Vorige week stond de Amerikaanse inflatie centraal in de beursweek, deze week is Europa aan de beurt. De verwachtingen zijn dat de inflatie ook in de Europese Unie nooit gezien hoog zal blijven, al zijn de onderliggende drijfveren daarvoor anders dan in de Verenigde Staten. De vraag is of de financiële markten hetzelfde zullen reageren als vorige week. In eerste instantie doken ze in het rood, nadat de Amerikaanse kerninflatie slechter dan verwacht uitkwam, maar al snel daarna herstelden de beurzen en eindigden in het groen. Over de hele week bekeken tekenden de meeste beurzen vorig week wel een verlies op.
...

Vorige week stond de Amerikaanse inflatie centraal in de beursweek, deze week is Europa aan de beurt. De verwachtingen zijn dat de inflatie ook in de Europese Unie nooit gezien hoog zal blijven, al zijn de onderliggende drijfveren daarvoor anders dan in de Verenigde Staten. De vraag is of de financiële markten hetzelfde zullen reageren als vorige week. In eerste instantie doken ze in het rood, nadat de Amerikaanse kerninflatie slechter dan verwacht uitkwam, maar al snel daarna herstelden de beurzen en eindigden in het groen. Over de hele week bekeken tekenden de meeste beurzen vorig week wel een verlies op.De financiële markten blijven beleggers op de proef stellen. Dit jaar lijkt op weg een historisch jaar te worden, waarin zowel de aandelen- als de obligatiemarkten in de min zullen eindigen. De afgelopen eeuw gebeurde dat nog maar twee keer, in 1931 en 1969, berekende de vermogensbeheerder Lombard Odier.Na de rendementen van de afgelopen vijftien jaar zijn beleggers het niet meer gewoon om lange periodes van verlies te moeten verteren. Aandelen brachten in die periode gemiddeld 10 tot 12 procent per jaar op. Dat was al veel meer dan de historisch gemiddelde rendementen van 6 tot 8 procent van de afgelopen eeuw.De huidige ontwikkelingen herinneren beleggers aan het belang van emotionele weerbaarheid en uithoudingsvermogen om langdurige periodes van mindere prestaties en verliezen door te komen. Daar zullen beleggers zich ook de komende periode voldoende in kunnen trainen. Maar dat hoort erbij, zoals de vermogensbeheerder Schroders uitlegt. Een grote meerderheid van de aandelen die het tijdens een bepaalde periode beter dan gemiddeld doen, heeft ook lange periodes van verliezen en onderpresteren doorgemaakt. Elke winnaar is in het verleden ook een verliezer, of zelfs een zware verliezer, geweest.Contrair zijn is een strategie om daarop in te spelen. Het vergt een zekere dwarsliggersmentaliteit om aandelen op te pikken die al jaren slecht presteren en uitgespuwd zijn door de markten. Waarde- of valuebeleggen is de contraire investeringsstrategie bij uitstek, die op lange termijn bovengemiddeld rendeert, maar tegelijk lange periodes van ranzig slechte prestaties kent.Waardebeleggers hebben tussen 2009 en 2021 weinig plezier beleefd aan hun strategie, maar sinds eind 2021 zijn de volhouders beloond voor hun volharding. De S&P 500 Growth-index staat op -30 procent sinds begin dit jaar. Voor de S&P 500 Value is dat -13 procent. De komende periode van dalende economische groei, hogere inflatie en rentes zien er ook beter uit voor valuebeleggen dan voor groei.De vraag is natuurlijk of de komende periode van betere prestaties van waardebeleggen opwegen tegen de afgelopen vijftien jaar van onderpresteren. Of omgekeerd: wegen de bovengemiddelde prestaties van groeibeleggen van de afgelopen vijftien jaar op tegen de klappen die het nu te verduren krijgt? Ook daar is het antwoord dat het loont om te volharden in en trouw te blijven aan een bepaalde beleggingsstijl. Over termijnen van decennia heeft zowel de waarde- als de groeistijl bovengemiddelde rendementen opgeleverd. De uitdaging is een strategie te kiezen en daar trouw aan te blijven.J.P.