In dit overzicht worden de volgende beleggingsproducten besproken: de termijnrekening, de spaarrekening, structured notes, gemengde fondsen, obligaties, goud, aandelen, de aandelentracker en de Tak23-levensverzekering.

Termijnrekening

Karakteristieken

Termijnrekeningen en kasbonnen worden vaak in één adem genoemd. Toch zijn er verschillen tussen beide spaarproducten. Een termijnrekening is een rekening. Het geld dat u stort op een termijnrekening staat op de balans van de bank, net zoals dat het geval is bij spaar- en zichtrekeningen. Een kasbon is een effect, een schuldbewijs dat door een bank werd uitgegeven, net zoals een staatsbon een schuldbewijs is dat door de Belgische staat werd uitgegeven. Die kasbon en die staatsbon staan op een effectenrekening en aan die rekeningen kunnen kosten verbonden zijn die er bij een termijnrekening niet zijn. De kasbonnen en staatsbonnen kunt u verkopen aan andere beleggers als u het geld nodig hebt voor de vervaldag, maar de termijnrekeningen niet. De banken bieden niet altijd dezelfde intresten op kasbonnen als op termijnrekeningen. Op een looptijd van acht jaar moet u goed zoeken naar een termijnrekening die meer dan 1 procent netto oplevert (CKV) en zelfs een half procent jaarlijkse rente is op die looptijd al vaak te veel gevraagd.

Bescherming

Zowel de termijnrekening als de kasbon op naam (of geregistreerd op een nominatieve rekening) vallen onder de depositogarantie. Sinds 2008 worden er geen kasbonnen aan toonder meer uitgegeven en zijn alle kasbonnen in principe op naam.

De banken betalen voor die bescherming van de spaarders bijdragen aan het Garantiefonds. Als een bank in gebreke blijft of failliet gaat, krijgen de spaarders die hun spaargeld kwijt zijn binnen de twintig werkdagen tot 100.000 euro per bank en per klant terug. Er is een tijdelijke bescherming van maximaal 500.000 euro voor bedragen die verband houden met vastgoedtransacties of de uitbetaling van verzekeringen en minder dan zes maanden voor het faillissement op de rekening zijn gestort.

Kosten

Wilt u uw geld terug voor het einde van de looptijd van de termijnrekening, dan moet u bij de bank aankloppen. De bank zal meestal een wederbeleggingsvergoeding eisen wanneer u uw geld vervroegd opvraagt en administratiekosten aanrekenen.

Fiscaliteit

De intresten van termijnrekeningen zijn in tegenstelling tot die van spaarrekeningen niet vrijgesteld van roerende voorheffing. Het tarief van 30 procent is hier van toepassing. Let dus op met geafficheerde brutorendementen op termijnrekeningen, die niet te vergelijken zijn met de rendementen op spaarrekeningen.

Verwachtingen voor 2019

Net zoals bij de spaarrekeningen moeten we de lat laag leggen voor termijnrekeningen, kasbonnen en staatsbonnen. De geplande uitgifte van een staatsbon in december werd geschrapt, omdat er bij de drie vorige uitgiften maar 10 miljoen euro werd opgehaald. Verschillende banken zijn gestopt met kasbonnen, omdat de interesse van beleggers tanende is. Er zou nog maar minder dan 10 miljard euro in kasbonnen zitten. Een hogere rente kan in principe wel iets sneller doorsijpelen in de rendementen van nieuwe termijnrekeningen, kasbonnen of staatsbonnen. Bij de spaarrekeningen moeten er in de beleggingsportefeuille nog altijd oude obligaties met een hogere coupon op vervaldag vervangen worden door nieuwe obligaties met een lagere coupon. De banken gaan ervan uit dat de grote massa spaargeld minstens enkele jaren onaangeroerd blijft en daarom beleggen ze dat spaargeld.

