Alle beursogen zijn morgen en woensdag, voor de zoveelste keer in de jongste maanden, gericht op de Fed, die met een nieuw rentebesluit zal komen. De tijden dat een renteverhoging van 75 basispunten (0,75 procent) sciencefiction leek, zijn voorbij. Na een tweede opeenvolgende verhoging met driekwart procent denkt de meerderheid van de analisten en economen dat het ook deze week zover zal zijn. Sommigen gokken zelfs op een verhoging van 1 procent.

Verborgen wapen

De inflatiecijfers van vorige week waren verrassend hoog genoeg om ervan uit te gaan dat de Fed nog niet klaar is met verhogen. Dat was te merken aan de koersen van zowat alle financiële activa, van aandelen tot obligaties, die met enkele procenten naar beneden doken.

Die hele rentedynamiek kennen we ondertussen. Bij elk nieuw signaal dat erop zou kunnen wijzen dat de Fed steviger zal verkrappen dan gedacht, zoals met de inflatiecijfers van vorige week, dan gaan de aandelenkoersen naar beneden en de rentes op Amerikaanse staatsobligaties, en alle andere vastrentende activa in hun zog, omhoog. Want voor obligaties staan hogere rentes gelijk aan lager koersen.

Maar wat ook op financiële markten begint te wegen, is dat andere luik van de verkrappingsagenda: quantitative tightening (QT) of de verkrapping van de hoeveelheid centrale bankreserves. Dat is het omgekeerde van het QE-programma (quantitative easing) waarmee centrale banken staats- en andere obligaties opkochten en daarmee de hoeveelheid centrale bankreserves in het financiële systeem opkrikten. Daarmee hielden ze de rente laag in de hoop de inflatie aan te wakkeren.

Met de huidige inflatieniveaus zou men bijna vergeten dat centrale banken de afgelopen vijftien jaar de inflatie krampachtig omhoog probeerden te krijgen. In de afgelopen jaren hebben centrale banken daartoe wereldwijd voor duizenden miljarden aan staats- en ander schuldpapier opgekocht. De Fed heeft dat voor net geen 9.000 miljard dollar gedaan, de ECB voor zo'n 5.000 miljard euro. Allemaal om de rente laag te houden in de hoop dat de inflatie daarmee naar 2 procent zou gaan.

QT zet extra druk op koersen

Nu de prijsstijgingen uit de hand lopen, kijken centrale banken ook naar die aankoopprogramma's om de inflatie weer naar beneden te krijgen. De eerste stap is te stoppen met de aankoop van nieuw schuldpapier. De Fed is daar in maart mee begonnen en de ECB vlak voor de zomer. Ze zijn gestopt met bijkopen, maar obligaties die op vervaldag kwamen, hebben ze wel vervangen, zodat de centrale bankbalansen op peil bleven.

De volgende stap is de vervallen obligaties niet meer te vervangen. Dat doet de Fed door 95 miljard per maand aan vervallen schuldpapier niet te herfinancieren. Dat heeft een veel grotere impact op de financiële markten, met name op die voor Amerikaanse overheidsobligaties, omdat de Fed al verder staat met QT dan andere centrale banken. Voordien wist de Amerikaanse overheid probleemloos nieuwe uitgiftes van staatspapier te slijten, omdat alle partijen in die markt wisten dat ze die aan de Fed konden doorverkopen.

Wanneer een Amerikaanse staatsobligatie nu vervalt, moet de Amerikaanse overheid een nieuwe uitgeven om dat vervallen exemplaar te herfinancieren, alleen is er met het wegvallen van de Fed als koper veel minder bereidheid in het financiële systeem om die nieuwe uitgiftes te absorberen. Vanaf nu zullen private investeerders die op hun balans moeten nemen. Let wel, de Verenigde Staten zullen nooit zonder kopers vallen voor hun staatspapier, maar die zullen daar hogere rentes voor willen dan vroeger.

En dat heeft op zijn beurt weer effect op de prijszetting van alle andere financiële activa ter wereld. Hogere rentes voor Amerikaans staatspapier staat gelijk aan lagere koersen voor zowat al de rest op de financiële markten.

