. Voor de interesten van de meeste obligaties, kasbons, VV-dividenden en termijnrekeningen geldt voortaan een belastingtarief van 21 procent. Dividenden blijven belast tegen 25 procent. Ook de zogenoemde miljonairsbelasting van 4 procent trekt de aandacht. Over die belasting is al veel gezegd en geschreven. Ze veroorzaakt grote onrust onder de beleggers. Wat velen uit het oog verliezen, is dat die belasting een relatief beperkt toepassingsgebied heeft. Enkel bepaalde belastingplichtigen moeten ze betalen en slechts bepaalde inkomsten worden geviseerd. Ook het tarief van 4 procent is niet echt wereldschokkend.De belastingplichtigen die in de vuurlinie liggen, zijn degene die in 2012 meer dan 20.020 euro aan roerende inkomsten hebben. Dat drempelbedrag geldt per belastingplichtige. Zowat alle interesten en dividenden moeten worden meegerekend om die drempel te bepalen. Fiscaal vrijgestelde roerende inkomsten - de 1830 euro vrijgestelde inkomsten van een spaarboekje - en liquidatiebonussen worden niet meegerekend. Verder worden ook de inkomsten waarop aan de bron al 4 procent werd ingehouden, buiten de berekening gelaten. De toeslag van 4 procent wordt alleen geheven op de inkomsten die tegen 21 procent worden belast. Op dividenden die worden belast tegen 25 procent en de interesten van spaarboekjes hoeft u de miljonairstoeslag niet te betalen.Zeker als we kijken naar de opbrengst van de belasting, lijkt de commotie over de miljonairstoeslag much ado about nothing. Met een schamele heffing van 4 procent die slechts enkele beleggers moeten betalen op een beperkt aantal inkomsten, gaat de regering het gat in de begroting echt niet dichten. De opbrengst steekt fel af tegen de administratieve mallemolen die in gang wordt gezet om de belasting te innen. Iedere Belg wordt ermee lastiggevallen zonder dat dat extra belastinginkomsten oplevert. Zo werd het bevrijdende karakter van de roerende voorheffing afgeschaft. Ook wordt een centraal aanspreekpunt opgericht bij de fiscus, waaraan banken en burgers van alles moeten melden. Tenzij men een ander doel voor ogen had dan het innen van een belasting, is dat een sterk staaltje van administratieve vermoeilijking. En ik die dacht dat men die administratieve rompslomp ging vereenvoudigen. Volg de discussie mee via Twitter @anton_rivus.Anton van ZantbeekAdvocaat Rivus