Als gevolg van aanhoudende hoge inflatie, tegenvallende groeicijfers, grote tekorten op de handelsbalans en een alsmaar in waarde dalende valuta besloten volgens Royal Bank of Scotland veel beleggers hun aandacht op andere markten te richten en hun investeringen uit Vietnam terug te trekken.

Is de situatie echt uitzichtloos, of kan Vietnam misschien toch nog iets waarmaken van de hooggespannen verwachtingen van een aantal jaren terug? Drie redenen waarom het wellicht toch interessant zou kunnen zijn om als belegger nog eens naar Vietnam te kijken.

1. De inflatie neemt af

Vorige week donderdag bleek de Vietnamese inflatie voor het eerst in twee jaar onder de 10% uit te komen. Het jaarlijkse inflatiecijfer daalde van 10,5% in april naar 8,5% in mei. Een afnemende inflatie geeft beleidmakers meer ruimte om maatregelen te nemen om de economische groei te stimuleren.

2. Beleid Centrale Bank

Het beleid van de Vietnamese Centrale Bank lijkt sinds het aantreden van Gouveneur Nguyen Van Binh vorige jaar juli wat meer consistentie te krijgen. In maart dit jaar werd een aantal nieuwe beleidsmaatregelen aangekondigd op basis waarvan de Centrale Bank voornemens is haar monetaire beleid de komende jaren te managen. Nguyen Van Binh legde bij de aankondiging hiervan de nadruk op het verbeteren van de kwaliteit van inspecties en het toezicht op banken en de controle op de naleveren van targets voor de groei van de geldhoeveelheid.

3. Lage lonen

Mike Every van Silk Road Associates vergeleek Vietnam in een artikel onlangs met een Chinese provincie. Als Vietnam een Chinese provincie zou zijn, zou het een van de grootste provincies zijn wanneer wordt gekeken naar het inwoneraantal maar een van de armste provincies wanneer men kijkt naar het BNP per hoofd van de bevolking. Nu de lonen in China zijn gestegen kan Vietnam een goedkoper alternatief bieden voor de productie van arbeidsintensieve producten.

Bovenstaande neemt niet weg dat Vietnam nog altijd kampt met een aantal structurele problemen. De gigantische inefficiënte

staatsbedrijven zijn daarvan waarschijnlijk de grootste. Bovendien blijft de binnenlandse vraag zwak.

Als gevolg van aanhoudende hoge inflatie, tegenvallende groeicijfers, grote tekorten op de handelsbalans en een alsmaar in waarde dalende valuta besloten volgens Royal Bank of Scotland veel beleggers hun aandacht op andere markten te richten en hun investeringen uit Vietnam terug te trekken. Is de situatie echt uitzichtloos, of kan Vietnam misschien toch nog iets waarmaken van de hooggespannen verwachtingen van een aantal jaren terug? Drie redenen waarom het wellicht toch interessant zou kunnen zijn om als belegger nog eens naar Vietnam te kijken.1. De inflatie neemt af Vorige week donderdag bleek de Vietnamese inflatie voor het eerst in twee jaar onder de 10% uit te komen. Het jaarlijkse inflatiecijfer daalde van 10,5% in april naar 8,5% in mei. Een afnemende inflatie geeft beleidmakers meer ruimte om maatregelen te nemen om de economische groei te stimuleren.2. Beleid Centrale Bank Het beleid van de Vietnamese Centrale Bank lijkt sinds het aantreden van Gouveneur Nguyen Van Binh vorige jaar juli wat meer consistentie te krijgen. In maart dit jaar werd een aantal nieuwe beleidsmaatregelen aangekondigd op basis waarvan de Centrale Bank voornemens is haar monetaire beleid de komende jaren te managen. Nguyen Van Binh legde bij de aankondiging hiervan de nadruk op het verbeteren van de kwaliteit van inspecties en het toezicht op banken en de controle op de naleveren van targets voor de groei van de geldhoeveelheid.3. Lage lonen Mike Every van Silk Road Associates vergeleek Vietnam in een artikel onlangs met een Chinese provincie. Als Vietnam een Chinese provincie zou zijn, zou het een van de grootste provincies zijn wanneer wordt gekeken naar het inwoneraantal maar een van de armste provincies wanneer men kijkt naar het BNP per hoofd van de bevolking. Nu de lonen in China zijn gestegen kan Vietnam een goedkoper alternatief bieden voor de productie van arbeidsintensieve producten. Bovenstaande neemt niet weg dat Vietnam nog altijd kampt met een aantal structurele problemen. De gigantische inefficiënte staatsbedrijven zijn daarvan waarschijnlijk de grootste. Bovendien blijft de binnenlandse vraag zwak.