In 2020 kwam er ruim 13 miljard euro bij op de Belgische spaarboekjes. Er staat nu meer dan 295 miljard euro op. Banken zijn verplicht minstens 0,01 procent basisrente uit te keren aan de spaarders. Wie het geld een jaar onaangeroerd laat, krijgt daar nog minstens 0,1 procent getrouwheidspremie bovenop.
...

In 2020 kwam er ruim 13 miljard euro bij op de Belgische spaarboekjes. Er staat nu meer dan 295 miljard euro op. Banken zijn verplicht minstens 0,01 procent basisrente uit te keren aan de spaarders. Wie het geld een jaar onaangeroerd laat, krijgt daar nog minstens 0,1 procent getrouwheidspremie bovenop. De overgrote meerderheid van de banken geeft niet meer dan ze moeten. Enkele, zoals Triodos Bank en Evi, bieden sinds kort zelfs geen gereglementeerde spaarrekeningen meer aan. Op hun niet-gereglementeerde spaarrekeningen kunnen ze de rente helemaal op nul zetten, of in theorie zelfs onder nul. Als u weet dat het leven in België vorig jaar gemiddeld 0,74 procent duurder werd, dan weet u dat die luttele 0,11 procent niet volstaat. Wie vorig jaar 100 euro opzijzette, moet dat bedrag met minstens 0,74 euro zien aangroeien om zijn winkelkar even vol te kunnen laden. Dat is bijna zeven keer de wettelijke minimumvergoeding. Als u bovendien weet dat het streefdoel voor inflatie in de eurozone op lange termijn ongeveer 2 procent is, dan weet u dat de spaarcenten van uw kinderen op zo'n spaarboekje jaar na jaar aan koopkracht inboeten. Het sparen zoals we het vandaag kennen, met een vrijstelling van belasting voor intresten tot 980 euro en een overheidswaarborg tot 100.000 euro per bank en per persoon, zag in een embryonale vorm het levenslicht in 1865 met de oprichting van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK). De generatie van de babyboomers leerde sparen op de schoolbanken, met het roze boekje van de ASLK. De millennials hebben nog de oorlog om de spaarder meegemaakt in de zomer van 2008, toen de banken klanten van elkaar afsnoepten met spaarrentes tot 4,25 procent. Zullen de jongere generaties nog leren sparen, zonder rente? Als we de inhoud van de envelopjes die grootouders, peters en meters met Nieuwjaar in de handen van onze kinderen duwen, niet op een spaarrekening willen zetten, wat moeten we er dan wel mee doen? Aandelen kopen, zegt Erwin Deseyn, chief investment officer van Capitalatwork, beslist. Met aandelen krijgen kinderen een stukje van een bedrijf in handen. Bedrijven trekken doorgaans hun prijzen op als hun productiekosten stijgen. Op die manier bieden aandelen meestal een betere bescherming tegen inflatie dan het spaarboekje of obligaties. Al zijn er geen garanties, want in de Belgische beursgeschiedenis was er ook een periode van 58 jaar waarin aandelenbeleggingen geen gelijke tred hielden met de inflatie.Deseyn verwijst naar de lange beleggingshorizon van kinderen. Hij vindt bijval bij collega's. "Hoe jonger het kind, hoe hoger het percentage aan beleggingen dat naar aandelen kan gaan", stelt Erik Joly, chief investment officer van ABN AMRO Private Banking. "Een eenvoudige stelregel is dat je de leeftijd van een persoon moet aftrekken van 100, om te weten hoeveel procent aandelen je in de beleggingsportefeuille kunt opnemen." De redenering is dat jonge beleggers nog tijd hebben om eventuele verliezen door beurscrashes weer te boven te komen. Met obligaties geven beleggers een lening aan een bedrijf. Op de vervaldatum krijgen ze hun geld terug, maar dat kan door een hoge inflatie in koopkracht al een hoop minder waard zijn dan op de startdatum. Bovendien hebben de centrale banken de voorbije twaalf jaar hun stinkende best gedaan om lenen voor iedereen goedkoper te maken, wat zich vertaalt in obligatie-uitgiftes met historisch lage rentes. "Een eenvoudige manier om de beurs te leren kennen, is te werken met ETF's (trackers of beursgenoteerde fondsen, nvdr) . Die zijn vlot verhandelbaar, goedkoop en efficiënt", stelt Joly. De eenvoudigste oplossing is een ETF op een wereldwijde beursindex, zoals de MSCI World. Een andere oplossing is een meer gespreide portefeuille van trackers met regionale of sectorale accenten. Joly voegt eraan toe dat het belangrijk is "met een zekere regelmaat in de beurs te beleggen" om de risico's uit te vlakken. "Ik geloof in een comeback van de actieve belegger de komende jaren en ik zou oppassen met ETF's die een beursindex schaduwen", zegt Deseyn. "Bedrijven zoals Apple en Microsoft hebben nog nooit zo'n groot gewicht gehad in de Amerikaanse S&P500-index. Met een ETF op de S&P500 word je rendement te veel afhankelijk van de prestaties van een beperkt aantal grote aandelen." Maar wat in theorie het best is voor de spaarcenten van uw kind, is in de praktijk niet altijd mogelijk. "Voor minderjarigen moet je altijd streven naar kapitaalbehoud", zegt Christophe Delanghe, vermogensplanner van Banque de Luxembourg. "Bij ons is met geld van minderjarigen enkel defensief beheer mogelijk. Voor dynamischer beheer, met aandelen, heb je de goedkeuring van de vrederechter nodig." Ook bij de grootbanken hangt aan een effectenrekening op naam van een minderjarige automatisch een defensief profiel vast, dat u niet toelaat eender wat te doen. "Minderjarigen mogen een effectenrekening aanhouden", weet Dirk Denies, senior vermogensplanner bij ABN AMRO Private Banking. "In principe kunnen zij ook beleggen in fondsen, trackers of aandelen. Wel staan in het burgerlijk wetboek bepalingen ter bescherming van de minderjarige. Zo is de machtiging van de vrederechter nodig om goederen van minderjarigen te vervreemden. Daar wordt pragmatisch mee omgegaan. Alles hangt af van het dossier, de bank en de vrederechter." Volgens Deseyn is er een gemakkelijke manier om problemen te vermijden. "Je opent een effectenrekening op naam van je minderjarige kind. Je stort er geld op en koopt er deelbewijzen van een aandelenfonds mee. Je haalt er nooit iets af en je stort enkel bij." Een actief beheer van een aandelenportefeuille ligt moeilijk. Verschillende banken stellen voor dat ouders of grootouders een effectenrekening openen op hun naam. Dan hebben ze meer vrijheid om te beleggen. Ze kunnen de beleggingsportefeuille schenken zodra het kind achttien jaar is geworden. "Het geld aanhouden op de naam van de ouders of de grootouders biedt meer vrijheid, maar het is niet ideaal met het oog op de successieplanning. Daarvoor houd je het geld beter aan op naam van de kinderen, maar dat heeft beperkingen", meent Degroof Petercam. Heel wat twintigers, dertigers en veertigers hebben vorig jaar tijdens de lockdown de beurs ontdekt of herontdekt. De spaarcenten van hun kinderen mogen ze niet aan het werk zetten, maar misschien is het wel een goed idee om in 2021 een aandeel of een deelbewijs van een fonds onder de kerstboom te leggen, in plaats van een envelop met bankbiljetten. Lees ook hoe je gespreid in de tijd met fondsenplannen voor kinderen of kleinkinderen een beleggingsportefeuille kan opbouwen.