De Smart Behavior Blog: doe niet langer domme dingen met je geld!

Confronterend, hilarisch maar zeker heel herkenbaar, schetsen we in deze wekelijkse blog de veelvoorkomende valkuilen voor beleggers en tekenen we de oplossing voor je uit...

Ook al willen we ons als belegger rationeel gedragen, dan nog blijven de beurzen onze zenuwen testen wanneer er veel bewegingen (naar beneden) zijn. En komt er terug emotie in het spel. Bewegingen zijn onderdeel van beleggen. Want volatiliteit, daar kun je niet omheen. Risico's horen nu eenmaal bij rendement. Beurzen gaan omhoog en omlaag. Forse correcties naar beneden zijn onderdeel van naar ons gevoel soms langzame koersstijgingen.

Hoe meten de professionals dit in termen van risico? Standaarddeviatie of volatiliteit is de meest gebruikte maatstaf om risico te berekenen. Als ik als belegger een gemiddeld rendement van 6 procent nastreef en de standaarddeviatie is 10 procent, dan zegt de theorie ons dat in 95 procent van de metingen het rendement tussen +26 procent (6 procent + 2*10 procent) en -14 procent (6 procent - 2*10 procent) uitkomt.

Wat leren deze getallen ons? Weinig! Het zijn historische waarnemingen. Er is nog steeds 5 procent kans dat koersbewegingen extremer zijn. Stijgen de aandelenkoersen, dan is dat voor de meeste beleggers geen probleem. Maar gaan ze naar beneden, dan slaat de paniek toe. Onze hersenen, zo blijkt uit onderzoek, reageren ook anders op dalingen. Een verlies veroorzaakt meer pijn en blijft langer in ons geheugen gegrift. We twijfelen om opnieuw aandelen te kopen.

Maar wat zegt standaarddeviatie ons nu echt? Zorgt deze wetenschap ervoor dat je weet of je beter in aandelen of obligaties belegt of welk gedeelte je blijft sparen? Hebben we geen beter gevoel bij deze cijfers als we de positieve en negatieve rendementen in een plaatje gepresenteerd zien?

Het echte risico

Het echte risico is niet het getal. Het echte risico is dat je je financiële doelstellingen niet haalt. Want waar de één mikt op een gemiddeld rendement van 6 procent, is dat voor een ander misschien 7 of 4 procent. Dat streefrendement is gebaseerd op wensen en financiële doelstellingen die je wil realiseren.

Hoe negatiever koersschommelingen zijn, hoe groter het verlies of de afwijking ten opzichte van je gewenst rendement. Hoe hoger deze laatste is, hoe meer je zal moeten inhalen en hoe meer risico je dreigt te moeten nemen! (RvB)

Deze column is geschreven door Robert van Beek CFP® €FA, auteur en vertaler van 'The Behavior Gap, Stop doing dumb things with your money' van Carl Richards, columnist bij de New York Times. De sketches confronteren beleggers met hun gedrag en de manier waarop we communiceren over complexe financiële begrippen. Robert is sinds 1992 actief in de financiële wereld. Uw reacties zijn welkom op info@robertvanbeek.eu. Kijk ook op www.behaviorgap.eu voor meer informatie.

Ook al willen we ons als belegger rationeel gedragen, dan nog blijven de beurzen onze zenuwen testen wanneer er veel bewegingen (naar beneden) zijn. En komt er terug emotie in het spel. Bewegingen zijn onderdeel van beleggen. Want volatiliteit, daar kun je niet omheen. Risico's horen nu eenmaal bij rendement. Beurzen gaan omhoog en omlaag. Forse correcties naar beneden zijn onderdeel van naar ons gevoel soms langzame koersstijgingen. Hoe meten de professionals dit in termen van risico? Standaarddeviatie of volatiliteit is de meest gebruikte maatstaf om risico te berekenen. Als ik als belegger een gemiddeld rendement van 6 procent nastreef en de standaarddeviatie is 10 procent, dan zegt de theorie ons dat in 95 procent van de metingen het rendement tussen +26 procent (6 procent + 2*10 procent) en -14 procent (6 procent - 2*10 procent) uitkomt.Wat leren deze getallen ons? Weinig! Het zijn historische waarnemingen. Er is nog steeds 5 procent kans dat koersbewegingen extremer zijn. Stijgen de aandelenkoersen, dan is dat voor de meeste beleggers geen probleem. Maar gaan ze naar beneden, dan slaat de paniek toe. Onze hersenen, zo blijkt uit onderzoek, reageren ook anders op dalingen. Een verlies veroorzaakt meer pijn en blijft langer in ons geheugen gegrift. We twijfelen om opnieuw aandelen te kopen. Maar wat zegt standaarddeviatie ons nu echt? Zorgt deze wetenschap ervoor dat je weet of je beter in aandelen of obligaties belegt of welk gedeelte je blijft sparen? Hebben we geen beter gevoel bij deze cijfers als we de positieve en negatieve rendementen in een plaatje gepresenteerd zien? Het echte risico is niet het getal. Het echte risico is dat je je financiële doelstellingen niet haalt. Want waar de één mikt op een gemiddeld rendement van 6 procent, is dat voor een ander misschien 7 of 4 procent. Dat streefrendement is gebaseerd op wensen en financiële doelstellingen die je wil realiseren.Hoe negatiever koersschommelingen zijn, hoe groter het verlies of de afwijking ten opzichte van je gewenst rendement. Hoe hoger deze laatste is, hoe meer je zal moeten inhalen en hoe meer risico je dreigt te moeten nemen! (RvB)