Met het jaareinde in zicht is de tijd rijp om al eens vooruit te kijken naar wat de beurzen volgend jaar zullen presteren. Dit jaar is de inflatie en de reactie van de centrale banken daarop bepalend geweest voor de koersniveaus. Dat zal volgend jaar zo blijven, maar een bijkomende cruciale factor zullen de bedrijfsresultaten zijn.

Niet hopen op marktgemiddeldes

De winstmarges van bedrijven hebben tot hiertoe standgehouden, ondanks de stijgende inflatie en de monetaire verkrapping. De nettowinstmarge van de Amerikaanse sterindex S&P500 staat nog altijd op een recordhoogte, zeker in vergelijking met zijn historische gemiddeldes. Als die marges volgend jaar door de economische vertraging waar de centrale banken op aansturen een deuk zouden krijgen, dan zou de vrije val van de beurskoersen nog niet ten einde zijn.

Het analistenteam van Saxo Bank ging na wat de verschillende scenario's zijn voor de marges en de koersniveaus van de S&P500. Die noteert momenteel net onder 4.000 punten. De nettowinstmarge van de index schommelt momenteel rond 12 procent, nog steeds een record tegenover het historische gemiddelde van 9 procent in de jongste twintig jaar. Ook de omzetgroei ligt met 14 procent nog ver boven het historische gemiddelde van 5 procent.

Als de nettowinstmarge en de omzetgroei in de komende kwartalen opnieuw zouden evolueren naar hun historische gemiddeldes en de waardering van de sterindex blijft op de huidige niveaus, dan zou die nog kunnen zakken tot net onder 3.000 punten, 25 procent lager dan nu. Als daarbovenop de waardering van de S&P een bijkomende dreun krijgt door een recessie die een hogere risicopremie op aandelen vraagt, dan zou de koers zelfs kunnen zakken tot zo'n 2.600 punten, rekenen de analisten voor.

Gelukkig voor beleggers is het een theoretische oefening, die weliswaar bestaande risico's in kaart brengt, maar voorlopig geen grond heeft in de werkelijkheid. De Saxo-analisten denken dat de winstmarge naar 10 procent zal evolueren, de omzetgroei naar 8 tot 9 procent en dat de waardering nog een tikkeltje lager kan dan vandaag. Daarmee komen zij op een koersdoel van 3.100 tot 3.200 punten voor de komende kwartalen. Dat is nog altijd geen leuk vooruitzicht.

Beter bij de cijfers blijven

Het kan natuurlijk heel snel keren, zoals vorige week te zien was. Toen bleek dat de Amerikaanse inflatiecijfers beter meevielen dan verwacht, lieten de voornaamste aandelenindexen de sterkste heropleving zien sinds die van na de coronacrisis. Zowel de Amerikaanse algemene inflatie als de kerninflatie, die voeding en energie buiten beschouwing laat, vertraagde in oktober. De beursrally die erop volgde, was één van pure opluchting en daarmee allesbehalve structureel. Het is nu al uitkijken naar de inflatiecijfers van november en of die de vertragingstrend in de prijsstijgingen bevestigen.

Maar met dat sprankeltje hoop hebben beleggers al een mogelijk begin van een ander, meer hoopvol scenario dat ze kunnen schrijven als tegenbeeld voor het horrorscript van de Saxo-analisten. Uiteindelijk is beleggen niet meer dan een scenario te bedenken en dat continu te herschrijven in functie van de economische en financiële data die uitkomen en het uitdagen.

Eén scenario zou kunnen zijn dat de inflatiecijfers vanaf nu even snel weer dalen als ze gestegen waren, dat de Amerikaanse centrale bank, de Fed, haar renteverhogingen tegen midden volgend jaar uitdooft, en misschien tegen eind volgend jaar al een eerste renteverlaging inlast. Verder zou kunnen blijken dat het gros van de bedrijven en de gezinnen voldoende sterke balansen hebben, mee dankzij de steunpakketten tijdens corona, dat daarmee de winstmarges en de omzetten geen al te felle duik nemen, waardoor de beurskoersen opnieuw de blik opwaarts kunnen richten.

Daarmee zijn alle risico's voor de aandelenbelegger uiteraard niet van de baan, want naast scenarioschrijven is beleggen ook risicobeheer. Er zijn nog de oorlog in Oekraïne, de geopolitieke en economische spanningen tussen China en het Westen, de energiecrisis en het wereldwijde schuldniveau, om er maar een paar te noemen. Hoofdbrekens genoeg waar beleggers zich volgend jaar over kunnen buigen, maar misschien zal het economisch-monetaire aspect daarin niet langer de hoofdrol spelen. Of dat zo is, zal blijken uit relevante cijfers daarover, die de komende kwartalen komen.

