Toen vond echter het ongeluk met het Elginboorplatform in de Noordzee plaats (eind maart 2012) waardoor de koers op slechts 2 maanden tijd 17% lager dook.

Deze koersval zorgde er volgens Arnaud Delaunay van Leleux wel voor dat Total niet langer het bedrijf met de grootste Parijse marktkapitalisatie was.

Die plaats werd overgenomen door farmagroep Sanofi. Maar de vijfde grootste oliegroep ter wereld (met een jaaromzet gelijk aan het Portugese BBP) is zich aan het herpakken.

Total is aanwezig in drie bedrijfstakken: upstream (exploratie/productie van olie en gas), chemie, raffinage en tankstations (distributie).

De belangrijkste activiteiten van Total zijn de upstreamactiviteiten. Deze activiteiten zijn ook het meest winstgevend en leveren zo maar eventjes 91% van de bedrijfswinst (EBITA) van de laatste 9 maanden.

Om deze reden lanceert Total een "verkoopprogramma van niet-strategische activa ten belope van 15 tot 20 miljard dollar" in de periode 2012 tot 2014.

Deze middelen zullen in de upstreamactiviteiten geïnvesteerd worden met als doel de ROACE (rendement op het gemiddeld geïnvesteerd kapitaal) verder te verhogen.

Doel: 100 dollar per vat

Om geld te verdienen moet Total (net als andere grote oliemaatschappijen) enerzijds de productie in zijn verschillende olie- en aardgasvelden verhogen en anderzijds de kostenstijgingen onder controle houden (of verlagen).

Om de productie te verhogen zal Total op drie jaar tijd "tussen 20 en 21 miljard dollar" investeren dankzij de opbrengst van verschillende desinvesteringen.

Een direct gevolg hiervan is volgens Arnaud Delaunay dat het management de doelstelling heeft om in 2017 3 miljoen vaten olie per dag te produceren tegen bijna 2,35 miljoen vaten olie per dag vorig jaar.

De gemiddelde omzetgroei tussen 2011 en 2015 zal naar verwachting op 3% uitkomen tegen 2,5% in de voorgaande jaren.

Het afstoten van minder rendabele activa zal de groep toelaten de productie te verhogen door o.a. nieuwe investeringen. Maar even belangrijk: Total wil de rendabiliteit vooral verhogen door het verminderen van het break-evenniveau (niveau waarop winst noch verlies gemaakt wordt).

Het break-evenniveau (zoals berekend door Total) is het minimumniveau dat de olieprijs voor Total moet staan opdat de groep zijn investeringen en dividenden kan dekken.

Hoe lager het break-evenniveau, hoe beter dus voor de groepsrendabiliteit. Financieel directeur Patrick La Chevardière zei in september op een beleggershappening dat de verkoop van activa ertoe kan leiden dat dit break-evenniveau onder de 100 dollar per vat ruwe olie zakt tegen 105 dollar per vat in de eerste helft van 2012.

De strategie om de productie te verhogen terwijl de operationele kosten verlaagd worden is gestart en dit zou er volgens Arnaud Delaunay toe moeten leiden dat de korting van Total t.o.v. de sectorgenoten verdwijnt. Tenzij de olieprijs instort omwille van de economische groeivertraging en de forse groei van het schaliegas.

Een korting die zou moeten verdwijnen

Een ondergewaardeerd aandeel op de beurs zonder uitzicht op groei/rendabiliteit of verbetering van de financiële situatie is volgens Arnaud Delaunay ondergewaardeerd voor een goede reden.

Maar het aandeel Total, dat noteert aan 7,13 keer de winst voor 2012 (tegen bijna 9 keer voor de sector) en perspectief biedt op een hogere toekomstige rendabiliteit, is naar zijn menig interessant. Ook omwille van het hoge brutodividendrendement van 6,02% (het hoogste in de sector).

Met uitzondering van een nieuw ongeval of een ineenstorting van de olieprijzen bestaan er goede redenen om in te zetten op

een stijging van de koers om op de afbouw van de korting t.o.v. de sector en de verwachte stijging van de olieproductie te anticiperen. Opbouwen rond 38 euro, zo luidt het advies. Het scenario vervalt bij een koersdaling onder 36 euro.

