1. Wedkantoren zijn minder betrouwbaar dan peilingen

De polls toonden al langer dat de voorstanders van een exit van Groot-Brittannië uit de Europese Unie aan het langste eind zouden trekken. Maar verscheidene zakenbanken maakten zichzelf en hun klanten wijs dat ze zich niet moesten blindstaren op de peilingen, omdat de uitstaande weddenschappen bij de bookies een heel ander beeld schetsten."De consensus op de financiële markten is dat peilingen onbetrouwbaar zijn en dat weddenschappen meer inzicht bieden. Ik vermoed dat dit wishfull thinking is", schreef Marcus Brookes, een strateeg bij Schroders, op 21 juni nog.

De data van de wedkantoren suggereerden dat een overweldigende meerderheid van de Britten voor het EU-lidmaatschap zou kiezen. Brookes ging ervan uit dat de Londense zakenbankiers massaal voor een status quo zouden kiezen. Omdat ze weigerden te geloven dat de meeste andere Britten een andere mening waren toegedaan, deden ze de peilingen af als 'onbetrouwbaar' en riepen ze de wedkantoren uit tot een betere bron van informatie. "Maar in dit geval denk ik dat er bewijs is dat peilingen een betere gids zijn dan uitstaande weddenschappen", aldus Brookes. Hij verwees onder meer naar de 'poll der polls' van de Britse zakenkrant Financial Times en naar de Poll Tracker van het persagentschap Bloomberg.

2. Verwacht het onverwachte

De weken voor het referendum was er een malaise bij beleggers, die de brexit vreesden. Maar daags de stembusgang stegen de Europese beurzen. Ze gingen er kennelijk van uit dat alles bij het oude zou blijven. "Daar was geen echte aanwijsbare reden voor", merkt een Belgische strateeg op. "De moord op het Britse pro-EU-Parlementslid Jo Cox heeft een lichte verschuiving in de peilingen veroorzaakt, maar geen drastische ommekeer. Het leek wel alsof de markten een voorschot namen op de positieve uitkomst van het referendum." Beleggers werden tegenvoets gepakt, en dat is niet de eerste keer. De voorbije jaren kregen de beleggers verscheidene onaangename verrassingen.

Op 27 november 2014 torpedeerde Saudi-Arabië de vergadering van OPEC-landen over de productieplafonds. Sindsdien is het ieder OPEC-land voor zich. Omdat de OPEC-landen zo veel olie oppompen als ze kunnen en er een gigantisch overaanbod is, tuimelde de prijs van een vat olie uit de Noordzee in de daaropvolgende maanden van ongeveer 78 dollar naar 27,88 dollar, op het dieptepunt van 20 januari 2016. Zowel kleine als grote olieproducenten zitten daardoor in nauwe schoentjes. Beleggers stellen zich steeds meer vragen over de houdbaarheid van de gulle dividendenstroom bij oliemajors als Shell en Total.

Het kartel van olie-exporterende landen werd in 1960 in leven geroepen om de olieprijs te controleren. Nagenoeg niemand verwachtte dat de Saudi's het kartel zouden opblazen om de Amerikaanse schalieolieproducenten uit de markt te prijzen. Die Amerikaanse olieproducenten hebben een veel hogere olieprijs nodig dan de Arabieren om rendabel te zijn.

3. Houd u klaar om een slag te slaan

Als de Europese beurzen 10 procent lager openen, zijn er geheid koopjes te doen voor beleggers. Als een aandeel te hard wordt afgestraft, duiken er bodemvissers op. Daarom zijn zware openingsverliezen tegen de slotbel al vaak wat getemperd.

Als u wacht tot de beurzen crashen, komt u vaak te laat. Daarom is het een goed idee op dagen dat er belangrijke evenementen gepland zijn, al wat opportunistische kooporders in de markt te leggen. Dat wil zeggen dat u een limietorder voor een aandeel invoert, dat een heel eind onder de huidige prijs ligt. Wie weet wordt zo'n order op een zotte dag als vrijdag wel uitgevoerd.

Het moet dan wel gaan om aandelen die u wilt hebben voor de lange termijn. Want de tuimelperte van de beurzen is nog niet voorbij, en door de speculatiebelasting kunt u ook geen snelle winsten verzilveren.

4. Let op met stoplossorders

Omgekeerd is het een slecht idee om stoplossorders in te voeren om uw portefeuille te beschermen tegen een beursmalaise. Stoplosses werken enkel goed bij markten die geleidelijk aan dalen, niet bij een plotse koersval.

Hoe werkt zo'n stoplossorder? Er wordt een verkooporder tegen de marktprijs geactiveerd als een aandeel onder een bepaalde prijs zakt. Het gebeurt af en toe dat een aandeel compleet onderuitgaat en nadien weer snel herstelt. Dat heeft dan als gevolg dat u uw aandeel kwijt bent tegen een zeer lage prijs, en dat u het enkel kunt terugkopen tegen een veel hogere prijs.

Een limietstoploss biedt weinig soelaas. Zo'n stoploss activeert eveneens een verkooporder, als de koers onder een bepaald niveau zakt, tegen een vooraf door u bepaalde limietprijs. Bij een echte crash van een aandeel wordt zo'n limietstoploss vaak gewoon niet uitgevoerd en biedt die ook weinig bescherming.

5. Sell in May and go away

Een oude beurswijsheid luidt: "Sell in May and go away. But remember to come back in September." Het is het tweede jaar op rij dat beleggers, die volgens deze wijsheid leven, in hun handen kunnen wrijven. Maandag 24 augustus 2015 ging de Bel-20-index 5 procent onderuit. Het was het startschot voor een slechte nazomer op de beurzen. Afgelopen vrijdag verloor de Belgische sterindex meer dan 6 procent, en de kans is groot dat we weer een barre beurszomer tegemoet gaan door alle onzekerheid die er heerst rond de brexit.

Het is niet elke zomer prijs. Maar vaak werken kleinere Belgische aandelen zich in de kijker met hun jaarverslagen, die in de eerste maanden van het jaar gepubliceerd worden. Later op het jaar komt er doorgaans weinig nieuws over die bedrijven. Wie die aandelen eind mei verkoopt, mist daardoor weinig.

Voor de kleine Belgische belegger is het hoe dan ook moeilijk alle aandelen te verkopen voor de zomer en ze terug te kopen na de zomer. Ten eerste omdat de brokers bij elke aan- en verkoop transactiekosten aanrekenen. Ten tweede omdat u bij elke aan- en verkoop 0,27 procent beursbelasting betaalt, en bij elke verkoop binnen de zes maanden na de aankoop ook nog eens 33 procent van uw winst moet afstaan aan de Belgische staat.