Dinsdag komen er inflatiecijfers uit Duitsland, Spanje en de Verenigde Staten. Woensdag krijgen we nieuwe inflatiecijfers voor het Verenigd Koninkrijk. Donderdag is Frankrijk aan de beurt, en vrijdag weten we hoe hoog het prijzenpeil in augustus was in Italië en de eurozone. Deze week is met andere woorden inflatieweek.

Bandbreedte van onzekerheid

Het lijkt wel of de centrale banken daar vorige week op hebben geanticipeerd. Eerst lieten verschillende bestuursleden van de Fed, onder wie voorzitter Colin Powell, optekenen dat de nood hoog blijft en even scherpe renteverhogingen als de laatste nodig zijn. Lees: "Verwacht dat we tijdens de volgende Fed-meeting van 20 en 21 september de rente met nog eens 75 basispunten (0,75%) zullen optrekken."

De markt is daar ondertussen ook van overtuigd, en die verhoging is al volledig in de prijzen op de obligatiemarkten geslopen. De markt gaat er ook van uit dat de beleidsrente van de Fed volgend jaar tot meer dan 4 procent zal stijgen. De vraag is of dat al is doorgedrongen in de koers van de sterindex S&P500.

Sinds vorige donderdag weten we dat de verhogingsmicrobe ook de ECB te pakken heeft. Voor het eerst sinds het bestaan van de euro verhoogde ze de rente met 0,75 procent. ECB-voorzitter Christine Lagarde probeerde op stuntelig cryptische wijze niet te veel in haar kaarten te laten kijken. Ze zei heel stellig dat de inflatie in de eurozone nog veel te hoog is en dat de rente nog fors hoger moet. Hoeveel renteverhogingen er nog zullen volgen, kon ze niet zeggen, maar het zouden er "meer dan twee, de meest recente incluis, en minder dan vijf zijn". Tijdens de ECB-meetings van oktober, december en februari zitten er dus nog verhogingen aan te komen. Dat geeft al wat meer perspectief over waar het met de beleidsrente naartoe kan gaan, wat op zijn beurt de euro een waarde-opstoot geeft tegenover de dollar.

Als de ECB de rente even agressief blijft verhogen, hebben we tegen februari een rente van 3 procent (de huidige 0,75% plus drie verhogingen van 75 basispunten). Als ze haar verhogingslust tempert en ze de rente drie keer met 'slechts' 25 basispunten verhoogt, zal die op 1,5 procent eindigen. Tussen die bandbreedte van onzekerheid zullen de Europese financiële markten de komende maanden heen en weer blijven botsen.

Dat komt boven op de onzekerheid van de energiecrisis en het gastekort waar Europa onder kreunt. Strategen van Deutsche Bank berekenden vrijdag nog dat Europa's economische motor, Duitsland, in 2023 aankijkt tegen een krimp van 3 tot 4 procent.

Kasstromen onder druk

De Europese bedrijfswinsten lijken er nog geen last van te hebben. De recente kwartaalwinsten zullen zo'n 10 procent hoger liggen dan in dezelfde periode vorig jaar. Daar zijn de uitzonderlijke winsten van de energiebedrijven niet bij gerekend, en de vergelijkingsbasis, het tweede kwartaal van 2021, was al eentje met een recordwinstgroei.

Iets wat voorlopig meer onder de radar blijft, is dat bij een deel van de bedrijven de kasstromen onder druk staan. De knelpunten in de aanvoerketens nopen sommige spelers grotere voorraden aan te leggen, terwijl andere hun vorderingen zien oplopen, omdat hun klanten de betalingstermijnen zo ver mogelijk oprekken. Daarmee zit steeds meer cash vast in de bedrijfsbalansen, vooral in de kortlopende activa. Dat is cash die niet omgezet wordt in operationele en vrije kasstromen (zie grafieken).

.
© .

De winsten staan dus nog op peil, maar de kasstromen staan onder druk. En zoals we al vaker bij Inside Beleggen hebben gezegd: winst is als boekhoudkundig concept vatbaar voor manipulatie en interpretatie. Kasstromen zijn bedrijfsmatige feiten. Profit is vanity, cash is sanity.

Voor de beleggers is het nog meer dan anders zaak bedrijven uit te zoeken die hun kasstromen op peil weten te houden. Daarmee onderscheiden de beter gerunde ondernemingen zich van de rest. Zo wist het chemiebedrijf Azelis zijn vrije kasstroom in de eerste jaarhelft te verhogen tegenover vorig jaar. Of de industriegroep Tessenderlo, die de schade te beperkte. Daartegenover staan spelers als de pvc-producent Deceuninck of het voedingsbedrijf Ter Beke, die in de eerste jaarhelft negatieve vrije kasstromen optekenden.

