Dit geeft volgens Valentijn van Nieuwenhuijzen, Head of Strategy bij ING Investment Management,een beeld van waarschijnlijk de grootste vastgoed- en kredietzeepbel uit de geschiedenis.

Aangewakkerd door overdreven optimisme over de superioriteit op het gebied van technologie en leiderschap in de Japanse economie, ging men ervan uit dat de inkomens en beleggingsrendementen tot in het oneindige zouden blijven stijgen, in een tempo dat hoger lag dan waar ook ter wereld.

Aangezien krediet overvloedig beschikbaar was, was men bereid onrealistisch hoge prijzen te betalen voor grond of woningen. De aandelenmarkt zou, zo meende men, ook tot in het oneindige blijven stijgen.

Japan heeft grootste overheidsschuld en laagste rendement op staatsobligaties

De vrije val vanaf astronomische hoogten die de prijzen van Japanse vermogenstitels in de jaren negentig doormaakten, toen zowel vastgoed als aandelen meer dan 70% (!) in waarde daalden, leverde een fraai voorbeeld op van de schade die kan worden aangericht door uiteenspattende zeepbellen.

Datzelfde gold voor de effectiviteit en de risico's van het beleid waarmee gepoogd werd de koersval te keren. De les die uit de daarop volgende "balans"-recessie in Japan kan worden getrokken is dat dit proces leidt tot een gewoonlijk lange periode van zwakke groei, aanhoudende aandacht voor schuldreductie in plaats van consumptie of winstmaximalisering in de private sector en, voornamelijk als gevolg van het laatste, geen inflatoire gevolgen van het groeiende balanstotaal van de centrale bank.

Bovendien maakt een flinke toename van de spaarzin in de private sector het relatief eenvoudig om hogere begrotingstekorten te financieren, precies wat zich in Japan sinds 1994 heeft voorgedaan; immers, de stijging van het aanbod aan spaargeld door de binnenlandse private sector is meer dan voldoende voor de groeiende leenbehoefte van de publieke sector.

Het is daarom volgens Valentijn van Nieuwenhuijzen opmerkelijk dat de rente op staatsobligaties onder deze omstandigheden niet stijgt, maar juist daalt.

Op dit moment heeft Japan de grootste overheidsschuld in de wereld (meer dan 200% van het bruto binnenlands product), maar met ongeveer 0,8% ook één van de laagste rendementen op 10-jarige staatsobligaties.

Dit geeft volgens Valentijn van Nieuwenhuijzen, Head of Strategy bij ING Investment Management,een beeld van waarschijnlijk de grootste vastgoed- en kredietzeepbel uit de geschiedenis. Aangewakkerd door overdreven optimisme over de superioriteit op het gebied van technologie en leiderschap in de Japanse economie, ging men ervan uit dat de inkomens en beleggingsrendementen tot in het oneindige zouden blijven stijgen, in een tempo dat hoger lag dan waar ook ter wereld. Aangezien krediet overvloedig beschikbaar was, was men bereid onrealistisch hoge prijzen te betalen voor grond of woningen. De aandelenmarkt zou, zo meende men, ook tot in het oneindige blijven stijgen.Japan heeft grootste overheidsschuld en laagste rendement op staatsobligaties De vrije val vanaf astronomische hoogten die de prijzen van Japanse vermogenstitels in de jaren negentig doormaakten, toen zowel vastgoed als aandelen meer dan 70% (!) in waarde daalden, leverde een fraai voorbeeld op van de schade die kan worden aangericht door uiteenspattende zeepbellen. Datzelfde gold voor de effectiviteit en de risico's van het beleid waarmee gepoogd werd de koersval te keren. De les die uit de daarop volgende "balans"-recessie in Japan kan worden getrokken is dat dit proces leidt tot een gewoonlijk lange periode van zwakke groei, aanhoudende aandacht voor schuldreductie in plaats van consumptie of winstmaximalisering in de private sector en, voornamelijk als gevolg van het laatste, geen inflatoire gevolgen van het groeiende balanstotaal van de centrale bank. Bovendien maakt een flinke toename van de spaarzin in de private sector het relatief eenvoudig om hogere begrotingstekorten te financieren, precies wat zich in Japan sinds 1994 heeft voorgedaan; immers, de stijging van het aanbod aan spaargeld door de binnenlandse private sector is meer dan voldoende voor de groeiende leenbehoefte van de publieke sector. Het is daarom volgens Valentijn van Nieuwenhuijzen opmerkelijk dat de rente op staatsobligaties onder deze omstandigheden niet stijgt, maar juist daalt. Op dit moment heeft Japan de grootste overheidsschuld in de wereld (meer dan 200% van het bruto binnenlands product), maar met ongeveer 0,8% ook één van de laagste rendementen op 10-jarige staatsobligaties.