Spaarrekening

Karakteristieken

De basisrente van een gereglementeerd spaarboekje bedraagt minimaal 0,01 procent. De bank moet daarbovenop minimaal 0,1 procent getrouwheidspremie betalen aan spaarders die hun geld langer dan een jaar op de rekening laten staan. De betaling van de rente gebeurt bij de start van een nieuw jaar. De verworven premie moet aan het begin van elk kwartaal op de rekening worden gestort.

Er zijn steeds minder spaarrekeningen die meer dan het wettelijke minimum bieden. Een aantal banken gunt de spaarders een hogere vergoeding als ze elke maand via een permanente opdracht een relatief klein bedrag storten. Bij de Step Up Spaarrekening van Beobank ligt het zwaartepunt bij de premie (1%), niet bij de rente (0,2%). Bij het DB Saving Plan van Deutsche Bank krijgen spaarders meer rente (0,6%) dan premie (0,3%).

Wie niet zeker is dat hij zijn geld het komende jaar op de rekening kan laten staan, kiest het beste voor de hogere basisrente. De rente begint van dag één aan te tikken. Er is geen premie als de spaarder het geld te vroeg van de rekening haalt.

Bescherming

Spaar-, zicht- en termijnrekeningen vallen onder de depositogarantie. De banken betalen voor die bescherming van de spaarders bijdragen aan het Garantiefonds. Het maakt geen verschil of het om een gereglementeerde of een niet-gereglementeerde spaarrekening gaat. Als een bank in gebreke blijft of failliet gaat, krijgen de spaarders die hun spaargeld kwijt zijn binnen de twintig werkdagen tot 100.000 euro per bank en per klant terug. Er is een tijdelijke bescherming van maximaal 500.000 euro voor bedragen die verband houden met vastgoedtransacties of de uitbetaling van verzekeringen en minder dan zes maanden voor het faillissement op de rekening zijn gestort. Er is geen bescherming van de koopkracht, omdat de spaarrekening minder snel aandikt met intresten dan de prijzen stijgen.

Kosten

Er zijn normaal geen rechtstreekse kosten verbonden aan het spaarboekje. Soms vragen banken dat de spaarder tegelijk een zichtrekening opent, en daar rekenen ze wel kosten voor aan. Verschillende banken verhogen de tarieven voor bankdiensten op 1 januari.

Fiscaliteit

De intresten van gereglementeerde spaarboekjes zijn tot 960 euro vrijgesteld van roerende voorheffing. Boven dat plafond geldt een verminderde voorheffing van 15 procent. Op de intresten van niet-gereglementeerde spaarrekeningen is 30 procent verschuldigd.

Verwachtingen voor 2019

De Belgische tienjaarsrente is verdubbeld sinds het dieptepunt in december 2017, tot 0,9 procent vandaag. En toch moeten de Belgen nog niet meteen rekenen op een hogere spaarrente. De rente op Belgische overheidsobligaties met een looptijd van minder dan vijf jaar is nog altijd negatief, terwijl de rente op gereglementeerde spaarrekeningen niet onder nul kan zakken.

Structured notes

Karakteristieken

Er zijn verschillende soorten gestructureerde beleggingsproducten. De populairste zijn de gestructureerde obligaties of structured notes. In 2017 investeerden Belgische beleggers 2,4 miljard euro in gestructureerde obligaties en 2,2 miljard euro in andere gestructureerde producten, volgens de financiële toezichthouder FSMA. Die organisatie zorgt er ook voor dat al te complexe of ondoorzichtige gestructureerde producten niet aan particulieren worden aangeboden.

Gestructureerde producten hebben doorgaans een vaste looptijd. Beleggers krijgen vaak de belofte dat ze hun kapitaal minus de kosten terugkrijgen op vervaldag. Daarnaast hebben ze uitzicht op iets meer rendement, als alles goed gaat. Die producten bestaan uit een combinatie van verschillende financiële instrumenten, zoals een obligatie en een optie. De obligatie zorgt dan voor de kapitaalbescherming en de optie voor de kans op iets extra's.