Alle beursogen zijn morgen en woensdag, voor de zoveelste keer in de jongste maanden, gericht op de Fed, die met een nieuw rentebesluit zal komen. De tijden dat een renteverhoging van 75 basispunten (0,75 procent) sciencefiction leek, zijn voorbij. Na een tweede opeenvolgende verhoging met driekwart procent denkt de meerderheid van de analisten en economen dat het ook deze week zover zal zijn. Sommigen gokken zelfs op een verhoging van 1 procent.De inflatiecijfers van vorige week waren verrassend hoog genoeg om ervan uit te gaan dat de Fed nog niet klaar is met verhogen. Dat was te merken aan de koersen van zowat alle financiële activa, van aandelen tot obligaties, die met enkele procenten naar beneden doken.Die hele rentedynamiek kennen we ondertussen. Bij elk nieuw signaal dat erop zou kunnen wijzen dat de Fed steviger zal verkrappen dan gedacht, zoals met de inflatiecijfers van vorige week, dan gaan de aandelenkoersen naar beneden en de rentes op Amerikaanse staatsobligaties, en alle andere vastrentende activa in hun zog, omhoog. Want voor obligaties staan hogere rentes gelijk aan lager koersen.Maar wat ook op financiële markten begint te wegen, is dat andere luik van de verkrappingsagenda: quantitative tightening (QT) of de verkrapping van de hoeveelheid centrale bankreserves. Dat is het omgekeerde van het QE-programma (quantitative easing) waarmee centrale banken staats- en andere obligaties opkochten en daarmee de hoeveelheid centrale bankreserves in het financiële systeem opkrikten. Daarmee hielden ze de rente laag in de hoop de inflatie aan te wakkeren.Met de huidige inflatieniveaus zou men bijna vergeten dat centrale banken de afgelopen vijftien jaar de inflatie krampachtig omhoog probeerden te krijgen. In de afgelopen jaren hebben centrale banken daartoe wereldwijd voor duizenden miljarden aan staats- en ander schuldpapier opgekocht. De Fed heeft dat voor net geen 9.000 miljard dollar gedaan, de ECB voor zo'n 5.000 miljard euro. Allemaal om de rente laag te houden in de hoop dat de inflatie daarmee naar 2 procent zou gaan.Nu de prijsstijgingen uit de hand lopen, kijken centrale banken ook naar die aankoopprogramma's om de inflatie weer naar beneden te krijgen. De eerste stap is te stoppen met de aankoop van nieuw schuldpapier. De Fed is daar in maart mee begonnen en de ECB vlak voor de zomer. Ze zijn gestopt met bijkopen, maar obligaties die op vervaldag kwamen, hebben ze wel vervangen, zodat de centrale bankbalansen op peil bleven.De volgende stap is de vervallen obligaties niet meer te vervangen. Dat doet de Fed door 95 miljard per maand aan vervallen schuldpapier niet te herfinancieren. Dat heeft een veel grotere impact op de financiële markten, met name op die voor Amerikaanse overheidsobligaties, omdat de Fed al verder staat met QT dan andere centrale banken. Voordien wist de Amerikaanse overheid probleemloos nieuwe uitgiftes van staatspapier te slijten, omdat alle partijen in die markt wisten dat ze die aan de Fed konden doorverkopen.Wanneer een Amerikaanse staatsobligatie nu vervalt, moet de Amerikaanse overheid een nieuwe uitgeven om dat vervallen exemplaar te herfinancieren, alleen is er met het wegvallen van de Fed als koper veel minder bereidheid in het financiële systeem om die nieuwe uitgiftes te absorberen. Vanaf nu zullen private investeerders die op hun balans moeten nemen. Let wel, de Verenigde Staten zullen nooit zonder kopers vallen voor hun staatspapier, maar die zullen daar hogere rentes voor willen dan vroeger.En dat heeft op zijn beurt weer effect op de prijszetting van alle andere financiële activa ter wereld. Hogere rentes voor Amerikaans staatspapier staat gelijk aan lagere koersen voor zowat al de rest op de financiële markten.