Valentijn van Nieuwenhuijzen (ING): "Vanwege nog altijd omvangrijke onderbezetting in de economieën van de VS en Europa, en een nog altijd verstoord mechanisme voor monetaire transmissie in beide regio's, is het gevaar van aanhoudende inflatie in de komende 12 tot 18 maanden minder acuut dan velen vrezen. Gezien de vele andere potentiële risico's die markten bezighouden (zoals een Griekse herstructurering, een Amerikaanse groeivertraging of een ineenstorting van de Chinese vastgoedmarkt), valt verder ook niet uit te sluiten dat nieuwe kapitaalstromen naar veilige vermogenssoorten in de twee grootste en meest liquide obligatiemarkten van de wereld tot stand komen voordat deze markten door wanbetaling en inflatie worden getroffen. Dit zou rentes dan zelfs tijdelijk verder omlaag duwen."

Wel is het duidelijk dat staatsobligaties in de toekomst onmogelijk net zulke indrukwekkende rendementen kunnen laten zien als de afgelopen drie decennia het geval was.

Van Nieuwenhuizen: "Echter, daarmee is het omgekeerde (aanhoudend negatieve rendementen) nog niet vanzelfsprekend. De Japanse economie bijvoorbeeld heeft ons de afgelopen 15 jaar geleerd welke invloed een combinatie van een focus op schuldafbouw en vergrijzing kan hebben op de economie en op de rente (op hetzelfde, ongewoon lage niveau blijven). Ook in het Japan van eind jaren negentig waren een ongekend ruim monetair beleid en zeer hoge staatschuld voor vele een reden om een stijgende rente te verwachten. Vandaag staat de 10-jaars rente op Japanse staatsobligaties rond de 1.1%."

Beleggers doen er dan ook goed aan om het onverwachte niet uit te sluiten en om zich niet te laten leiden door angst. Om tot een constructieve houding ten aanzien van obligatiemarkten te komen, moeten we nog altijd een zorgvuldige beoordeling maken van onderliggende economische factoren en de dynamiek van de markt.

Van Nieuwenhuizen: "Eigenlijk is het daarom helemaal geen gek idee voor beleggers om af en toe eens stil te staan bij wat ze tegen hun kinderen zeggen als die 's nachts huilend wakker schrikken. En dan vooral het deel waarin wij ze vertellen weer te gaan slapen en zich geen zorgen te maken over het enge monster uit hun droom. Het monster dat niet echt..."

Valentijn van Nieuwenhuijzen (ING): "Vanwege nog altijd omvangrijke onderbezetting in de economieën van de VS en Europa, en een nog altijd verstoord mechanisme voor monetaire transmissie in beide regio's, is het gevaar van aanhoudende inflatie in de komende 12 tot 18 maanden minder acuut dan velen vrezen. Gezien de vele andere potentiële risico's die markten bezighouden (zoals een Griekse herstructurering, een Amerikaanse groeivertraging of een ineenstorting van de Chinese vastgoedmarkt), valt verder ook niet uit te sluiten dat nieuwe kapitaalstromen naar veilige vermogenssoorten in de twee grootste en meest liquide obligatiemarkten van de wereld tot stand komen voordat deze markten door wanbetaling en inflatie worden getroffen. Dit zou rentes dan zelfs tijdelijk verder omlaag duwen." Wel is het duidelijk dat staatsobligaties in de toekomst onmogelijk net zulke indrukwekkende rendementen kunnen laten zien als de afgelopen drie decennia het geval was. Van Nieuwenhuizen: "Echter, daarmee is het omgekeerde (aanhoudend negatieve rendementen) nog niet vanzelfsprekend. De Japanse economie bijvoorbeeld heeft ons de afgelopen 15 jaar geleerd welke invloed een combinatie van een focus op schuldafbouw en vergrijzing kan hebben op de economie en op de rente (op hetzelfde, ongewoon lage niveau blijven). Ook in het Japan van eind jaren negentig waren een ongekend ruim monetair beleid en zeer hoge staatschuld voor vele een reden om een stijgende rente te verwachten. Vandaag staat de 10-jaars rente op Japanse staatsobligaties rond de 1.1%." Beleggers doen er dan ook goed aan om het onverwachte niet uit te sluiten en om zich niet te laten leiden door angst. Om tot een constructieve houding ten aanzien van obligatiemarkten te komen, moeten we nog altijd een zorgvuldige beoordeling maken van onderliggende economische factoren en de dynamiek van de markt. Van Nieuwenhuizen: "Eigenlijk is het daarom helemaal geen gek idee voor beleggers om af en toe eens stil te staan bij wat ze tegen hun kinderen zeggen als die 's nachts huilend wakker schrikken. En dan vooral het deel waarin wij ze vertellen weer te gaan slapen en zich geen zorgen te maken over het enge monster uit hun droom. Het monster dat niet echt..."