Een klassiek voorbeeld is een gestructureerd product waarvan het rendement afhangt van de prijsevolutie van de aandelen in een index, zonder rekening te houden met de dividenden. Een groot deel van het rendement van aandelen komt voort uit de herinvestering van de dividenden.

Bescherming

Voor de meeste gestructureerde obligaties beloven de banken op de vervaldag minstens de inschrijvingsprijs terug te betalen. Stel dat een belegger bij de start een inschrijvingsprijs van 100 euro en 2 euro instapkosten betaalt. Die 2 euro valt niet onder de kapitaalbescherming. En als het product voor de vervaldag wordt verkocht, is de inschrijvingsprijs ook niet beschermd.

Gestructureerde obligaties vallen niet onder de depositobescherming tot 100.000 euro per bank en per klant, waar spaar- en zichtrekeningen, kasbons en termijnrekeningen wel onder vallen. De belegger blijft wel altijd eigenaar van de gestructureerde obligaties die op zijn effectenrekening staan. Een faillissement van de bank verandert daar niets aan. Soms staat nog een derde partij garant staat voor de terugbetaling van het kapitaal, als de uitgever in gebreke blijft.

Kosten

Er zijn vaak relatief hoge instapkosten, beheerskosten, en eventueel distributiekosten en uitstapkosten verbonden aan gestructureerde producten. De impact ervan op het rendement staat in het essentieel informatiedocument.

Fiscaliteit

Voor gestructureerde obligaties is op de meerwaarde op de vervaldag, of op tussentijdse rentebetalingen, 30 procent roerende voorheffing verschuldigd. Bij andere gestructureerde producten hangt de fiscaliteit af van de onderliggende activa (zie de fiches van tak23 en beleggingsfondsen).

Verwachtingen voor 2019

Sinds 1 januari 2018 zijn de banken verplicht een essentieel informatiedocument op te stellen voor elk gestructureerd product. Daarin moeten ze de mogelijke scenario's op een rij zetten, en de verwachte rendementen in elk van die scenario's.

Gemengde fondsen

Karakteristieken

Een gemengd beleggingsfonds investeert zowel in aandelen als obligaties. De pensioenspaarfondsen zijn de bekendste gemengde fondsen. Een pensioenspaarfonds mag nooit meer dan 75 procent in aandelen investeren en nooit meer dan 75 procent in obligaties. Er zijn ook flexibele gemengde fondsen. Dat zijn producten waarvan de beheerders de verdeling van de activa kunnen aanpassen aan hun verwachtingen. Sommige fondsen kunnen van 0 naar 100 procent aandelen gaan. In het verleden werden de obligaties in de portefeuille vaak minder waard als de aandelen in waarde toenamen, en vice versa. De juiste mix van aandelen en obligaties zorgde voor mooie rendementen en minder grote schommelingen in de waarde van de deelbewijzen. Maar het verleden biedt geen garanties voor de toekomst.

Bescherming

Een gemengd fonds kan zware verliezen boeken. Er is geen enkele garantie op rendement of kapitaalbehoud. Mochten uw deelbewijzen door fraude verdwenen zijn _ wat zo goed als onmogelijk is door alle controlemechanismes _ treedt een beschermingsregeling voor beleggers in werking tot 20.000 euro per persoon en per financiële instelling. Dat geldt zowel voor aandelen als obligaties als fondsen. Die effecten blijven altijd juridisch uw eigendom, terwijl spaarrekeningen en tak21-levensverzekeringen op de balans van de financiële instelling staan.

Kosten

Er zijn instap- en beheerskosten en soms een prestatievergoeding. De instapkosten verschillen van bank tot bank. Van het geafficheerde rendement zijn de beheers- en de prestatievergoedingen al afgetrokken.

