Het is al weken wachten op de eerste tekenen dat de inflatie haar piek heeft bereikt. Ook vorige week kwamen daar weer dubbelzinnige signalen over vanuit de Verenigde Staten. Enerzijds groeide het aantal nieuwe banen waardoor de krapte op de arbeidsmarkt niet meteen gesust lijkt. Anderzijds was de jobgroei en de bijbehorende loongroei minder dan in de maanden daarvoor.

Daarnaast lijkt de druk op de aanvoerketens te verminderen. Wereldwijde enquêtes bij aankoopmanagers wijzen erop dat de levertijden vanuit belangrijke economische blokken zoals de VS, Europa, Japan en China teruglopen. Als China zijn covidbeperkingen de komenden weken zou versoepelen, kan dat een bijkomende verademing zijn. Anderzijds kan de Chinese heropening bijkomende druk zetten als de vraag vanuit China daardoor aantrekt.

Die dubbelzinnigheid doet analisten en economen scheel kijken over waar het met de economie en de beurs de komende maanden naartoe kan gaan.

Deze week is het uitkijken of de Amerikaanse inflatiecijfers (CPI) daar iets eenduidigs over kunnen vertellen. Kondigen zij de langverwachte piek aan? Als die er komt, zullen markten daar in eerste instantie tevreden op reageren omdat het de verkrappingsdrang van de centrale banken zal intomen.

Tegelijkertijd zijn er tekenen van een economische vertraging, onder meer door de terugvallende industriële productie in belangrijke delen van de wereld. Als dat doorzet, is dat minder goed voor de bedrijfsresultaten.

Onenigheid alom

Bank of America (BofA) bijvoorbeeld waarschuwt voor een slechter economisch en beursklimaat omdat de Fed het schuldpapier op zijn balans begint af te bouwen - ook bekend als quantitative tightening (QT). De liquiditeit waarvan de bedrijven en financiële markten de laatste dertien jaar hebben geprofiteerd via lage rentes en gunstige kredietvoorwaarden zal vanaf nu in de omgekeerde richting gaan. Dat in combinatie met structureel hogere prijzen die niet alle bedrijven even vlot kunnen doorrekenen, kan de komende maanden een domper zetten op de winstmarges.

De Amerikaanse bank herinnert eraan dat de koersdalingen van de afgelopen maanden vooral een gevolg waren van een neerwaartse bijstelling van waarderingen en dat die minder gedreven waren door bedrijfsfundamenten zoals de omzet, de winst en de kasstromen. Als die laatste de komende maanden een knauw zouden krijgen, kan er nog wat van de koersen afgeschaafd worden volgens de BofA-analisten.

Anderzijds zijn er evenveel stemmen op de financiële markten die zeggen dat het ergste van de verkoopgolf achter de rug is.

Die onenigheid is wel nieuw in vergelijking met de afgelopen tien jaar, waarin iedereen doordrongen was van een 'to the moon'-enthousiasme dat koersen alleen maar opwaarts stuwde. Dat is weg en in de plaats hebben we meer marktonzekerheid en analistenonenigheid gekregen, met als gevolg een veel hogere volatiliteit. Die zal nog een tijdje aanhouden.

Volatiliteit als actief

Sommige beleggers pleiten ervoor volatiliteit als een aparte activaklasse te beschouwen die eventueel in portefeuilles opgenomen kan worden. Chris Cole van Artemis Capital heeft daar al het meest uitgebreid en diepgaand over geschreven.

Een manier om daarop in te zetten is via ETF's die de volatiliteitsindex VIX volgen, ook wel de angstbarometer genoemd. Let wel, VIX-ETF's hebben veel weg van een verzekering. In het merendeel van de tijd ben je de premie kwijt, maar wanneer het echt stormt, kunnen de rendementen ongezien hoog zijn. Het maandelijkse rendement van zo'n VIX-ETF schommelde in de afgelopen tien jaar meestal tussen -20 en en +20 procent. Maar in maart 2020 was dat 113 procent. Daarom mag volatiliteit nooit meer dan 1 of 2 procent van een portefeuille uitmaken.

De analisten van Saxo Bank kijken dan weer naar beursgenoteerde flitshandelaren - marktmakers in jargon - als een manier om in te zetten op volatiliteit. Veel beursschommelingen staat gelijk aan veel transacties en daar profiteren die beurshandelaren van. Zij zetten ook recordwinsten neer in 2020.

Twee zo'n marktmakers noteren op de beurs: het Nederlandse Flow Traders en het Amerikaanse Virtu Financial. Een snelle blik leert dat die laatste redelijk gewaardeerd staat, maar dat hun koersen even onderhevig zijn aan de schommelingen waaraan ze zoveel geld verdienen. Niet voor beleggers met een zwakke maag.

