Het cijferseizoen in de Verenigde Staten is vorige week begonnen, met resultaten van onder meer de grote Amerikaanse banken. Deze week is het de beurt aan bijvoorbeeld technologieconcern IBM, medisch bedrijf Johnson & Johnson, chipfabrikanten Texas Instruments en Intel, industrieconcern United Technologies, verzorgingsproductenleverancier Procter & Gamble en koffieketen Starbucks.

Op macro-economisch gebied buigen beleggers in New York zich deze week onder meer over cijfers van de huizenmarkt, de industrie en de dienstensector in de VS. Verder blijven de ontwikkelingen rond de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog, de brexit en de voortdurende shutdown van de Amerikaanse overheid de aandacht opeisen.

De beurzen in New York sloten vrijdag met duidelijke plussen, dankzij positieve berichten over het Amerikaans-Chinese handelsconflict. De Dow-Jonesindex eindigde 1,4 procent hoger op 24.706,35 punten. De brede S&P 500 klom 1,3 procent tot 2.670,71 punten en de technologiegraadmeter Nasdaq won 1 procent tot 7.157,22 punten.