Fiscaliteit

Als u inschrijft op deelbewijzen, betaalt u geen beursbelasting. Als u ze verkoopt, roomt de fiscus 1,32 procent af van de deelbewijzen van fondsen zonder dividend (kapitalisatie), met een maximum van 4000 euro per transactie. Keert het beleggingsfonds een dividend uit (distributie), dan is daarop 30 procent roerende voorheffing verschuldigd. Bij de verkoop van deelbewijzen gaat 30 procent af van de meerwaarde die voortvloeit uit de rente die het fonds heeft geïnd en uit de koersstijging van de obligaties. Als het fonds geen berekening maakt van de meerwaarde uit het vastrentende gedeelte, betaalt de belegger belasting a rato van het percentage obligaties in de portefeuille, of in sommige gevallen op de volledige meerwaarde.

Verwachtingen voor 2019

Bij een rentestijging worden de obligaties in de portefeuille minder waard. Een stijging van de langetermijnrente heeft vooral een negatieve impact op obligatie- en gemengde fondsen die vasthouden aan een vaste verdeling tussen beide activa, zoals pensioenspaarfondsen. Sommige flexibele gemengde fondsen hebben de voorbije jaren minder sterk gepresteerd doordat ze een bescherming tegen een rentestijging hebben ingebouwd. Dat kan de komende jaren een troef worden.

Obligaties

Karakteristieken

Met een obligatie verstrekt u een lening aan een onderneming, een semi-overheid of een overheid. In ruil krijgt u meestal een jaarlijkse vergoeding. Als alles goed gaat, krijgt u op de vervaldag uw volledige kapitaal terug. De jaarlijkse coupon kan vast of variabel zijn. Als het bedrijf betalingsproblemen krijgt, recupereren de obligatiehouders meestal nog een deel van hun inleg, omdat ze vooraan in de rij met schuldeisers staan. Hoogrentende obligaties bieden meer rente, maar houden ook een groter risico op wanbetaling in.

Bescherming

Hoe veilig uw geld is, hangt ten eerste af van de emittent van de obligatie. De scores die kredietbeoordelaars als S&P, Moody's en Fitch aan landen en bedrijven geven, kan een hulpmiddel zijn om de kredietwaardigheid of de terugbetalingscapaciteit van de emittent te beoordelen. Ten tweede is er voor de terugbetaling een hiërarchie in de obligatietypes. Met een achtergestelde of een eeuwigdurende obligatie staat u bijvoorbeeld achter de gewone obligatiehouders. En ten derde zijn er wisselkoersrisico's als u investeert in obligaties in andere munten. Zakt die munt in waarde, dan krijgt u in euro minder dan uw inleg terug. De hogere rente die u in andere munten dan de euro kunt krijgen, compenseert wel minstens een deel van het wisselkoersrisico. De vuistregel is: hoe meer rendement, hoe meer risico.

Kosten

Als u inschrijft op nieuwe obligaties, zitten de kosten al in de uitgifteprijs verrekend. Bij Belgische bedrijfsobligaties is dat meestal 1,875 procent van de waarde. U kunt ook bestaande obligaties kopen. De kosten daarvoor liggen doorgaans hoger dan voor aandelentransacties, omdat de obligatiehandel nog grotendeels tussen banken gebeurt en niet zo geautomatiseerd is als de aandelenhandel.

Fiscaliteit

Op de aan- en de verkoop van bestaande obligaties is 0,12 procent beursbelasting verschuldigd, met een maximum van 1300 euro per transactie. Bij de uitgifte van obligaties komt geen beurstaks kijken. De banken houden 30 procent roerende voorheffing in op rentebetalingen. De meerwaarde die u realiseert met een obligatie is belastingvrij. Daardoor kan het interessant zijn obligaties onder pari of onder hun uitgifteprijs te kopen op de markt.

