We zetten nog even de belangrijkste vier argumenten voor een 'outperformance' van de Europese markten tegenover het wereldgemiddelde op een rij.
...

We zetten nog even de belangrijkste vier argumenten voor een 'outperformance' van de Europese markten tegenover het wereldgemiddelde op een rij. Sinds de decenniumwissel sukkelde de Europese politiek van de ene crisis in de andere. Het begon allemaal met het quasifaillissement van Griekenland, maar mondde uit in een heuse eurocrisis, waarbij het populisme mede door de vluchtelingencrisis een stevige opmars maakte in de Europese politiek. Dat populisme is er echter bij de Nederlandse en de Franse verkiezingen niet in geslaagd verder door te breken. Het zorgde de jongste jaren wel voor een gebrek aan vertrouwen bij beleggers en ondernemers, zodat de Europese beurzen ver achterbleven op de prestatie van de Amerikaanse aandelenmarkten. Sinds de bodem in maart 2009 klom de Standard&Poor's500-index260 procent ten opzichte van 140 procent voor de Stoxx600-indexen zelfs een schrale 90 procent voor de Eurostoxx50-index.De Europese politieke crisis en het gebrek aan vertrouwen bij consumenten en bedrijfsleiders zorgden er samen met de verregaande vergrijzing van de Europese bevolking voor dat de groei in de Europese Unie bijzonder laag bleef en er enkele keren geflirt werd met een nieuwe recessie (twee opeenvolgende kwartalen van negatieve groei). Het probleem werd nog erger door vele jaren van dreiging van deflatie (daling van het algemeen prijzenpeil). Zowel de economische groei als de inflatie is het afgelopen jaar hersteld. Niet spectaculair, maar wel voldoende om van een economische relance in Europa te spreken met flink wat herstelpotentieel voor de Europese bedrijfswinsten.De jongste weken illustreren het: de Europese korte en lange rente kan de komende maanden en jaren maar één richting uit en dat is naar boven. Dalende obligatiekoersen betekenen dat er verlies wordt geleden in de obligatieportefeuilles. Dat vooruitzicht gaat vele beleggers ertoe aan zetten geleidelijk aan obligaties in te ruilen voor aandelen zodat er intern, vanuit Europa, een bijkomende vraag naar aandelen wordt gecreëerd.Maar niet alleen vanuit Europa kan de vraag naar Europese aandelen toenemen. Ook vanuit de rest van wereld, op de eerste plaats de Verenigde Staten. Europese aandelen zijn nog een stuk goedkoper dan de Amerikaanse. Berekend in termen van de CAPE-ratio (koerswinst in termen van de gemiddelde winst over de voorbije tien jaar) noteert het gemiddelde Europese indexaandeel met een k/w van 18 tegenover zowat 30 voor een gemiddeld Amerikaans indexaandeel.