Toen vond echter het ongeluk met het Elginboorplatform in de Noordzee plaats (eind maart 2012) waardoor de koers op slechts 2 maanden tijd 17% lager dook. Deze koersval zorgde er volgens Arnaud Delaunay van Leleux wel voor dat Total niet langer het bedrijf met de grootste Parijse marktkapitalisatie was. Die plaats werd overgenomen door farmagroep Sanofi. Maar de vijfde grootste oliegroep ter wereld (met een jaaromzet gelijk aan het Portugese BBP) is zich aan het herpakken. Total is aanwezig in drie bedrijfstakken: upstream (exploratie/productie van olie en gas), chemie, raffinage en tankstations (distributie). De belangrijkste activiteiten van Total zijn de upstreamactiviteiten. Deze activiteiten zijn ook het meest winstgevend en leveren zo maar eventjes 91% van de bedrijfswinst (EBITA) van de laatste 9 maanden. Om deze reden lanceert Total een "verkoopprogramma van niet-strategische activa ten belope van 15 tot 20 miljard dollar" in de periode 2012 tot 2014. Deze middelen zullen in de upstreamactiviteiten geïnvesteerd worden met als doel de ROACE (rendement op het gemiddeld geïnvesteerd kapitaal) verder te verhogen.Doel: 100 dollar per vat Om geld te verdienen moet Total (net als andere grote oliemaatschappijen) enerzijds de productie in zijn verschillende olie- en aardgasvelden verhogen en anderzijds de kostenstijgingen onder controle houden (of verlagen). Om de productie te verhogen zal Total op drie jaar tijd "tussen 20 en 21 miljard dollar" investeren dankzij de opbrengst van verschillende desinvesteringen. Een direct gevolg hiervan is volgens Arnaud Delaunay dat het management de doelstelling heeft om in 2017 3 miljoen vaten olie per dag te produceren tegen bijna 2,35 miljoen vaten olie per dag vorig jaar. De gemiddelde omzetgroei tussen 2011 en 2015 zal naar verwachting op 3% uitkomen tegen 2,5% in de voorgaande jaren. Het afstoten van minder rendabele activa zal de groep toelaten de productie te verhogen door o.a. nieuwe investeringen. Maar even belangrijk: Total wil de rendabiliteit vooral verhogen door het verminderen van het break-evenniveau (niveau waarop winst noch verlies gemaakt wordt). Het break-evenniveau (zoals berekend door Total) is het minimumniveau dat de olieprijs voor Total moet staan opdat de groep zijn investeringen en dividenden kan dekken. Hoe lager het break-evenniveau, hoe beter dus voor de groepsrendabiliteit. Financieel directeur Patrick La Chevardière zei in september op een beleggershappening dat de verkoop van activa ertoe kan leiden dat dit break-evenniveau onder de 100 dollar per vat ruwe olie zakt tegen 105 dollar per vat in de eerste helft van 2012. De strategie om de productie te verhogen terwijl de operationele kosten verlaagd worden is gestart en dit zou er volgens Arnaud Delaunay toe moeten leiden dat de korting van Total t.o.v. de sectorgenoten verdwijnt. Tenzij de olieprijs instort omwille van de economische groeivertraging en de forse groei van het schaliegas. Een korting die zou moeten verdwijnen Een ondergewaardeerd aandeel op de beurs zonder uitzicht op groei/rendabiliteit of verbetering van de financiële situatie is volgens Arnaud Delaunay ondergewaardeerd voor een goede reden. Maar het aandeel Total, dat noteert aan 7,13 keer de winst voor 2012 (tegen bijna 9 keer voor de sector) en perspectief biedt op een hogere toekomstige rendabiliteit, is naar zijn menig interessant. Ook omwille van het hoge brutodividendrendement van 6,02% (het hoogste in de sector). Met uitzondering van een nieuw ongeval of een ineenstorting van de olieprijzen bestaan er goede redenen om in te zetten op een stijging van de koers om op de afbouw van de korting t.o.v. de sector en de verwachte stijging van de olieproductie te anticiperen. Opbouwen rond 38 euro, zo luidt het advies. Het scenario vervalt bij een koersdaling onder 36 euro.