Verwachtingen voor 2019

Amerikaanse en Duitse overheidsobligaties staan aan de twee uiteinden van het spectrum. Treasury's met een looptijd van tien jaar brengen meer dan 3 procent rente op, Bunds slechts een tiende daarvan. Een rentestijging vreet aan het rendement en de kans is zeer reëel dat Duitse overheidsobligaties 2019 met een negatief rendement eindigen. De rente op bedrijfsobligaties is hoger, maar wordt wel afgeleid van de rente op overheidsobligaties.

Goud

Karakteristieken

Fysiek goud heeft geen economische functie. Dat maakt het moeilijk er een richtprijs op te kleven. Het edelmetaal brengt ook geen rente op en het keert geen dividenden uit. Het rendement moet volledig voortkomen uit de stijging van de goudprijs. Op de internationale markten wordt de goudprijs uitgedrukt in dollar.

Goud is gevoelig voor de renteverwachtingen in de Verenigde Staten. Bij elke renteverhoging van de Amerikaanse centrale bank nemen de opportuniteitskosten voor een belegging in goud toe - beleggers lopen dan meer rente mis. In december 2015 heeft de Federal Reserve voor het eerst sinds 2006 de rente verhoogd. Sindsdien trekt ze die stelselmatig op. Economen beginnen te twijfelen of de drie renteverhogingen die voor 2019 werden verwacht, nog zullen plaatsvinden.

Bescherming

Goud biedt een toevluchtsoord wanneer de munt van een land of een muntunie in elkaar klapt, of als er onzekerheid is over het financiële systeem. Ten tijde van de bankencrisis in 2008 en 2009 vluchtten veel beleggers in goud, omdat ze vreesden dat het financiële systeem dreigde in elkaar te klappen. Tijdens de eurocrisis in 2011 en 2012 had het edelmetaal succes, omdat de euro op instorten stond. Dit jaar was goud een goede belegging in India, omdat de Indiase roepie ineenstuikte tot zijn laagste peil tegenover de dollar. De goudprijs steeg meer dan 4 procent in Indiase roepie, maar gemeten in dollar ging de prijs bijna 7 procent omlaag. In euro spreken we over een verlies van 1 procent.

Kosten

In de aan- en de verkoopprijzen die de handelaars in edelmetalen afficheren, zijn de kosten al verrekend. Wie via een bank goud koopt of verkoopt, betaalt vaak nog bijkomende kosten.

Fiscaliteit

Beleggen in fysiek goud is belastingvrij. Er is ook geen btw verschuldigd op goudstaven of goudmunten. Voor staven zilver of platina daarentegen betaalt de koper 21 procent btw op het volledige aankoopbedrag en voor munten 21 procent btw op de winstmarge van de handelaar.

Verwachtingen voor 2019

Hoeveel rendement beleggingen in goud opleveren, hangt nauw samen met de koers van de Amerikaanse dollar. Sinds de eerste goudtracker SPDR Gold in november 2004 op de beurs van New York is gelanceerd, lijkt het lot van de goudprijs aan de dollar geklonken. Als de piek van de dollar achter ons ligt, kunnen we een herstel van de goudprijs verwachten in 2019. Zowel in euro als in dollar noteert goud nog altijd ver onder de piek van 2011 en 2012.

Aandelen

Karakteristieken

Met een aandeel koopt u een stuk van een bedrijf en deelt u mee in de bedrijfswinst via een winstuitkering of een koersstijging van het aandeel. Zo'n winstuitkering kan in de vorm van een dividend in aandelen of in cash, of via een fiscaalvriendelijke kapitaalvermindering. Volgens studies komt meer dan de helft van het rendement van aandelen voort uit het dividend. De rest komt van een eventuele koersstijging.

In augustus verbrak de Amerikaanse S&P500-index het record van de langste stierenmarkt ooit. Sinds 9 maart 2009 zit de S&P500 in een opwaartse trend en ging de beursindex geen enkele keer 20 procent of meer naar beneden. Zodra een beursindex meer dan 20 procent verliest, spreken we over een berenmarkt. De hoorns van een stier zijn naar boven gericht. De beer richt zijn klauwen naar beneden.

