Dat concludeert Morningstar in het rapport Securities Lending in Physical Replication ETFs: A Review of Providers' Practices. De studie wordt vandaag gepubliceerd en is de meest recente uitgave in een serie waarin Morningstar de Europese markt voor ETFs onderzoekt.

Waar voorheen de nadruk lag op de risico's bij syntethische ETFs, gaat het tegenwoordig steeds vaker over de risico's bij fysiek gerepliceerde ETFs.

Belangrijke factoren zijn het risico dat de tegenpartij waaraan de effecten zijn uitgeleend in gebreke blijft (tegenpartijrisico) en het risico dat het onderpand voor de lening ontoereikend is.

De focus op de risico's bij fysieke ETFs heeft ertoe geleid dat toezichthouders de aanbieders van ETF aanzetten tot meer transparantie over het uitlenen van effecten.

Van de Europese aanbieders van fysiek gerepliceerde ETFs doet bijna de helft aan securities lending. Het Moringstar-rapport bespreekt hoe grote ETF-aanbieders als iShares, Lyxor, SPDR, Powershares en Amundi met deze praktijk omgaan en welke transparantie zij aan hun beleggers bieden.

De belangrijkste bevindingen zijn:

• De aandacht van toezichthouders en de druk van beleggers zorgen voor een grotere mate van transparantie bij de aanbieders van ETFs. Beleggers kunnen voortaan bij een aantal aanbieders online meer informatie vinden over de samenstelling van het onderpand voor de uitgeleende effecten (collateral) en het nettorendement dat het fonds genereert met het uitlenen van de effecten.

• Openbaarmaking van de identiteit van de tegenpartijen blijft op veel weerstand stuiten. De laatste richtlijnen van de ESMA vereisen dat ETFs en andere beleggingsproducten die onder UCITS vallen hun jaarverslag een lijst van de leners moeten publiceren om zo meer transparantie te geven over de uitleen activiteiten.

• Als reactie op de bezorgdheid bij beleggers over tegenpartijrisico hebben sommige aanbieders van ETFs hun uitleenstrategieën opnieuw bekeken. Dit heeft tot gevolg dat een aantal fondsen is gestopt met het uitlenen van aandelen en andere fondsen nu onderworpen zijn aan beperkingen op de hoeveelheid aandelen binnen de totale portefeuille die zij kunnen uitlenen.

• Het aantal uitgevende partijen dat een schadevergoeding of een andere vorm van bescherming tegen faillissement van de uitlener vereist, is toegenomen. Het is de verwachting van de analisten van Morningstar dat er meer zullen volgen.

• In de meeste gevallen varieert het gedeelte van de inkomsten van het uitlenen van effecten dat naar de belegger terugvloeit van 45 tot 70 procent van de omzet. Slechts enkele aanbieders stellen dat ze 100 procent van de gegenereerde opbrengsten (na aftrek van kosten) teruggeven, maar op dit moment zijn deze kosten vaak nog niet publiekelijk bekend.

• Er is geen garantie dat er meer geld zal terugvloeien naar de beleggers in fysieke ETFs onder de nieuwe ESMA-richtlijnen. Maatregelen die worden genomen om aan de richtlijnen te voldoen zouden wel eens meer een kwestie van vorm dan van inhoud kunnen zijn. Wel vraagt het de ETF-aanbieders om de vergoedingsregelingen te herzien en te evalueren of de vergoedingen die momenteel berekend worden redelijk en gerechtvaardigd zijn.

Hortense Bioy, Senior European ETF-analist bij Morningstar, zegt hierover:

"Er is in de afgelopen weken veel gespeculeerd over de manier waarop de nieuwe ESMA-richtlijnen van invloed zullen zijn op de rendementen van fysieke ETFs die aan securities lending doen. Zoals verwacht hebben sommige aanbieders van ETFs al maatregelen genomen om meer inkomsten uit het uitlenen van effecten terug te laten vloeien naar hun beleggers, terwijl anderen hebben aangegeven dit niet te doen. Deze laatste groep vindt namelijk dat de huidige vergoedingen eerlijk en redelijk zijn. Uiteindelijk hopen we dat de nieuwe eisen van transparantie, in combinatie met de concurrentiedruk, zullen bijdragen tot het verlagen van de kosten voor het uitlenen van effecten. Dit zou voor beleggers hogere rendementen moeten opleveren."

