Het resultatenseizoen voor het derde kwartaal trekt zich op gang. De verwachtingen hebben een neerwaartse duik genomen. Analisten denken dat de nettowinst van de bedrijven in de S&P 500 slechts met 2,6 procent zal groeien, het laagste cijfer sinds corona. Voor de Stoxx Europe 600 ziet het er beter uit, met een verwachte winstgroei van 31 procent. Het is opnieuw uitkijken hoe bedrijven omgaan met de almaar stijgende kosten, of ze die doorgerekend krijgen, of de vraag naar hun producten en diensten afneemt en of hun winstmarges kunnen standhouden.

De minder dan verwachte resultaten van onder meer het sportmerk Nike, het chipbedrijf AMD en het modeconglomeraat H&M voorspellen weinig goeds. Deze week figureren de Amerikaanse grootbanken Morgan Stanley, JP Morgan, Wells Fargo en Citigroup weer als kanaries in de kolenmijn. Daarnaast rapporteren onder meer ook PepsiCo en Delta Airlines, die een eerste signaal zullen geven van hoe de consumenten zich voelen en gedragen.

De grilligheid van de economie en de financiële markten is groot. Ondergetekende hoorde afgelopen weekend nog een getuigenis van een bijeenkomst van een honderdtal CFO's van voorname Belgische bedrijven, en daar stond maar één ding centraal: onzekerheid. Bedrijven weten niet waar het met de inflatie en de kosten naartoe gaat. Ze weten niet of de vraag aantrekt of afneemt, en bijgevolg niet of ze nieuwe werknemers moeten aantrekken of werknemers moeten laten gaan.

Fed-fetisj leidt af

Ook de financiële markten blijven in het ongewisse. De verkrappingsdrang van de centrale banken, en vooral die van de Amerikaanse Federal Reserve, blijft allesbepalend. Dat werd vorige week nog een keer bevestigd na nieuwe cijfers over de arbeidsmarkt. Er kwamen minder banen bij dan verwacht, wat goed is omdat dat zou wijzen op een afkoeling van de economie. De werkloosheid daalde van 3,7 naar 3,5 procent. Daarmee kregen de financiële markten opnieuw angststuipen, want de krappe arbeidsmarkt zou een zoveelste prikkel zijn voor de Fed om op haar volgende bijeenkomst van 1 en 2 november de rente opnieuw met 75 basispunten (0,75%) op te trekken. Daarmee zou de beleidsrente op 4 à 4,25 procent komen te staan. Dat vooruitzicht deed de S&P 500 vrijdag met bijna 3 procent dalen. Algemeen gingen de aandelen- en obligatiekoersen onderuit.

De snelheid waarmee de Fed dit jaar haar beleidsrente heeft verhoogd, is nooit gezien in de laatste veertig jaar. Dat mist zijn effect niet op de rentes van het Amerikaanse overheidspapier. De tweejaarsrente ging in negen maanden van 0,9 naar 4,15 procent. De tienjaarsrente ging van 1,6 naar 3,8 procent. Die rentes zijn de basis voor de waardering van alle andere financiële activa. Als de eerste omhooggaan, gaat de koers van de laatste naar beneden. Het einde van de verhogingen van de Fed is nog niet in zicht, en dus ook niet het einde van de tuimelperte van de aandelenmarkten.

Belegd blijven

De markten blijven zich blindstaren op de Fed. Je kunt je afvragen wat dat nog met beleggen en investeren te maken heeft. Akkoord, de rente bepaalt de waardering van toekomstige kasstromen, of die nu van bedrijven of coupongewijs van obligaties komen, maar de overdreven focus op de rentecarrousel van de centrale banken leidt af van de langetermijndoelstellingen die het vertrekpunt van elke beleggingsstrategie behoren te zijn.

Volgens Jeremy Siegel, de auteur van het boek Stocks for the Long Run, is belegd blijven, ook in moeilijke tijden zoals nu, de beste manier om op lange termijn structureel positieve rendementen neer te zetten. Het is niet aan beleggers om op en rond de economische cyclus hun portefeuille ter herschikken. Dat is traden, niet beleggen. Zoals de onnavolgbare Aswath Damodaran in Trends ooit zei: "Beleggen draait om kasstromen, groei en risico." Dát moet de leidraad voor beleggers zijn. Op tijd winst nemen om naar betere kansen te zoeken, is iets anders dan in functie van de economische cyclus te traden.