Het is al weken wachten op de eerste tekenen dat de inflatie haar piek heeft bereikt. Ook vorige week kwamen daar weer dubbelzinnige signalen over vanuit de Verenigde Staten. Enerzijds groeide het aantal nieuwe banen waardoor de krapte op de arbeidsmarkt niet meteen gesust lijkt. Anderzijds was de jobgroei en de bijbehorende loongroei minder dan in de maanden daarvoor.Daarnaast lijkt de druk op de aanvoerketens te verminderen. Wereldwijde enquêtes bij aankoopmanagers wijzen erop dat de levertijden vanuit belangrijke economische blokken zoals de VS, Europa, Japan en China teruglopen. Als China zijn covidbeperkingen de komenden weken zou versoepelen, kan dat een bijkomende verademing zijn. Anderzijds kan de Chinese heropening bijkomende druk zetten als de vraag vanuit China daardoor aantrekt.Die dubbelzinnigheid doet analisten en economen scheel kijken over waar het met de economie en de beurs de komende maanden naartoe kan gaan.Deze week is het uitkijken of de Amerikaanse inflatiecijfers (CPI) daar iets eenduidigs over kunnen vertellen. Kondigen zij de langverwachte piek aan? Als die er komt, zullen markten daar in eerste instantie tevreden op reageren omdat het de verkrappingsdrang van de centrale banken zal intomen.Tegelijkertijd zijn er tekenen van een economische vertraging, onder meer door de terugvallende industriële productie in belangrijke delen van de wereld. Als dat doorzet, is dat minder goed voor de bedrijfsresultaten. Bank of America (BofA) bijvoorbeeld waarschuwt voor een slechter economisch en beursklimaat omdat de Fed het schuldpapier op zijn balans begint af te bouwen - ook bekend als quantitative tightening (QT). De liquiditeit waarvan de bedrijven en financiële markten de laatste dertien jaar hebben geprofiteerd via lage rentes en gunstige kredietvoorwaarden zal vanaf nu in de omgekeerde richting gaan. Dat in combinatie met structureel hogere prijzen die niet alle bedrijven even vlot kunnen doorrekenen, kan de komende maanden een domper zetten op de winstmarges.De Amerikaanse bank herinnert eraan dat de koersdalingen van de afgelopen maanden vooral een gevolg waren van een neerwaartse bijstelling van waarderingen en dat die minder gedreven waren door bedrijfsfundamenten zoals de omzet, de winst en de kasstromen. Als die laatste de komende maanden een knauw zouden krijgen, kan er nog wat van de koersen afgeschaafd worden volgens de BofA-analisten.Anderzijds zijn er evenveel stemmen op de financiële markten die zeggen dat het ergste van de verkoopgolf achter de rug is.Die onenigheid is wel nieuw in vergelijking met de afgelopen tien jaar, waarin iedereen doordrongen was van een 'to the moon'-enthousiasme dat koersen alleen maar opwaarts stuwde. Dat is weg en in de plaats hebben we meer marktonzekerheid en analistenonenigheid gekregen, met als gevolg een veel hogere volatiliteit. Die zal nog een tijdje aanhouden. Sommige beleggers pleiten ervoor volatiliteit als een aparte activaklasse te beschouwen die eventueel in portefeuilles opgenomen kan worden. Chris Cole van Artemis Capital heeft daar al het meest uitgebreid en diepgaand over geschreven.Een manier om daarop in te zetten is via ETF's die de volatiliteitsindex VIX volgen, ook wel de angstbarometer genoemd. Let wel, VIX-ETF's hebben veel weg van een verzekering. In het merendeel van de tijd ben je de premie kwijt, maar wanneer het echt stormt, kunnen de rendementen ongezien hoog zijn. Het maandelijkse rendement van zo'n VIX-ETF schommelde in de afgelopen tien jaar meestal tussen -20 en en +20 procent. Maar in maart 2020 was dat 113 procent. Daarom mag volatiliteit nooit meer dan 1 of 2 procent van een portefeuille uitmaken.De analisten van Saxo Bank kijken dan weer naar beursgenoteerde flitshandelaren - marktmakers in jargon - als een manier om in te zetten op volatiliteit. Veel beursschommelingen staat gelijk aan veel transacties en daar profiteren die beurshandelaren van. Zij zetten ook recordwinsten neer in 2020.Twee zo'n marktmakers noteren op de beurs: het Nederlandse Flow Traders en het Amerikaanse Virtu Financial. Een snelle blik leert dat die laatste redelijk gewaardeerd staat, maar dat hun koersen even onderhevig zijn aan de schommelingen waaraan ze zoveel geld verdienen. Niet voor beleggers met een zwakke maag.