De nieuwe soberheid dient men volgens Belfius te situeren tegen de achtergrond van een economie die trager groeit dan vroeger, en een strenge campagne die Beijing heeft opgezet om de wijdverbreide corruptie in de politieke en commerciële arena in te dijken.

Bovendien zijn de politieke leiders bezorgd over de groeiende economische ongelijkheid omdat die de duurzaamheid van de ontwikkeling van China bedreigt.

Een recente studie, uitgevoerd door de Southwestern University of Finance and Economics in Chengdu, kwam tot de conclusie dat de Chinese Gini coëfficiënt in 2010 veel hoger lag dan vooraf gedacht, nl. op 0.61 in plaats van de 0.47 die door Beijing naar voren werd geschoven.

De studie toonde verder aan dat 10% van de huishoudens ongeveer 57% van de totale rijkdom vertegenwoordigden. De voornaamste oorzaak voor deze economische ongelijkheid is het verschil in ontwikkeling tijdens de afgelopen decennia tussen het arme rurale binnenland en de rijke steden aan de kust.

De partijbonzen in Peking zijn volgens Belfius bezorgd dat de ongelijkheid zal zorgen voor sociale onrust en op die manier de politieke stabiliteit in het land kan bedreigen.

Maar ook op economisch vlak gaat een dreiging uit van de groeiende kloof tussen arm en rijk omdat de toekomstige groei zal moeten komen van binnenlandse consumptie en minder van investeringen die grotendeels verantwoordelijk waren voor de economische boom van de afgelopen 25 jaar.

De nieuwe soberheid dient men volgens Belfius te situeren tegen de achtergrond van een economie die trager groeit dan vroeger, en een strenge campagne die Beijing heeft opgezet om de wijdverbreide corruptie in de politieke en commerciële arena in te dijken. Bovendien zijn de politieke leiders bezorgd over de groeiende economische ongelijkheid omdat die de duurzaamheid van de ontwikkeling van China bedreigt. Een recente studie, uitgevoerd door de Southwestern University of Finance and Economics in Chengdu, kwam tot de conclusie dat de Chinese Gini coëfficiënt in 2010 veel hoger lag dan vooraf gedacht, nl. op 0.61 in plaats van de 0.47 die door Beijing naar voren werd geschoven. De studie toonde verder aan dat 10% van de huishoudens ongeveer 57% van de totale rijkdom vertegenwoordigden. De voornaamste oorzaak voor deze economische ongelijkheid is het verschil in ontwikkeling tijdens de afgelopen decennia tussen het arme rurale binnenland en de rijke steden aan de kust. De partijbonzen in Peking zijn volgens Belfius bezorgd dat de ongelijkheid zal zorgen voor sociale onrust en op die manier de politieke stabiliteit in het land kan bedreigen. Maar ook op economisch vlak gaat een dreiging uit van de groeiende kloof tussen arm en rijk omdat de toekomstige groei zal moeten komen van binnenlandse consumptie en minder van investeringen die grotendeels verantwoordelijk waren voor de economische boom van de afgelopen 25 jaar.