Sinds de piek in september 2018 hebben de Amerikaanse steraandelen wel al meer dan 10 procent verloren. De Bel-20-index stond al heel dicht bij een berenmarkt: van de piek tot de bodem was er een verlies van meer dan 19 procent in 2018. Beleggers hadden in 2018 last van hoogtevrees.

Bescherming

Bij een faillissement van de onderneming staan de aandeelhouders achteraan in de rij van de schuldeisers. U riskeert dus uw volledige inleg te verliezen als het bedrijf over de kop gaat. Door de aard van de activiteiten of de mate waarin een bedrijf zich in de schulden steekt, kan het aandeel meer of minder defensief zijn. Maar er zijn nooit garanties.

Kosten

Bij de meeste internetbanken betaalt u 6 tot 7,5 euro transactiekosten voor kleine aan- en verkooporders op de beurs van Brussel. Bij de grootbanken betaalt u hogere transactiekosten. Daar komen nog jaarlijkse dossier- en bewaarkosten bovenop.

Fiscaliteit

Bij elke aan- en verkoop van aandelen draagt u 0,3 procent belastingen af. Van de dividenden die u opstrijkt, gaat 30 procent roerende voorheffing naar de overheid, op enkele uitzonderingen na. Nieuw sinds het inkomstenjaar 2018 is dat u de roerende voorheffing op de eerste 640 euro aan dividenden kunt recupereren via uw belastingbrief.

Verwachtingen voor 2019

Op 13 december zal de Europese Centrale Bank naar alle verwachtingen het einde van haar obligatie-inkopen aankondigen. Een renteverhoging ligt nog niet meteen in het verschiet. Van de Amerikaanse centrale bank worden in 2019 drie renteverhogingen verwacht. Een hogere rente betekent duurder krediet en dus tegenwind voor de bedrijven, vandaar dat er relatief lage aandelenrendementen worden verwacht.

Aandelentracker

Karakteristieken

Een tracker of ETF is een fonds dat de prestatie van een korf activa schaduwt, bijvoorbeeld een beursindex. Het rendement is niet 100 procent hetzelfde als dat van de index. Hoe groot de afwijking is, hangt onder meer af van hoe vlot de activa verhandelen en hoe de beheerder dividenden van bedrijven herinvesteert. Trackers worden net zoals aandelen verhandeld op de beurs. In één muisklik kunnen beleggers zo een gespreide portefeuille van aandelen of obligaties kopen.

Er zijn ook allerlei slimme trackers op de markt. Een alternatief voor individuele dividendaandelen zijn bijvoorbeeld beursgenoteerde indexfondsen die investeren in dividendaandelen. De MSCI Europe High Dividend Yield-index is er zo een. Die screent aandelen op de pay-outratio of het percentage van de winst dat ze uitkeren, de balans en het rendement op het eigen vermogen, om na te gaan of het dividend houdbaar is. Een ander voorbeeld is de tracker SPDR S&P Euro High Yield Dividend Aristocrats, die de prestaties volgt van bedrijven die minstens tien jaar een stabiel of stijgend dividend uitkeren.

Bescherming

Een tracker hoeft niet de activa te kopen waarvan hij het rendement repliceert. De beheerders van synthetische trackers sluiten een ruilcontract af met een derde partij, een bank, die het rendement levert in ruil voor een vergoeding. Daardoor loopt de belegger een extra risico: het tegenpartijrisico. De partijen storten wel een onderpand op een rekening van een onafhankelijke partij, om dat gevaar te beperken.

Kosten

De transactiekosten van trackers en aandelen zijn doorgaans gelijk. Er zijn geen instapkosten en de beheerskosten zijn een pak lager dan die van klassieke beleggingsfondsen. De kosten van obligatietrackers en andere trackers met minder liquide activa kunnen iets hoger oplopen.

