Op 22 februari ging er een schokgolf door de sector van de consumptiegoederen. Kraft Heinz stapelde het slechte nieuws op voor zijn aandeelhouders: tegenvallende resultaten en vooruitzichten, en vooral een waardevermindering op de merkenportefeuille van maar liefst 15,4 miljard dollar. Het gaf aanleiding tot een koersval van afgerond liefst 27 procent in één dag.

Veel beleggers denken met steeds meer heimwee terug aan de periode dat defensieve sectoren mooie returns opleverden. Dat gold voor de nutssector en voor telecom, maar ook voor de sector van de consumptiegoederen, zoals voeding en persoonlijke huishoudgoederen. Maar de aandelen uit de sector van de consumptiegoederen zijn al enkele jaren een bron van ergernis en teleurstelling. De rendementen liggen steevast verder onder de prestaties van de beursindexen, terwijl de sector vroeger precies uitstak boven het beursgemiddelde. De val van Kraft Heinz-aandeel was daarin een nieuw triest hoogtepunt.

Veel beleggers denken met heimwee terug aan de tijd van defensieve sectoren die mooie returns opleverden.

De aandelen in de S&P500 Consumer Staples Sector-index stegen de afgelopen drie jaar gemiddeld met slechts 7 procent, tegenover 43 procent voor de S&P500-index. Belgische beleggers weten het maar al te goed. Onlangs is het aandeel van AB InBev wel behoorlijk hersteld, maar dat wist de zwakte over de voorbije drie jaar niet uit. De biergigant presteerde maar liefst 42 procent minder goed dan de Bel-20-index, en zelfs 45 procent zwakker dan de Stoxx600-index.

Vele jaren lang konden de hogere verkopen in de opkomende landen de malaise in de westerse wereld nog verdoezelen, maar het grotere prijsbewustzijn bij de consument sinds de bankencrisis lijkt toch een blijver. De merkentrouw is minder groot en het kost de consumptiegiganten dus steeds meer geld om de consument aan zich te binden en niet nog meer marktaandeel aan bijvoorbeeld private labels te verliezen. Meer en sneller innoveren, is duidelijk de opdracht.

Nieuwe sterren

Het is duidelijk dat het geld de jongste jaren niet bij de klassieke consumptiegiganten wordt verdiend. In de technologiesector was het een heel ander verhaal de voorbije jaren. Daar is al langer bekend dat voortdurende innovaties de sleutel tot succes zijn. Hun organisatie is daar ook veel meer op afgestemd. Hun spectaculaire groei heeft voor een enorme sprong in de beurswaardes gezorgd.

Bij ons zien we die technologische opmars veel minder op de beursvloer. Een andere deelsector waar in vrij korte tijd heel wat extra marktwaarde kan worden gecreëerd, is de biotechnologie. Begin 2009 vertegenwoordigde de Belgische biotech een marktwaarde van een kleine 700 miljoen euro. Begin dit jaar was die opgelopen tot bijna 9 miljard euro. Dat komt niet alleen doordat het aantal beursnoteringen zowat is verdrievoudigd, maar ook omdat enkele in een paar jaar tijd hun beurskapitalisatie een vlucht hebben zien nemen. Het sterkste voorbeeld is Argenx, waarvan de beurswaarde in de voorbije drie jaar is gekatapulteerd van afgerond 300 miljoen naar 4,3 miljard euro, of ruim een verveertienvoudiging.