Dinsdag komen er inflatiecijfers uit Duitsland, Spanje en de Verenigde Staten. Woensdag krijgen we nieuwe inflatiecijfers voor het Verenigd Koninkrijk. Donderdag is Frankrijk aan de beurt, en vrijdag weten we hoe hoog het prijzenpeil in augustus was in Italië en de eurozone. Deze week is met andere woorden inflatieweek.Het lijkt wel of de centrale banken daar vorige week op hebben geanticipeerd. Eerst lieten verschillende bestuursleden van de Fed, onder wie voorzitter Colin Powell, optekenen dat de nood hoog blijft en even scherpe renteverhogingen als de laatste nodig zijn. Lees: "Verwacht dat we tijdens de volgende Fed-meeting van 20 en 21 september de rente met nog eens 75 basispunten (0,75%) zullen optrekken."De markt is daar ondertussen ook van overtuigd, en die verhoging is al volledig in de prijzen op de obligatiemarkten geslopen. De markt gaat er ook van uit dat de beleidsrente van de Fed volgend jaar tot meer dan 4 procent zal stijgen. De vraag is of dat al is doorgedrongen in de koers van de sterindex S&P500.Sinds vorige donderdag weten we dat de verhogingsmicrobe ook de ECB te pakken heeft. Voor het eerst sinds het bestaan van de euro verhoogde ze de rente met 0,75 procent. ECB-voorzitter Christine Lagarde probeerde op stuntelig cryptische wijze niet te veel in haar kaarten te laten kijken. Ze zei heel stellig dat de inflatie in de eurozone nog veel te hoog is en dat de rente nog fors hoger moet. Hoeveel renteverhogingen er nog zullen volgen, kon ze niet zeggen, maar het zouden er "meer dan twee, de meest recente incluis, en minder dan vijf zijn". Tijdens de ECB-meetings van oktober, december en februari zitten er dus nog verhogingen aan te komen. Dat geeft al wat meer perspectief over waar het met de beleidsrente naartoe kan gaan, wat op zijn beurt de euro een waarde-opstoot geeft tegenover de dollar.Als de ECB de rente even agressief blijft verhogen, hebben we tegen februari een rente van 3 procent (de huidige 0,75% plus drie verhogingen van 75 basispunten). Als ze haar verhogingslust tempert en ze de rente drie keer met 'slechts' 25 basispunten verhoogt, zal die op 1,5 procent eindigen. Tussen die bandbreedte van onzekerheid zullen de Europese financiële markten de komende maanden heen en weer blijven botsen.Dat komt boven op de onzekerheid van de energiecrisis en het gastekort waar Europa onder kreunt. Strategen van Deutsche Bank berekenden vrijdag nog dat Europa's economische motor, Duitsland, in 2023 aankijkt tegen een krimp van 3 tot 4 procent.De Europese bedrijfswinsten lijken er nog geen last van te hebben. De recente kwartaalwinsten zullen zo'n 10 procent hoger liggen dan in dezelfde periode vorig jaar. Daar zijn de uitzonderlijke winsten van de energiebedrijven niet bij gerekend, en de vergelijkingsbasis, het tweede kwartaal van 2021, was al eentje met een recordwinstgroei.Iets wat voorlopig meer onder de radar blijft, is dat bij een deel van de bedrijven de kasstromen onder druk staan. De knelpunten in de aanvoerketens nopen sommige spelers grotere voorraden aan te leggen, terwijl andere hun vorderingen zien oplopen, omdat hun klanten de betalingstermijnen zo ver mogelijk oprekken. Daarmee zit steeds meer cash vast in de bedrijfsbalansen, vooral in de kortlopende activa. Dat is cash die niet omgezet wordt in operationele en vrije kasstromen (zie grafieken). De winsten staan dus nog op peil, maar de kasstromen staan onder druk. En zoals we al vaker bij Inside Beleggen hebben gezegd: winst is als boekhoudkundig concept vatbaar voor manipulatie en interpretatie. Kasstromen zijn bedrijfsmatige feiten. Profit is vanity, cash is sanity.Voor de beleggers is het nog meer dan anders zaak bedrijven uit te zoeken die hun kasstromen op peil weten te houden. Daarmee onderscheiden de beter gerunde ondernemingen zich van de rest. Zo wist het chemiebedrijf Azelis zijn vrije kasstroom in de eerste jaarhelft te verhogen tegenover vorig jaar. Of de industriegroep Tessenderlo, die de schade te beperkte. Daartegenover staan spelers als de pvc-producent Deceuninck of het voedingsbedrijf Ter Beke, die in de eerste jaarhelft negatieve vrije kasstromen optekenden.