Fiscaliteit

Op elke aan- en verkoop van een tracker is beursbelasting verschuldigd. Voor ETF's die niet geregistreerd zijn in België, maar wel in de Europese Economische Ruimte (EER), bedraagt het tarief 0,12 procent, met een plafond van 1300 euro per transactie. Voor ETF's die geregistreerd zijn in België is er een verschil in tarief tussen ETF's met een dividenduitkering (0,12%) en zonder dividenduitkering (1,32%, met een plafond van 4000 euro). Voor ETF's die noch in België, noch in de EER geregistreerd zijn, betalen beleggers 0,35 procent beursbelasting, met een plafond van 1600 euro.

De meerwaarde op een tracker is belastingvrij, tenzij 10 procent of meer van de beleggingen bestaat uit obligaties of andere activa die de fiscus onder schuld klasseert. In dat geval gaat 30 procent roerende voorheffing af van de meerwaarde van het vastrentend deel.

Verwachtingen voor 2019

De kans op turbulentie op de aandelenmarkten is reëel in 2019. Dan zijn trackers interessant voor wie snel in en uit wil kunnen stappen.

Tak23-levensverzekering

Karakteristieken

Een tak23-levensverzekering is niet veel meer dan de verpakking van een beleggingsfonds, meerdere beleggingsfondsen of andere activa, zoals rusthuizen. Het rendement en de risico's hangen grotendeels af van die activa. Een tak23-levensverzekering met een onderliggend aandelenfonds is minstens even risicovol als het aandelenfonds zelf. Het is sterk af te raden te investeren in tak23-levensverzekeringen met ondoorzichtige of complexe activa of structuren. Er bestaan ook financiële producten die een tak21 (met een gewaarborgd rendement) combineren met een tak23 (met een niet-gewaarborgd rendement). Sommige financiële instellingen noemen die combinatie een tak44-levensverzekering.

Sinds kort is het 'fonds dédié' voor vermogende beleggers in ons land in opmars. Dat is een verzekeringscontract dat uit Luxemburg is overgewaaid en dat individuele aandelen en obligaties als onderliggende beleggingen kan hebben. De verzekerde moet het beheer over die beleggingsportefeuille wel volledig uit handen geven. In 2017 en 2018 hebben een aantal Luxemburgse verzekeraars een bijkantoor in België geopend om dat fonds dédié te promoten.

Kosten

De verzekeraars rekenen instap- en beheerskosten aan, en soms ook uitstapkosten. Als de onderliggende activa bestaande beleggingsfondsen zijn, betaalt de belegger onrechtstreeks ook een vergoeding aan de beheerders ervan. De hogere kosten romen het rendement van de beleggingsfondsen af.

Fiscaliteit

Van elke storting gaat 2 procent premiebelasting af. Daar staat tegenover dat de inkomsten volledig vrijgesteld zijn van roerende voorheffing. Er is ook geen taks op beursverrichtingen (TOB) verschuldigd, die bij de verkoop van een beleggingsfonds wel wordt aangerekend. Voor wie regelmatig wil switchen tussen beleggingsfondsen - met meer of minder risico bijvoorbeeld - kan de structuur van een tak23-contract voordelig zijn. Hoe langer een belegging in een levensverzekering loopt, hoe meer de belegger de achterstand kan wegwerken die hij bij de start door de premietaks en de instapkosten heeft opgelopen.

Verwachtingen voor 2019

De roerende voorheffing op de meeste spaar- en beleggingsproducten bedraagt sinds 2018 maar liefst 30 procent. Het voordeel van de vrijstelling van roerende voorheffing voor beleggingsverzekeringen is daardoor groter dan vroeger. Vooral voor beleggingsfondsen die voor minstens 10 procent uit obligaties bestaan, kan het de moeite waard zijn de vergelijking te maken tussen een fonds met of zonder tak23-strik eromheen. Beleggers betalen niet enkel roerende voorheffing op de geïnde rente, maar ook op de meerwaarde van het obligatiedeel van het fonds.