Dat concludeert Morningstar in het rapport Securities Lending in Physical Replication ETFs: A Review of Providers' Practices. De studie wordt vandaag gepubliceerd en is de meest recente uitgave in een serie waarin Morningstar de Europese markt voor ETFs onderzoekt. Waar voorheen de nadruk lag op de risico's bij syntethische ETFs, gaat het tegenwoordig steeds vaker over de risico's bij fysiek gerepliceerde ETFs. Belangrijke factoren zijn het risico dat de tegenpartij waaraan de effecten zijn uitgeleend in gebreke blijft (tegenpartijrisico) en het risico dat het onderpand voor de lening ontoereikend is. De focus op de risico's bij fysieke ETFs heeft ertoe geleid dat toezichthouders de aanbieders van ETF aanzetten tot meer transparantie over het uitlenen van effecten. Van de Europese aanbieders van fysiek gerepliceerde ETFs doet bijna de helft aan securities lending. Het Moringstar-rapport bespreekt hoe grote ETF-aanbieders als iShares, Lyxor, SPDR, Powershares en Amundi met deze praktijk omgaan en welke transparantie zij aan hun beleggers bieden. De belangrijkste bevindingen zijn: • De aandacht van toezichthouders en de druk van beleggers zorgen voor een grotere mate van transparantie bij de aanbieders van ETFs. Beleggers kunnen voortaan bij een aantal aanbieders online meer informatie vinden over de samenstelling van het onderpand voor de uitgeleende effecten (collateral) en het nettorendement dat het fonds genereert met het uitlenen van de effecten. • Openbaarmaking van de identiteit van de tegenpartijen blijft op veel weerstand stuiten. De laatste richtlijnen van de ESMA vereisen dat ETFs en andere beleggingsproducten die onder UCITS vallen hun jaarverslag een lijst van de leners moeten publiceren om zo meer transparantie te geven over de uitleen activiteiten. • Als reactie op de bezorgdheid bij beleggers over tegenpartijrisico hebben sommige aanbieders van ETFs hun uitleenstrategieën opnieuw bekeken. Dit heeft tot gevolg dat een aantal fondsen is gestopt met het uitlenen van aandelen en andere fondsen nu onderworpen zijn aan beperkingen op de hoeveelheid aandelen binnen de totale portefeuille die zij kunnen uitlenen. • Het aantal uitgevende partijen dat een schadevergoeding of een andere vorm van bescherming tegen faillissement van de uitlener vereist, is toegenomen. Het is de verwachting van de analisten van Morningstar dat er meer zullen volgen. • In de meeste gevallen varieert het gedeelte van de inkomsten van het uitlenen van effecten dat naar de belegger terugvloeit van 45 tot 70 procent van de omzet. Slechts enkele aanbieders stellen dat ze 100 procent van de gegenereerde opbrengsten (na aftrek van kosten) teruggeven, maar op dit moment zijn deze kosten vaak nog niet publiekelijk bekend. • Er is geen garantie dat er meer geld zal terugvloeien naar de beleggers in fysieke ETFs onder de nieuwe ESMA-richtlijnen. Maatregelen die worden genomen om aan de richtlijnen te voldoen zouden wel eens meer een kwestie van vorm dan van inhoud kunnen zijn. Wel vraagt het de ETF-aanbieders om de vergoedingsregelingen te herzien en te evalueren of de vergoedingen die momenteel berekend worden redelijk en gerechtvaardigd zijn. Hortense Bioy, Senior European ETF-analist bij Morningstar, zegt hierover: "Er is in de afgelopen weken veel gespeculeerd over de manier waarop de nieuwe ESMA-richtlijnen van invloed zullen zijn op de rendementen van fysieke ETFs die aan securities lending doen. Zoals verwacht hebben sommige aanbieders van ETFs al maatregelen genomen om meer inkomsten uit het uitlenen van effecten terug te laten vloeien naar hun beleggers, terwijl anderen hebben aangegeven dit niet te doen. Deze laatste groep vindt namelijk dat de huidige vergoedingen eerlijk en redelijk zijn. Uiteindelijk hopen we dat de nieuwe eisen van transparantie, in combinatie met de concurrentiedruk, zullen bijdragen tot het verlagen van de kosten voor het uitlenen van effecten. Dit zou voor beleggers hogere rendementen moeten opleveren."