Desgevallend kan voor roerende inkomsten van <20.020 euro een terugbetaling van 4% worden voorzien aan belastingplichtigen die dit uitdrukkelijk wensen en bereid zijn om aan te tonen dat hun roerende inkomsten kleiner zijn dan 20.020.

Voor belastingplichtigen die 22 à 25% RV hebben betaald, zou deze belasting bevrijdend zijn. Er zou dus geen aangifteplicht bestaan en evenmin een verplichting voor de uitkerende instelling om de uitgekeerde bedragen te melden aan een 'centraal meldpunt', een vermogenskadaster.

Dit is een voortzetting van de tot begin dit jaar bestaande en eenvoudige regeling maar met eventueel een verhoging van het belastingtarief.

Nog een eenvoudig bijkomend voorstel

Na overleg met enkele beursgenoteerde bedrijven en met hun instemming, voegt VFB hier volgend, ook eenvoudig voorstel aan toe.

Beide voorstellen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bedoeling is de vorming van nieuw risicokapitaal door particuliere beleggers te bevorderen.

Op de dividenden van nieuwe aandelen die worden gecreëerd in het kader van een keuzedividend of naar aanleiding van kapitaalverhogingen in de jaren 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017, bedraagt de RV tot het jaar 2023 12 à 15% ipv van 22

à 25%.

Deze verlaagde RV geldt eveneens voor de dividenden (van bestaande aandelen) aangewend om in te tekenen op nieuwe aandelen.

Dit recht op een lagere roerende voorheffing is niet overdraagbaar, dus voorbehouden aan de initiële particuliere intekenaar, en dooft automatisch uit bij een verkoop van de nieuwe aandelen.

Deze laatste beperking kan het langetermijnbeleggen en de loyaliteit van de aandeelhouders versterken, zonder de verhandelbaarheid te beperken.

Deze begunstiging is door de banken zeer eenvoudig te implementeren door in de effectenrekeningen een speciale code toe te kennen aan de aandelen die recht hebben op een lagere RV.

Dat recht en deze code vervalt bij verkoop. Deze eenvoud van registratie is de reden waarom het voordeel ophoudt in 2023. De actuele waarde ervan neemt dus elk jaar af, zodat er maar één code aan de nieuwe aandelen uit de verschillende jaren moet worden toegevoegd.

Met deze maatregel wordt het eigen vermogen van de ondernemingen structureel versterkt. Bestaande bedrijven kunnen met een keuzedividend een deel van hun beschikbare winst omzetten in kapitaal of makkelijker vers kapitaal ophalen.

Het kan ook een stimulans zijn om om nieuwe bedrijven via een kapitaalverhoging naar de beurs te brengen.

Particuliere aandeelhouders zullen zich hiermee ook meer betrokken voelen bij de onderneming waarin ze zijn belegd. Ze moeten nl. actief instemmen met een keuzedividend, met de kapitaalverhoging en de intekening erop, en moeten geregeld beslissen om hun nieuwe aandelen bij te houden, mede omwille van de fiscale begunstiging.

Uiteraard kan een kapitaalverhoging in de regel niet samengaan met een kapitaalvermindering. Deze bepaling kan worden ingeschreven in artikel 269 WIB. De bestaande begunstiging van aandelen met strips kan in dit kader mogelijk ook uitdoven.

Desgevallend kan voor roerende inkomsten van <20.020 euro een terugbetaling van 4% worden voorzien aan belastingplichtigen die dit uitdrukkelijk wensen en bereid zijn om aan te tonen dat hun roerende inkomsten kleiner zijn dan 20.020. Voor belastingplichtigen die 22 à 25% RV hebben betaald, zou deze belasting bevrijdend zijn. Er zou dus geen aangifteplicht bestaan en evenmin een verplichting voor de uitkerende instelling om de uitgekeerde bedragen te melden aan een 'centraal meldpunt', een vermogenskadaster. Dit is een voortzetting van de tot begin dit jaar bestaande en eenvoudige regeling maar met eventueel een verhoging van het belastingtarief. Nog een eenvoudig bijkomend voorstel Na overleg met enkele beursgenoteerde bedrijven en met hun instemming, voegt VFB hier volgend, ook eenvoudig voorstel aan toe. Beide voorstellen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bedoeling is de vorming van nieuw risicokapitaal door particuliere beleggers te bevorderen. Op de dividenden van nieuwe aandelen die worden gecreëerd in het kader van een keuzedividend of naar aanleiding van kapitaalverhogingen in de jaren 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017, bedraagt de RV tot het jaar 2023 12 à 15% ipv van 22 à 25%. Deze verlaagde RV geldt eveneens voor de dividenden (van bestaande aandelen) aangewend om in te tekenen op nieuwe aandelen. Dit recht op een lagere roerende voorheffing is niet overdraagbaar, dus voorbehouden aan de initiële particuliere intekenaar, en dooft automatisch uit bij een verkoop van de nieuwe aandelen. Deze laatste beperking kan het langetermijnbeleggen en de loyaliteit van de aandeelhouders versterken, zonder de verhandelbaarheid te beperken. Deze begunstiging is door de banken zeer eenvoudig te implementeren door in de effectenrekeningen een speciale code toe te kennen aan de aandelen die recht hebben op een lagere RV. Dat recht en deze code vervalt bij verkoop. Deze eenvoud van registratie is de reden waarom het voordeel ophoudt in 2023. De actuele waarde ervan neemt dus elk jaar af, zodat er maar één code aan de nieuwe aandelen uit de verschillende jaren moet worden toegevoegd. Met deze maatregel wordt het eigen vermogen van de ondernemingen structureel versterkt. Bestaande bedrijven kunnen met een keuzedividend een deel van hun beschikbare winst omzetten in kapitaal of makkelijker vers kapitaal ophalen. Het kan ook een stimulans zijn om om nieuwe bedrijven via een kapitaalverhoging naar de beurs te brengen. Particuliere aandeelhouders zullen zich hiermee ook meer betrokken voelen bij de onderneming waarin ze zijn belegd. Ze moeten nl. actief instemmen met een keuzedividend, met de kapitaalverhoging en de intekening erop, en moeten geregeld beslissen om hun nieuwe aandelen bij te houden, mede omwille van de fiscale begunstiging. Uiteraard kan een kapitaalverhoging in de regel niet samengaan met een kapitaalvermindering. Deze bepaling kan worden ingeschreven in artikel 269 WIB. De bestaande begunstiging van aandelen met strips kan in dit kader mogelijk ook uitdoven.