Het resultatenseizoen voor het derde kwartaal trekt zich op gang. De verwachtingen hebben een neerwaartse duik genomen. Analisten denken dat de nettowinst van de bedrijven in de S&P 500 slechts met 2,6 procent zal groeien, het laagste cijfer sinds corona. Voor de Stoxx Europe 600 ziet het er beter uit, met een verwachte winstgroei van 31 procent. Het is opnieuw uitkijken hoe bedrijven omgaan met de almaar stijgende kosten, of ze die doorgerekend krijgen, of de vraag naar hun producten en diensten afneemt en of hun winstmarges kunnen standhouden.De minder dan verwachte resultaten van onder meer het sportmerk Nike, het chipbedrijf AMD en het modeconglomeraat H&M voorspellen weinig goeds. Deze week figureren de Amerikaanse grootbanken Morgan Stanley, JP Morgan, Wells Fargo en Citigroup weer als kanaries in de kolenmijn. Daarnaast rapporteren onder meer ook PepsiCo en Delta Airlines, die een eerste signaal zullen geven van hoe de consumenten zich voelen en gedragen.De grilligheid van de economie en de financiële markten is groot. Ondergetekende hoorde afgelopen weekend nog een getuigenis van een bijeenkomst van een honderdtal CFO's van voorname Belgische bedrijven, en daar stond maar één ding centraal: onzekerheid. Bedrijven weten niet waar het met de inflatie en de kosten naartoe gaat. Ze weten niet of de vraag aantrekt of afneemt, en bijgevolg niet of ze nieuwe werknemers moeten aantrekken of werknemers moeten laten gaan.Ook de financiële markten blijven in het ongewisse. De verkrappingsdrang van de centrale banken, en vooral die van de Amerikaanse Federal Reserve, blijft allesbepalend. Dat werd vorige week nog een keer bevestigd na nieuwe cijfers over de arbeidsmarkt. Er kwamen minder banen bij dan verwacht, wat goed is omdat dat zou wijzen op een afkoeling van de economie. De werkloosheid daalde van 3,7 naar 3,5 procent. Daarmee kregen de financiële markten opnieuw angststuipen, want de krappe arbeidsmarkt zou een zoveelste prikkel zijn voor de Fed om op haar volgende bijeenkomst van 1 en 2 november de rente opnieuw met 75 basispunten (0,75%) op te trekken. Daarmee zou de beleidsrente op 4 à 4,25 procent komen te staan. Dat vooruitzicht deed de S&P 500 vrijdag met bijna 3 procent dalen. Algemeen gingen de aandelen- en obligatiekoersen onderuit.De snelheid waarmee de Fed dit jaar haar beleidsrente heeft verhoogd, is nooit gezien in de laatste veertig jaar. Dat mist zijn effect niet op de rentes van het Amerikaanse overheidspapier. De tweejaarsrente ging in negen maanden van 0,9 naar 4,15 procent. De tienjaarsrente ging van 1,6 naar 3,8 procent. Die rentes zijn de basis voor de waardering van alle andere financiële activa. Als de eerste omhooggaan, gaat de koers van de laatste naar beneden. Het einde van de verhogingen van de Fed is nog niet in zicht, en dus ook niet het einde van de tuimelperte van de aandelenmarkten.De markten blijven zich blindstaren op de Fed. Je kunt je afvragen wat dat nog met beleggen en investeren te maken heeft. Akkoord, de rente bepaalt de waardering van toekomstige kasstromen, of die nu van bedrijven of coupongewijs van obligaties komen, maar de overdreven focus op de rentecarrousel van de centrale banken leidt af van de langetermijndoelstellingen die het vertrekpunt van elke beleggingsstrategie behoren te zijn.Volgens Jeremy Siegel, de auteur van het boek Stocks for the Long Run, is belegd blijven, ook in moeilijke tijden zoals nu, de beste manier om op lange termijn structureel positieve rendementen neer te zetten. Het is niet aan beleggers om op en rond de economische cyclus hun portefeuille ter herschikken. Dat is traden, niet beleggen. Zoals de onnavolgbare Aswath Damodaran in Trends ooit zei: "Beleggen draait om kasstromen, groei en risico." Dát moet de leidraad voor beleggers zijn. Op tijd winst nemen om naar betere kansen te zoeken, is iets anders dan in functie van de economische cyclus te traden.