Deze dispersie verplicht er de Europese beleidsmakers toe om efficiëntieverhogende maatregelen te nemen in die landen waar het prestatieverschil met Duitsland te hoog is opgelopen.

De belangrijkste deelnemers aan het muntsysteem moeten immers in grote lijnen dezelfde competitiviteit nastreven. Indien het verschil in productiviteit te groot wordt, dan zal de werkgelegenheid geleidelijk verschuiven van het minder naar het meer efficiënte land.

Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel waarbij de oplopende werkloosheid een steeds grotere druk uitoefent op de staatsfinanciën.

Als directe gevolg stijgt de rente op overheidsleningen en neemt de belastingdruk disproportioneel toe waardoor het betrokken land steeds verder wegzakt.

Het ultieme gevolg laat zich gemakkelijk raden. Zonder de nodige structurele ingrepen zal het betrokken land zijn competitiviteit ( en zijn werkgelegenheid ) enkel nog kunnen herstellen door middel van een drastische nominale devaluatie van zijn munt.

De eurozone moet hiervoor worden opgebroken met als gevolg dat de onmiddellijke sociale nadelen voor het betrokken land veel groter zijn dan de verhoopte voordelen van de invoering van de nieuwe munt : de locale banken zullen immers zeer snel in faling gaan waardoor de spaar- en pensioenreserves worden gedecimeerd en de consument wordt geconfronteerd met zijn sterk verminderde koopkracht in een context van hyper-inflaterende prijzen.

Als er toch nog sympathisanten zouden bestaan voor een dergelijk scenario , dan volstaat het te verwijzen naar de ontwikkelingen in Argentinië, waar men enkele jaren geleden via een dergelijke forse devaluatie zijn competitiviteit trachtte te herstellen.

Nu blijkt echter dat door het uitstellen van de nodige structurele maatregelen de Argentijnse economie terug in hetzelfde sukkelstraatje is beland, ondanks de dramatische verarming van haar burgers als gevolg van de devaluatie-politiek.

Als er dus ten gronde niets veranderd, dan creëert men door het uitstellen van de nodige besparingen een explosieve situatie die zal ontaarden in een devaluatie- en inflatiespiraal. De financiële crisis heeft dit potentiële gevaar versneld ingevoerd in de eurozone.

Deze dispersie verplicht er de Europese beleidsmakers toe om efficiëntieverhogende maatregelen te nemen in die landen waar het prestatieverschil met Duitsland te hoog is opgelopen. De belangrijkste deelnemers aan het muntsysteem moeten immers in grote lijnen dezelfde competitiviteit nastreven. Indien het verschil in productiviteit te groot wordt, dan zal de werkgelegenheid geleidelijk verschuiven van het minder naar het meer efficiënte land. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel waarbij de oplopende werkloosheid een steeds grotere druk uitoefent op de staatsfinanciën. Als directe gevolg stijgt de rente op overheidsleningen en neemt de belastingdruk disproportioneel toe waardoor het betrokken land steeds verder wegzakt. Het ultieme gevolg laat zich gemakkelijk raden. Zonder de nodige structurele ingrepen zal het betrokken land zijn competitiviteit ( en zijn werkgelegenheid ) enkel nog kunnen herstellen door middel van een drastische nominale devaluatie van zijn munt. De eurozone moet hiervoor worden opgebroken met als gevolg dat de onmiddellijke sociale nadelen voor het betrokken land veel groter zijn dan de verhoopte voordelen van de invoering van de nieuwe munt : de locale banken zullen immers zeer snel in faling gaan waardoor de spaar- en pensioenreserves worden gedecimeerd en de consument wordt geconfronteerd met zijn sterk verminderde koopkracht in een context van hyper-inflaterende prijzen. Als er toch nog sympathisanten zouden bestaan voor een dergelijk scenario , dan volstaat het te verwijzen naar de ontwikkelingen in Argentinië, waar men enkele jaren geleden via een dergelijke forse devaluatie zijn competitiviteit trachtte te herstellen. Nu blijkt echter dat door het uitstellen van de nodige structurele maatregelen de Argentijnse economie terug in hetzelfde sukkelstraatje is beland, ondanks de dramatische verarming van haar burgers als gevolg van de devaluatie-politiek. Als er dus ten gronde niets veranderd, dan creëert men door het uitstellen van de nodige besparingen een explosieve situatie die zal ontaarden in een devaluatie- en inflatiespiraal. De financiële crisis heeft dit potentiële gevaar versneld ingevoerd in de eurozone.