De hoge inflatie houdt alles en iedereen bezig. Bedrijven proberen zo veel mogelijk prijsstijgingen door te rekenen. Die koopkrachtverroesting doet het consumentenvertrouwen met de dag afkalven. En ook op financiële markten is de ravage navenant, met aandelen- en obligatie-indexen die serieus negatieve cijfers optekenen.

Het jongste marktoverzicht van JP Morgan Asset Management herinnert er echter aan dat de beurs het beste instrument is om de negatieve gevolgen van inflatie weg te krijgen. Eerst wrijven de analisten van de zakenbank het corrosieve effect van inflatie er nog eens goed in.

JP Morgan Asset Management
© JP Morgan Asset Management

Geen prettig gezicht: 100.000 euro die na veertig jaar nog maar 45.000 euro waard zijn. Vervolgens wijzen ze erop dat die zelfversterkende verrotting door de inflatie ook een evenbeeld heeft.

JP Morgan Asset Management
© JP Morgan Asset Management

1 dollar die als bij wonder 3.500 dollar wordt. Let op de schamele prestatie van obligaties. Wie zegt ook weer altijd dat vastrentend beleggen de veiligste optie is? Met een bescheiden startkapitaal ziet dat er nog een stuk beter uit, zo blijkt. Als belegger heb je de keuze om al in de winst te delen of ze te laten cumuleren.

JP Morgan Asset Management
© JP Morgan Asset Management

Die opwaartse zelfversterkende trend wordt alleen maar sterker wanneer je die als belegger jaarlijks voedt. Hoe jonger je begint, hoe beter (doh!!). Niet enkel virusbesmettingen gaan exponentieel.

., JP Morgan Asset Management
. © JP Morgan Asset Management

Beleggen is een marathon, maar dan wel een waar de kans op verlies verdwijnt naarmate de afstand groter wordt, zo bewijzen de analisten van de zakenbank met de volgende grafiek. In een jaar kun je het geluk hebben 61 procent te winnen, maar ook het risico lopen om 43 procent te verliezen. Op twintig jaar is dat risico op verlies verdwenen en krijg je een jaarlijks rendement van minstens 4 procent.

JP Morgan Asset Management
© JP Morgan Asset Management

Hoezeer beleggers ongerust zijn over de huidige inflatieopstoot en hoe die de beurzen overhoophaalt, dat zijn kortetermijnobstakels die een langetermijnplanning niet uit koers kunnen slaan.

De hoge inflatie houdt alles en iedereen bezig. Bedrijven proberen zo veel mogelijk prijsstijgingen door te rekenen. Die koopkrachtverroesting doet het consumentenvertrouwen met de dag afkalven. En ook op financiële markten is de ravage navenant, met aandelen- en obligatie-indexen die serieus negatieve cijfers optekenen.Het jongste marktoverzicht van JP Morgan Asset Management herinnert er echter aan dat de beurs het beste instrument is om de negatieve gevolgen van inflatie weg te krijgen. Eerst wrijven de analisten van de zakenbank het corrosieve effect van inflatie er nog eens goed in.Geen prettig gezicht: 100.000 euro die na veertig jaar nog maar 45.000 euro waard zijn. Vervolgens wijzen ze erop dat die zelfversterkende verrotting door de inflatie ook een evenbeeld heeft.1 dollar die als bij wonder 3.500 dollar wordt. Let op de schamele prestatie van obligaties. Wie zegt ook weer altijd dat vastrentend beleggen de veiligste optie is? Met een bescheiden startkapitaal ziet dat er nog een stuk beter uit, zo blijkt. Als belegger heb je de keuze om al in de winst te delen of ze te laten cumuleren.Die opwaartse zelfversterkende trend wordt alleen maar sterker wanneer je die als belegger jaarlijks voedt. Hoe jonger je begint, hoe beter (doh!!). Niet enkel virusbesmettingen gaan exponentieel.Beleggen is een marathon, maar dan wel een waar de kans op verlies verdwijnt naarmate de afstand groter wordt, zo bewijzen de analisten van de zakenbank met de volgende grafiek. In een jaar kun je het geluk hebben 61 procent te winnen, maar ook het risico lopen om 43 procent te verliezen. Op twintig jaar is dat risico op verlies verdwenen en krijg je een jaarlijks rendement van minstens 4 procent.Hoezeer beleggers ongerust zijn over de huidige inflatieopstoot en hoe die de beurzen overhoophaalt, dat zijn kortetermijnobstakels die een langetermijnplanning niet uit koers kunnen slaan.