In de Verenigde Staten staat het acroniem FANG voor de vier hoogvliegers van de Amerikaanse internetsector: Facebook, Amazon, Netflix en Google (nu Alphabet). Ook China heeft drie techgrootmachten, die worden aangeduid met het letterwoord BAT: Baidu, Alibaba en Tencent. Het grote verschil tussen de twee is dat de FANG's op de beursvloer doorgaans ijzersterk presteren, terwijl de BAT's nauwelijks vooruit raken en veel goedkoper zijn.

Kampioenen

De FANG's zijn zwaargewichten met marktkapitalisaties om van te duizelen. Zo zijn de drie grootste samen goed voor meer dan 1000 miljard dollar aan beurswaarde. Alle vier zijn ze de voorbije jaren fabelachtig gegroeid. Ze profiteerden van de aanhoudende groei van het internet en wisten hun almacht elk op hun manier uit te breiden.

Google is uitgegroeid tot de belangrijkste zoekrobot en rijft de reclame- en marketinginkomsten met de ogen dicht binnen.

Google is uitgegroeid tot de belangrijkste zoekrobot en rijft de reclame- en marketinginkomsten met de ogen dicht binnen. Ook Facebook is alomtegenwoordig en zuigt steeds meer marketingbudgetten naar zich toe. Amazon is dan weer uitgegroeid tot de grootste onlinewinkel ter wereld en heeft enkele snelgroeiende vertakkingen uitgebouwd, waaronder clouddiensten. Netflix, dat gespecialiseerd is in het aanbieden van onlinestreamingcontent, is met een marktkapitalisatie van 41 miljard het kleine broertje, maar het slaagde er in vijf jaar toch in zijn waarde te vervijfvoudigen. Vanuit het niets is het bedrijf uitgegroeid tot een naam die over bijna de hele wereld bekend is.

In 2015 hebben de vier bijna in hun eentje bekende Amerikaanse beursindexen als de Nasdaq Composite en de S&P500 overeind gehouden. Ook in het moeilijke 2016 gaven ze nauwelijks een krimp. De voorbije twaalf maanden moest enkel Netflix een stapje terugzetten (zie kader Netflix heeft groeipijnen), terwijl de overige drie op een koers-winstverhouding van minstens 30 procent zitten. Amazon en Facebook zitten zelfs op een recordkoers.

Achterblijvers

Over de Chinese BAT's kan in zulke termen niet worden gesproken. Het voorbije jaar moest zowel de onlinesupermarkt Alibaba als Baidu, het Chinese Google, op de beurs een stap terugzetten. Enkel de internetdienstverlener Tencent, die vooral inkomsten haalt uit onlinegames en reclame, heeft een beperkte koerswinst neergezet. Toch kan het drietal kwartaal na kwartaal een mooie omzet- en winstgroei voorleggen. Zo rekent Baidu het komende kwartaal op een omzetgroei van 30 procent. Dat mag niet verbazen, want de Chinese internetmarkt groeit als kool. In China zijn zo'n 700 miljoen mensen online actief, een verdubbeling in zes jaar tijd en meer dan dubbel zoveel als de bevolking van de Verenigde Staten. Van hen doet meer dan 60 procent onlineaankopen en -betalingen, en dat percentage blijft nog stijgen. Van zulke groeicijfers kunnen hun Amerikaanse concullega's op hun mature thuismarkt enkel maar dromen.

Netflix heeft groeipijnen

Netflix was jarenlang de groeikampioen op Wall Street, maar sinds kort zit de klad erin. Het domineert de markt voor streamingdiensten met meer dan 80 miljoen klanten wereldwijd, maar de Amerikaanse markt lijkt steeds meer verzadigd, terwijl de groei in het buitenland minder goed loopt dan gepland. In 2017 zit er slechts een omzetgroei van 25 procent in de pijplijn. Dat is nog altijd niet slecht, maar aangezien het aandeel al heel duur is, wordt er meer verwacht. Als er één aandeel van de FANG's kan ontgoochelen, dan is het Netflix wel.

Ondanks die enorme groeimogelijkheden zijn de BAT's op de beurs achtergebleven. Alibaba noteert bijvoorbeeld tegen 11 keer de winst van de voorbije twaalf maanden, en voor Tencent is dat 35 keer. In de Verenigde Staten moeten beleggers veel meer betalen om deel te nemen aan de onlinegroei. Facebook en Netflix noteren tegen 72 en 97. Die van Amazon is nog veel hoger. De onlinewinkel is na al die jaren nog altijd niet bijster winstgevend. Enkel Google meet zich een Chinese waardering aan.

De perceptie tegen

Er zijn verschillende redenen waarom de Chinezen achterblijven. Misschien wel de belangrijkste is dat de Chinese internetgrootmachten minder bekend zijn bij het grote publiek. Amerikaanse beleggers, die wereldwijd nog altijd over het grootste kapitaal beschikken, investeren liever dicht bij huis in bedrijven die ze begrijpen. Voor de FANG's ligt de drempel niet hoog: het zijn Amerikaanse ondernemingen die niet meer weg te denken zijn uit het dagelijkse leven. Voor de BAT's ligt dat anders: de voertaal van hun belangrijkste activiteiten is Chinees. Ze zijn bovendien grotendeels in eigen land actief, hoewel ze geleidelijk bezig zijn aan een buitenlandse expansie.

Ondanks die enorme groeimogelijkheden zijn de BAT's op de beurs achtergebleven.

Daarnaast houdt Chinese bedrijven de perceptie tegen. Om te beginnen is er de enorme volatiliteit op de Chinese beurs. De speculatiekoorts bij Chinese beleggers is daar niet vreemd aan. Dat is geen aantrekkelijk klimaat voor buitenlandse beleggers die stabiliteit zoeken. Daarnaast houdt het gebrek aan transparantie in veel Chinese bedrijven veel beleggers weg van Chinese aandelen, ook al noteren ze op Nasdaq, zoals Alibaba en Baidu. Het helpt niet dat de Amerikaanse markttoezichthouder SEC onlangs een onderzoek deed naar de boekhoudkundige praktijken van Alibaba. En dan is er de Chinese onlineregelgeving, die van het ene moment op het andere grondig kan wijzigen. Zo moest Baidu zijn omzetverwachting een maand geleden met 10 procent verlagen, omdat de overheid de regels voor onlinereclame fors had aangepast.

Er zijn ook twijfels over de groei van de Chinese economie. De Chinese industrie gaat gebukt onder overcapaciteit en te veel investeringen, maar de diensteneconomie blijft wel groeien door de opkomst van de middenklasse.

(Door Francis Muyshondt)