Met het jaareinde in zicht is de tijd rijp om al eens vooruit te kijken naar wat de beurzen volgend jaar zullen presteren. Dit jaar is de inflatie en de reactie van de centrale banken daarop bepalend geweest voor de koersniveaus. Dat zal volgend jaar zo blijven, maar een bijkomende cruciale factor zullen de bedrijfsresultaten zijn.De winstmarges van bedrijven hebben tot hiertoe standgehouden, ondanks de stijgende inflatie en de monetaire verkrapping. De nettowinstmarge van de Amerikaanse sterindex S&P500 staat nog altijd op een recordhoogte, zeker in vergelijking met zijn historische gemiddeldes. Als die marges volgend jaar door de economische vertraging waar de centrale banken op aansturen een deuk zouden krijgen, dan zou de vrije val van de beurskoersen nog niet ten einde zijn.Het analistenteam van Saxo Bank ging na wat de verschillende scenario's zijn voor de marges en de koersniveaus van de S&P500. Die noteert momenteel net onder 4.000 punten. De nettowinstmarge van de index schommelt momenteel rond 12 procent, nog steeds een record tegenover het historische gemiddelde van 9 procent in de jongste twintig jaar. Ook de omzetgroei ligt met 14 procent nog ver boven het historische gemiddelde van 5 procent.Als de nettowinstmarge en de omzetgroei in de komende kwartalen opnieuw zouden evolueren naar hun historische gemiddeldes en de waardering van de sterindex blijft op de huidige niveaus, dan zou die nog kunnen zakken tot net onder 3.000 punten, 25 procent lager dan nu. Als daarbovenop de waardering van de S&P een bijkomende dreun krijgt door een recessie die een hogere risicopremie op aandelen vraagt, dan zou de koers zelfs kunnen zakken tot zo'n 2.600 punten, rekenen de analisten voor.Gelukkig voor beleggers is het een theoretische oefening, die weliswaar bestaande risico's in kaart brengt, maar voorlopig geen grond heeft in de werkelijkheid. De Saxo-analisten denken dat de winstmarge naar 10 procent zal evolueren, de omzetgroei naar 8 tot 9 procent en dat de waardering nog een tikkeltje lager kan dan vandaag. Daarmee komen zij op een koersdoel van 3.100 tot 3.200 punten voor de komende kwartalen. Dat is nog altijd geen leuk vooruitzicht.Het kan natuurlijk heel snel keren, zoals vorige week te zien was. Toen bleek dat de Amerikaanse inflatiecijfers beter meevielen dan verwacht, lieten de voornaamste aandelenindexen de sterkste heropleving zien sinds die van na de coronacrisis. Zowel de Amerikaanse algemene inflatie als de kerninflatie, die voeding en energie buiten beschouwing laat, vertraagde in oktober. De beursrally die erop volgde, was één van pure opluchting en daarmee allesbehalve structureel. Het is nu al uitkijken naar de inflatiecijfers van november en of die de vertragingstrend in de prijsstijgingen bevestigen.Maar met dat sprankeltje hoop hebben beleggers al een mogelijk begin van een ander, meer hoopvol scenario dat ze kunnen schrijven als tegenbeeld voor het horrorscript van de Saxo-analisten. Uiteindelijk is beleggen niet meer dan een scenario te bedenken en dat continu te herschrijven in functie van de economische en financiële data die uitkomen en het uitdagen.Eén scenario zou kunnen zijn dat de inflatiecijfers vanaf nu even snel weer dalen als ze gestegen waren, dat de Amerikaanse centrale bank, de Fed, haar renteverhogingen tegen midden volgend jaar uitdooft, en misschien tegen eind volgend jaar al een eerste renteverlaging inlast. Verder zou kunnen blijken dat het gros van de bedrijven en de gezinnen voldoende sterke balansen hebben, mee dankzij de steunpakketten tijdens corona, dat daarmee de winstmarges en de omzetten geen al te felle duik nemen, waardoor de beurskoersen opnieuw de blik opwaarts kunnen richten.Daarmee zijn alle risico's voor de aandelenbelegger uiteraard niet van de baan, want naast scenarioschrijven is beleggen ook risicobeheer. Er zijn nog de oorlog in Oekraïne, de geopolitieke en economische spanningen tussen China en het Westen, de energiecrisis en het wereldwijde schuldniveau, om er maar een paar te noemen. Hoofdbrekens genoeg waar beleggers zich volgend jaar over kunnen buigen, maar misschien zal het economisch-monetaire aspect daarin niet langer de hoofdrol spelen. Of dat zo is, zal blijken uit relevante cijfers daarover, die de komende kwartalen komen.