Voor Japanse aandelen was het verschil nog groter. Ook waren er grote verschillen voor wat betreft de aandelenrendementen naar landen.

Grootste winnaars waren kleine landen als Mongolië, Sri Lanka en Peru met stijgingen van 82% tot 193%. Sterkste verliezers waren Venezuela, Griekenland en Cyprus die meer dan 30% in waarde daalden.

Grondstoffen waren na een rendement van bijna 18% alleen al in het vierde kwartaal, goed voor een jaarrendement van 25%. De verminderde risicoaversie en de oplopende vraag vanuit de opkomende landen leidden tot volgens Theodoor Gilissen Bankiers deze koersstijgingen.

Ook onroerend goed presteerde sterk met een stijging van bijna 17%. Voor Europese obligaties bleef het rendement achter op een ruime 2%.

Voor Japanse aandelen was het verschil nog groter. Ook waren er grote verschillen voor wat betreft de aandelenrendementen naar landen. Grootste winnaars waren kleine landen als Mongolië, Sri Lanka en Peru met stijgingen van 82% tot 193%. Sterkste verliezers waren Venezuela, Griekenland en Cyprus die meer dan 30% in waarde daalden. Grondstoffen waren na een rendement van bijna 18% alleen al in het vierde kwartaal, goed voor een jaarrendement van 25%. De verminderde risicoaversie en de oplopende vraag vanuit de opkomende landen leidden tot volgens Theodoor Gilissen Bankiers deze koersstijgingen. Ook onroerend goed presteerde sterk met een stijging van bijna 17%. Voor Europese obligaties bleef het rendement achter op een ruime 2%.