Volgend jaar is vanaf het derde kwartaal een licht herstel mogelijk als de verschillende landen grote stimuleringsprogramma's doorvoeren.

Nog geen twee maanden geleden voorspelde het IMF voor dit jaar nog een groei van een oe%. De grootste neerwaartse aanpassing is voor Japan, dat ook in 2010 nog zal krimpen.

Om een economisch herstel te realiseren zijn naar onze mening diverse maatregelen noodzakelijk. Als basisvoorwaarden gelden dat de twijfels over de stabiliteit van het financiële systeem weg zijn, er transparantie over de slechte leningen is en het onderlinge vertrouwen in het handelsverkeer is teruggekeerd. Verder moeten centrale banken het financiële verkeer voldoende faciliteren, een voorwaarde waaraan is voldaan.

Het belangrijkste is volgens Theodoor Gilissen Bankiers dat de vraag moet worden gestimuleerd. En dat is minder eenvoudig dan dat het op papier allemaal lijkt.

Duidelijk is dat gezamenlijke maatregelen met meerdere landen effectiever zullen zijn dan individuele acties. Maar daarbij is een kosten/baten-analyse niet zo eenvoudig.

Als er in een industrie in Duitsland wordt geïnvesteerd betekent dat behoud van werkgelegenheid in dat land. Een open economie als Nederland of België kan daarvan meeprofiteren en zal daarom in de lasten moeten delen.

Een land als bijvoorbeeld Frankrijk kan daarentegen juist last hebben van extra concurrentie door deze investering. Ook moet nog een afweging gemaakt worden welke industrieën het waard zijn om in te investeren, waarbij protectionisme, overcapaciteit en milieu-overwegingen een rol kunnen spelen.

De VS loopt voor in de ontwikkelingen en misschien kan Europa hiervan bepaalde ideeën overnemen. Zo ondersteunt de VS de automobielfabrikanten en hun leveranciers, maar wel onder voorwaarden.

Ook wordt erkend dat er bij de toeleveranciers overcapaciteit bestaat, en dus zal niet iedere producent met subsidies overeind worden gehouden.

Werknemers in Europa tonen zich minder flexibel. De Fransen zoeken de oplossing in stakingen om de overheid te dwingen tot maatregelen en loonsverhogingen en de bonussen in Europa staan ter discussie maar nog zonder structurele oplossingen.

Het besef in Europa moet nog doordringen dat de (hoge) welvaart die we hebben toch minder zal worden, een verschuiving in banen op zal treden en de focus op sectoren anders wordt.

Volgend jaar is vanaf het derde kwartaal een licht herstel mogelijk als de verschillende landen grote stimuleringsprogramma's doorvoeren. Nog geen twee maanden geleden voorspelde het IMF voor dit jaar nog een groei van een oe%. De grootste neerwaartse aanpassing is voor Japan, dat ook in 2010 nog zal krimpen.Om een economisch herstel te realiseren zijn naar onze mening diverse maatregelen noodzakelijk. Als basisvoorwaarden gelden dat de twijfels over de stabiliteit van het financiële systeem weg zijn, er transparantie over de slechte leningen is en het onderlinge vertrouwen in het handelsverkeer is teruggekeerd. Verder moeten centrale banken het financiële verkeer voldoende faciliteren, een voorwaarde waaraan is voldaan. Het belangrijkste is volgens Theodoor Gilissen Bankiers dat de vraag moet worden gestimuleerd. En dat is minder eenvoudig dan dat het op papier allemaal lijkt. Duidelijk is dat gezamenlijke maatregelen met meerdere landen effectiever zullen zijn dan individuele acties. Maar daarbij is een kosten/baten-analyse niet zo eenvoudig. Als er in een industrie in Duitsland wordt geïnvesteerd betekent dat behoud van werkgelegenheid in dat land. Een open economie als Nederland of België kan daarvan meeprofiteren en zal daarom in de lasten moeten delen. Een land als bijvoorbeeld Frankrijk kan daarentegen juist last hebben van extra concurrentie door deze investering. Ook moet nog een afweging gemaakt worden welke industrieën het waard zijn om in te investeren, waarbij protectionisme, overcapaciteit en milieu-overwegingen een rol kunnen spelen.De VS loopt voor in de ontwikkelingen en misschien kan Europa hiervan bepaalde ideeën overnemen. Zo ondersteunt de VS de automobielfabrikanten en hun leveranciers, maar wel onder voorwaarden. Ook wordt erkend dat er bij de toeleveranciers overcapaciteit bestaat, en dus zal niet iedere producent met subsidies overeind worden gehouden. Werknemers in Europa tonen zich minder flexibel. De Fransen zoeken de oplossing in stakingen om de overheid te dwingen tot maatregelen en loonsverhogingen en de bonussen in Europa staan ter discussie maar nog zonder structurele oplossingen. Het besef in Europa moet nog doordringen dat de (hoge) welvaart die we hebben toch minder zal worden, een verschuiving in banen op zal treden en de focus op sectoren anders wordt.