De voorbije dagen zien we op de financiële markten sprankels hoop dat het ergste achter de rug is. Enerzijds kan de Federal Reserve zijn beslissing om voor het eerst sinds mei 2000 de Amerikaanse basisrente met 50 basispunten (0,50%) op te trekken, nog eens herhalen in juni, maar het moet wel helpen om de torenhoge inflatie te bedwingen. Anderzijds zijn er almaar meer berichten dat de economieën serieus afkoelen, zodat de centrale banken in het geval van een wat lagere inflatie hopelijk deze zomer al of in het vroege najaar hun aantal geplande renteverhogingen in 2022 kunnen terugschroeven.

Zelfs de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Christine Lagarde, kan er niet langer omheen. Ook de ECB zal weldra een eerste renteverhoging doorvoeren. De inflatie heeft ook in de ogen van Lagarde een permanenter karakter gekregen. Alleen nog even de Franse parlementsverkiezingen laten passeren. In die optiek zou het leuk zijn als we deze week een meevallend inflatiecijfer krijgen voor de eurozone, kwestie van de druk op de ECB niet nog meer op te voeren en de tegenstellingen niet verder op de spits te drijven. Een indicatie dat de top min of meer de top bereikt is, zou ook al handig zijn.

In december gaven we al aan dat het beursjaar 2022 veel volatieler zou verlopen, en dat een stevige correctie niet lang op zich zou laten wachten. Sinds het tweede kwartaal van 2020 ontbrak zo'n terugval. Nochtans was de stijgende inflatie ook vorig jaar al een probleem. Maar de beurzen gingen mee in het verhaal van de centrale bankiers, dat de oplopende inflatie even snel zou weggaan als die gekomen was. Dat het niet louter om een opstoot ging, is al enige tijd de vaststelling.

Het gevolg is dat de meeste indexen van de belangrijkste beurzen op een dubbelcijferig verlies staan sinds het jaarbegin. Voor de obligatiebeleggers is de balans al haast even pijnlijk.

De angst voor een crash door een stijgende rente zit er goed in. Een dergelijk scenario valt niet uit te sluiten, maar we achten de kans nog steeds relatief klein. We blijven bij onze eerder geruststellende boodschap. Net zoals bij alle vorige correcties menen we dat de opwaartse tendens overeind blijft. De langdurige haussemarkt sinds 2009 op Wall Street heeft nog minstens één opwaartse fase in het verschiet. Het langetermijngemiddelde is nog altijd opwaarts gericht, en we staan nog voldoende ver boven dat gemiddelde om ons nog geen al te grote zorgen te maken. Maar we moeten de situatie in de gaten houden.

Hopelijk hebben we de voorbije dagen een bodem gezien, of zijn we er de komende weken niet ver meer af. De lange rente in de Verenigde Staten is de voorbije weken al wat teruggevallen. Dat is een eerste indicatie dat de inflatieverwachtingen over hun top zijn, en dat de hoop opveert dat de centrale bankiers dit jaar wat minder renteverhogingen zullen doorvoeren dan de voorbije weken en maanden werd gevreesd. Duimen maar dat we een rustige zomer krijgen. Dat hebben de beleggers stilaan verdiend, na de erg woelige voorbije vijf maanden.

De voorbije dagen zien we op de financiële markten sprankels hoop dat het ergste achter de rug is. Enerzijds kan de Federal Reserve zijn beslissing om voor het eerst sinds mei 2000 de Amerikaanse basisrente met 50 basispunten (0,50%) op te trekken, nog eens herhalen in juni, maar het moet wel helpen om de torenhoge inflatie te bedwingen. Anderzijds zijn er almaar meer berichten dat de economieën serieus afkoelen, zodat de centrale banken in het geval van een wat lagere inflatie hopelijk deze zomer al of in het vroege najaar hun aantal geplande renteverhogingen in 2022 kunnen terugschroeven.Zelfs de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Christine Lagarde, kan er niet langer omheen. Ook de ECB zal weldra een eerste renteverhoging doorvoeren. De inflatie heeft ook in de ogen van Lagarde een permanenter karakter gekregen. Alleen nog even de Franse parlementsverkiezingen laten passeren. In die optiek zou het leuk zijn als we deze week een meevallend inflatiecijfer krijgen voor de eurozone, kwestie van de druk op de ECB niet nog meer op te voeren en de tegenstellingen niet verder op de spits te drijven. Een indicatie dat de top min of meer de top bereikt is, zou ook al handig zijn.In december gaven we al aan dat het beursjaar 2022 veel volatieler zou verlopen, en dat een stevige correctie niet lang op zich zou laten wachten. Sinds het tweede kwartaal van 2020 ontbrak zo'n terugval. Nochtans was de stijgende inflatie ook vorig jaar al een probleem. Maar de beurzen gingen mee in het verhaal van de centrale bankiers, dat de oplopende inflatie even snel zou weggaan als die gekomen was. Dat het niet louter om een opstoot ging, is al enige tijd de vaststelling.Het gevolg is dat de meeste indexen van de belangrijkste beurzen op een dubbelcijferig verlies staan sinds het jaarbegin. Voor de obligatiebeleggers is de balans al haast even pijnlijk.De angst voor een crash door een stijgende rente zit er goed in. Een dergelijk scenario valt niet uit te sluiten, maar we achten de kans nog steeds relatief klein. We blijven bij onze eerder geruststellende boodschap. Net zoals bij alle vorige correcties menen we dat de opwaartse tendens overeind blijft. De langdurige haussemarkt sinds 2009 op Wall Street heeft nog minstens één opwaartse fase in het verschiet. Het langetermijngemiddelde is nog altijd opwaarts gericht, en we staan nog voldoende ver boven dat gemiddelde om ons nog geen al te grote zorgen te maken. Maar we moeten de situatie in de gaten houden.Hopelijk hebben we de voorbije dagen een bodem gezien, of zijn we er de komende weken niet ver meer af. De lange rente in de Verenigde Staten is de voorbije weken al wat teruggevallen. Dat is een eerste indicatie dat de inflatieverwachtingen over hun top zijn, en dat de hoop opveert dat de centrale bankiers dit jaar wat minder renteverhogingen zullen doorvoeren dan de voorbije weken en maanden werd gevreesd. Duimen maar dat we een rustige zomer krijgen. Dat hebben de beleggers stilaan verdiend, na de erg woelige voorbije vijf maanden.